Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:6392

2026-06-24 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/02/442490/HA ZA 25-648 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-06-24
Publicatiedatum
2026-07-14
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/02/442490/HA ZA 25-648 (E)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Mondeling vonnis. Eiser vordert terugbetaling van hetgeen hij op basis van een factuur heeft betaald op grond van onverschuldigde betaling. Gedaagde vordert in reconventie betaling van het restantbedrag van de factuur. De rechter wijst de vorderingen af. In een eerdere procedure is bij vonnis bepaald dat de factuur frauduleus is. Kracht en gezag van gewijsde. Partijen hebben beide medewerking verleend aan het opzetten van een constructie en kunnen dat met hun vorderingen niet terugdraaien.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.386 tekens)
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant


Civiel recht



Zittingsplaats Breda



Zaaknummer: C/02/442490 / HA ZA 25-648




Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 24 juni 2026




in de zaak van





[persoon] H.O.D.N. [bedrijf],
te [plaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij A] ,
advocaat: mr. J.W. Dijke,



tegen




M-TECH B.V.,
te Breda,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: M-Tech,
advocaat: mr. S. Lagidse.




De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Breda.



De zaak wordt behandeld door mr. P.H.J.G. Römers, rechter, bijgestaan door mr. M. Veuger-Hakze als griffier.



Aanwezig zijn:

- [partij A] , bijgestaan door mr. Dijke, met als toehoorder zijn partner [mevrouw] ,
- namens M-Tech: de heer [oud eigenaar] , oud eigenaar, bijgestaan door mr. Lagidse.


Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de rechtbank op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.





1De vorderingen en het verweer



in conventie en in reconventie






1.1.

[partij A] vordert in conventie € 29.500 van M-Tech op grond van onverschuldigde betaling. Subsidiair baseert [partij A] zijn vordering op artikel 3:296 BW, een vordering tot nakoming.



1.2.

[partij A] heeft dit bedrag van € 29.500 betaald op de factuur ter hoogte van € 143.302,93 van 30 december 2019. Tijdens de procedure die partijen eerder bij de kantonrechter hebben gevoerd is deze factuur ter sprake gekomen. Uit de mededelingen van [oud eigenaar] namens M-Tech in die procedure blijkt volgens [partij A] dat hij deze factuur niet hoeft te betalen. Het bedrag dat wel is betaald is onverschuldigd betaald.



1.3.
Het verweer van M-Tech is dat [partij A] die factuur zelf namens M-Tech heeft laten versturen aan zijn bedrijf TSC in verband met levering van diverse materialen. Partijen hebben voor deze factuur een overeenkomst ondertekend, gedateerd op 30 december 2019. Hierin staat dat M-Tech de afgelopen jaren diverse materialen heeft geleverd aan TSC en daarvoor deze factuur door M-Tech is opgemaakt. Verder staat hierin dat partijen een betalingsregeling in termijnen voor deze factuur overeen zijn gekomen. Er zijn ook drie termijnen door [partij A] betaald. Er is volgens M-Tech geen grond voor terugbetaling van dit bedrag aan [partij A] .



1.4.
M-Tech vordert in reconventie primair het restant van deze factuur, namelijk € 113.802,93, op grond van nakoming. Subsidiair vordert M-Tech een bedrag van € 5.119,84 aan schadevergoeding. Het verweer van [partij A] daartegen is, dat de kantonrechter dezelfde eerdere vordering heeft afgewezen en dat geen hoger beroep tegen het vonnis is ingesteld. M-Tech kan dan niet alsnog betaling van dit bedrag vorderen, M-Tech had dan hoger beroep moeten instellen.





2De beoordeling



in conventie en reconventie





Alle vorderingen worden afgewezen




2.1.
Voor de rechtbank is leidend wat de kantonrechter over de factuur en de overeenkomst heeft overwogen in randnummer 4.50 van het tussenvonnis van 1 februari 2023 en dat is gevolgd door het eindvonnis van 26 april 2023. Vast staat dat partijen van deze vonnissen niet in hoger beroep zijn gegaan. Deze vonnissen hebben dus kracht en gezag van gewijsde. Het verweer van [partij A] slaagt, M-Tech kan niet alsnog betaling vorderen voor het restant van deze factuur.



2.2.
Maar omgekeerd kan [partij A] ook geen terugbetaling vorderen. De kantonrechter heeft overwogen dat het gaat om een frauduleuze factuur die alleen is opgesteld om de winst van de onderneming van [partij A] (TSC) te drukken met een gecreëerde kostenpost om er zo fiscaal beter uit te springen. [partij A] wist zelf van de hoed en de rand door daartoe ook een overeenkomst met M-Tech te sluiten. [partij A] heeft de termijnen in deze constructie ook betaald. Dan kan daar achteraf niet op worden teruggekomen als dat dit onverschuldigd zou zijn betaald. Het was een verschuldigde betaling, immers nodig voor de constructie.



2.3.
Uit de mededelingen ter zitting bij de kantonrechter blijkt niet dat M-Tech een verplichting op zich heeft genomen om het reeds betaalde terug te betalen. Van nakoming van een verplichting tot terugbetaling door M-Tech kan dan ook geen sprake zijn.



2.4.

Voorts heeft M-Tech in reconventie nog betaling van € 5.119,84 gevorderd als BTW- schade, dit wegens wanprestatie dan wel onrechtmatige daad van [partij A] .
Ook dat gaat niet op. Van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad van [partij A] is geen sprake. Immers M-Tech heeft aan deze constructie meegewerkt zoals blijkt uit de overeenkomst van 30 december 2019. Dan nemen gedane zaken geen keer.




2.5.
De overige stellingen van partijen hoeven niet te worden behandeld.



2.6.
Het voorgaande betekent dat alle vorderingen in conventie en in reconventie worden afgewezen. Vanwege die uitkomst worden de proceskosten aldus gecompenseerd, dat iedere partij de eigen kosten draagt.





3De beslissing


De rechtbank




in conventie en in reconventie




3.1.
wijst de vorderingen af,



3.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.


Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. P.H.J.G. Römers en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.



Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de rechter.