Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:6429

2026-05-04 Strafrecht 26-001252 en 26-001253
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-05-04
Publicatiedatum
2026-07-15
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zaaknummer
26-001252 en 26-001253
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

verzoekschrift artikel 530 Sv en 533 Sv gedeeltelijk toegewezen

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.526 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht


Zittingsplaats Middelburg



raadkamernummers: 26-001252 en 26-001253




beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de verzoeken op grond van artikel 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:






[de verzoeker] ,

geboren op [geboortedag] 1957 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. L.A. Korfker, advocaat te IJmuiden (Kennemerlaan 5, 1972 EG IJmuiden),



hierna te noemen: de verzoeker.





1De procedure


De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het op 13 januari 2026 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 480,00, € 480,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling;
 het op 13 januari 2026 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:


€ 786,50 zijnde kosten rechtsbijstand;


€ 420,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 825,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;




het sepot van 16 oktober 2025;


de schriftelijke reactie van de officier van justitie;


de overige stukken in het raadkamerdossier.




Op 20 april 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en mr. L.A. Korfker als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.



Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.



De raadsvrouw heeft desgevraagd ter terechtzitting een toelichting geven met betrekking tot de gevraagde kosten voor rechtsbijstand voor het getuigenverhoor. De gevraagde kosten staan in rechtstreeks verband met de strafzaak welke is geseponeerd. Weliswaar was hij ten tijde van het verhoor formeel geen verdachte meer, maar hij voelde zich nog wel verdachte. Tevens was het voor verzoeker medisch gezien noodzakelijk om rechtsbijstand te krijgen bij zijn verhoor als getuige. Deze omstandigheden maken dat er gronden van billijkheid zijn om de gemaakte kosten voor rechtsbijstand te vergoeden.




De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de gevraagde kosten voor de schade ten gevolge van ondergane inverzekeringstelling kunnen worden vergoed. De gevraagde kosten voor rechtsbijstand dienen te worden afgewezen, nu deze niet zijn gemaakt in het kader van de strafzaak. De forfaitaire vergoeding op grond van artikel 530 Sv kan worden toegewezen.





2De beoordeling


De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.



De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.



Op grond van artikel 533 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding van de schade die hij ten gevolge van ondergane in verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden worden toegekend. Voorwaarde hierbij is dat de zaak van de gewezen verdachte is geseponeerd of dat die verdachte niet is veroordeeld.



Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.



Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.



De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de dagen die hij onterecht in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.



Bij het bepalen van het aantal dagen dat de verzoeker in een politiecel of huis van bewaring heeft doorgebracht, wordt zowel de dag waarop de inverzekeringstelling is aangevangen als de dag van de invrijheidstelling als een volledige dag vergoed. Ook indien de inverzekeringstelling is aangevangen en geëindigd op één en dezelfde dag en beperkt is gebleven tot enkele uren wordt er naar de maatstaf van een volledige dag vergoed.



Verzoeker heeft 3 dagen in verzekering doorgebracht, waarvan 3 dagen op het politiebureau. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 160,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau.



Voor zover het verzoek ziet op vergoeding van de kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 786,50 zal dit worden afgewezen. Onder een ‘zaak’ als bedoeld in artikel 530 Sv dient te worden verstaan een strafzaak waarin verzoeker zelf verdachte is. De kosten waarvan vergoeding wordt verzocht zijn gemaakt in een strafzaak tegen andere verdachten, waarin verzoeker niet zelf verdachte was. Zijn zaak was immers al geseponeerd. De door de raadsvrouw benoemde omstandigheden maken dat niet anders. De gevraagde kosten vallen niet onder de reikwijdte van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering.



Voor de kosten verbonden aan de indiening en de behandeling van de verzoekschriften in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 825,00 toegekend.





3De beslissing


De rechtbank:



wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv toe tot een bedrag van € 480,00, bestaande uit:
- € 480,00, wegens ondergane inverzekeringstelling;



wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 825,00, zijnde de kosten verbonden aan de indiening en de behandeling van de verzoekschriften in raadkamer.



wijst de verzoeken voor het overige af;



bepaalt dat een bedrag van € 1.305,00 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] T.n.v. Stichting Derdengelden Kennemer Advocaten, o.v.v. “schadevergoeding [de verzoeker] ”.



Deze beslissing is op 4 mei 2026 genomen door mr. L.W. Louwerse, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 4 mei 2026.




















INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.