Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:6433

2026-06-15 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/437451 FA RK 25-3530
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-06-15
Publicatiedatum
2026-07-16
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/437451 FA RK 25-3530
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek aanvulling beschikking ex art 32 Rv

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.205 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT




Team Familie- en Jeugdrecht



Breda



Zaaknummer: C/02/437451 FA RK 25-3530



datum uitspraak: 15 juni 2026




Beschikking ex artikel 32 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering




in de zaak van





[de man]
,
wonende te [woonplaats 1] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. R.E. Dijkstra,



tegen





[de vrouw] ,

hierna te noemen de vrouw,
en


[de jongmeerderjarige] ,

hierna te noemen de jongmeerderjarige,
beiden wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat mr. E.E.M. van Horen.






1De beoordeling


1.1
Met de brief van 19 mei 2026 heeft mr. Dijkstra namens de man verzocht om aanvulling van de op 15 mei 2026 in deze zaak gegeven beschikking, in die zin dat alsnog op het primaire verzoek wordt beslist.



1.2

De man heeft zijn verzoek als volgt toegelicht. Zoals volgt uit rechtsoverweging 3.1 heeft de man primair verzocht de door hem te betalen bijdrage ten behoeve van beide kinderen met ingang van 4 juli 2025 op nihil te stellen wegens gewijzigde omstandigheden. Dit verzoek was niet beperkt tot de duur van de op hem van toepassing zijnde schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP). Daarnaast heeft de man onder III een afzonderlijk voorwaardelijk verzoek gedaan, inhoudende dat, uitsluitend indien en voor zover de rechter-commissaris bij de vaststelling van het vrij te laten bedrag geen rekening zou houden met de kinderalimentatie, de bijdrage op nihil zou worden gesteld voor de duur van het schuldsaneringstraject.

Ten aanzien van [de jongmeerderjarige] is expliciet beslist op het primaire verzoek en de bijdrage op nihil gesteld. Ten aanzien van de [minderjarige] overweegt de rechtbank in rechtsoverwegingen 4.9 tot en met 4.14 uitsluitend de draagkracht van de man gedurende de looptijd van de WSNP en is in het dictum onder 5.3 bepaald dat de bijdrage op nihil wordt gesteld voor de duur van de WSNP. In rechtsoverweging 4.16 wordt het voorwaardelijke verzoek onder III expliciet afgewezen, nu de voorwaarde niet is ingetreden.

Gelet hierop begrijpt de man de beschikking aldus dat op het primaire verzoek, voor zover dit ziet op de periode na beëindiging van de WSNP, geen uitdrukkelijke beslissing is genomen. Daarbij merkt de man nog op dat uit de door hem overgelegde draagkrachtberekening (productie 28), welke berekening de rechtbank kennelijk volgt ten aanzien van het inkomen en de feitelijke financiële situatie van de man, eveneens lijkt te volgen dat ook buiten de duur van de WSNP geen draagkracht voor betaling van kinderalimentatie aanwezig is. De man verzoekt de rechtbank daarom de beschikking op grond van artikel 32 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) aan te vullen en alsnog te beslissen op het primaire verzoek voor zover dit ziet op de periode na beëindiging van de WSNP.




1.3
Mr. Van Horen heeft met de brief van 21 mei 2026 namens de vrouw bericht dat er geen aanleiding is voor aanvulling op grond van artikel 32 Rv, aangezien de rechtbank al heeft beslist op de verzoeken die ter beoordeling voorlagen. Verzocht wordt het verzoek van mr. Dijkstra niet te honoreren.



1.4
Op grond van artikel 32 Rv vult de rechter te allen tijde op verzoek van een partijen zijn beschikking aan indien hij heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het verzochte.



1.5
De rechtbank heeft in genoemde beschikking de bijdrage voor de [minderjarige] conform de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie nader vastgesteld op nihil voor de duur van de WSNP, zoals blijkt uit rechtsoverwegingen 4.9 tot en met 4.14. Daarmee is beslist op het primaire verzoek van de man ten aanzien van de [minderjarige] , in die zin dat de verzochte nihilstelling is toegewezen voor de duur van de WSNP. Voor zover het verzoek ziet op de periode na beëindiging van de WSNP is dit afgewezen. In het dictum is het meer of anders verzochte ook afgewezen. De rechtbank heeft dus niet heeft verzuimd om op een deel van het verzoek te beslissen, zij het dat niet is beslist zoals de man heeft verzocht. Er is daarom geen grond voor aanvulling van genoemde beschikking op de voet van artikel 32 Rv. Dit leidt tot de volgende beslissing.





2De beslissing


De rechtbank



weigert de verzochte aanvulling.










Deze beschikking is gegeven door mr. Vriends, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Laenen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2026.














































Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:



door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,


door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.



Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.