Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:6349

2026-07-09 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 25/3282 WAJONG
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-07-09
Publicatiedatum
2026-07-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
25/3282 WAJONG
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Het UWV heeft kunnen concluderen dat eiser op 29 maart 2024 niet voldeed aan de (strenge) voorwaarden van de Wajong. Beroep ongegrond. Geen vergoeding van griffierecht, proceskosten of wettelijke rente.

Citeert (6)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (26.586 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Zittingsplaats: Breda



Bestuursrecht



zaaknummer: BRE 25/3282 WAJONG


uitspraak van 9 juli 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[eiser] uit [plaats 1] , eiser,
(gemachtigde: mr. J. Jansen),


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor [plaats 2] ), verweerder.



Samenvatting


1.1.
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiser is het niet eens met deze afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen.



1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht heeft geweigerd aan eiser een Wajong-uitkering toe te kennen. Eiser krijgt dus geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.



1.3.
Onder 2 staan de feiten en omstandigheden die van belang zijn. Onder 3 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 4 en 5 staan het wettelijk kader en de grondslag van het bestreden besluit. Onder 6 en 7 volgt een weergave van het medisch en arbeidskundig onderzoek. Onder 8 en 9 staan de standpunten van eiser en het UWV. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 10. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen: heeft eiser arbeidsvermogen en zo niet, is het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.


Feiten en omstandigheden


2.1.
Eiser heeft op 24 januari 2024 een beoordeling arbeidsvermogen aangevraagd bij het UWV om aanspraak te kunnen maken op een Wajong-uitkering. In het kader van deze aanvraag heeft eiser een gesprek gevoerd met een arts en arbeidsdeskundige van het UWV. Vervolgens heeft het UWV met een besluit van 9 april 2024 (primair besluit) geweigerd aan eiser een Wajong-uitkering toe te kennen. Eiser is opgenomen in het doelgroepenregister.


2.2.
Eiser is het niet eens met het primaire besluit en heeft daartegen bezwaar gemaakt bij het UWV. Ook heeft eiser aanvullende (medische) informatie overgelegd.



2.3.
Omdat het UWV niet binnen de beslistermijn heeft besloten op eisers bezwaar tegen het primaire besluit, heeft het UWV met een besluit van 15 januari 2025 de maximale dwangsom van € 1.442,- aan eiser toegekend.



2.4.
Met een besluit van 16 juni 2025 (bestreden besluit) heeft het UWV eisers bezwaar ongegrond verklaard. Het UWV is dus gebleven bij het primaire besluit (weigering van de Wajong-uitkering).




Procesverloop


3.1.
Eiser is het ook niet eens met het bestreden besluit en heeft bij deze rechtbank beroep ingesteld tegen dat besluit. Ook heeft hij aanvullende beroepsgronden ingediend.



3.2.
Het UWV heeft een verweerschrift overgelegd aan de rechtbank.



3.3.
De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2026 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben namens eiser deelgenomen: eiser, mr. M.L.A.M. Gadiot (kantoorgenoot van eisers gemachtigde), eisers moeder en [begeleider 1] en [begeleider 2] (begeleiders vanuit beschermd wonen). Namens het UWV heeft deelgenomen: mr. M.B.A. van Grinsven.



3.4.
De rechtbank heeft de uitspraaktermijn verlengd.




Beoordeling door de rechtbank



Wettelijk kader



4. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.



Grondslag van het bestreden besluit



5. Aan het bestreden besluit ligt een medisch en een arbeidskundig onderzoek ten grondslag. Deze onderzoeken worden in overwegingen 6 en 7 genoemd.



Medisch onderzoek




6.1.
Een UWV-arts heeft eiser en zijn moeder gesproken op het spreekuur van 8 april 2024. Verder heeft de arts het dossier bestudeerd en – getoetst en akkoord bevonden door een verzekeringsarts – op 8 april 2024 samengevat het volgende gerapporteerd. Eiser is een 18-jarige man die vanaf de basisschool bekend is met geestelijke en lichamelijke beperkingen. Eiser heeft de diagnoses: overige autistische spectrum stoornissen, depressieve persoonlijkheidsstoornis en dyslexie/alexie. Eiser heeft het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) gedeeltelijk doorlopen. Hierbij zijn de nodige instanties betrokken geweest. Eiser vertelt dat deze hulp hem redelijk heeft geholpen. Eiser gaat momenteel twee keer per week naar het VSO en zal starten met dagbesteding bij [zorgverlener] (dagbesteding). Eiser is hierover hoopvol gestemd. Er is een redelijk dag- en nachtritme en hij kan zich aan afspraken houden. Ondanks de invloed van medische klachten op zijn dagelijkse activiteiten, is eiser in staat om huishoudelijke taken te verrichten (zorg voor dieren, hulp moeder, eten koken). Eiser is schoolgaand, maar heeft moeite met de uren en komt zodoende krap aan een belastbaarheid van vier uur per dag. Verder zijn er beperkingen op het persoonlijk en sociaal vlak, vooral in de snelheid van ontwikkelen van vaardigheden. Men ziet wel nog steeds ontwikkeling. Daarom is er nog geen sprake van duurzaamheid van eventueel gemis aan arbeidsvermogen.



6.2.
Een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) heeft het dossier bestudeerd, eiser gesproken tijdens het spreekuur van 11 maart 2025 (duur: 85 minuten) in aanwezigheid van zijn moeder en een begeleider van de dagbesteding. Op 23 mei 2025 is samengevat het volgende gerapporteerd. Bij eiser is op het 18e jaar sprake van ziekte en/of gebrek met beperkingen. Uit het dossier blijkt dat sprake is van ASS en ADHD, waardoor er stoornissen in mentale functies zijn. Ook is eiser bekend met hypermobiliteit, waardoor er problemen zijn met schrijven en er aanleiding is voor schrijfhulpmiddelen. Er zijn beperkingen in richten van aandacht bij doelbewust verleggen van aandacht. Er zijn beperkingen ten aanzien van structureren; belanghebbende heeft hulp nodig voor het plannen van activiteiten. Ook zijn er beperkingen ten aanzien van het omgaan met nieuwe dingen en eigen gevoelens uiten. Verder is er een beperking ten aanzien van omgaan met stress en mentale eisen; eiser heeft tijd nodig om te wennen en zich vertrouwd te voelen. Eiser heeft belang bij voorspelbaarheid en heeft een lange tijd nodig om zich een nieuwe situatie eigen te maken en voldoende vertrouwen te krijgen hierin. Ook heeft eiser moeite met tijdsdruk. Daarnaast is er een beperking ten aanzien van geluid; eiser draagt een koptelefoon vanwege prikkelgevoeligheid. Eiser kan gedurende ten minste één uur aaneengesloten werken conform het Compendium Participatiewet. Er is immers niet gebleken dat eiser ernstige geheugenstoornissen heeft of ernstige problemen met het richten en vasthouden van aandacht. Eiser gaat zelfstandig op de fiets naar de dagbesteding; een activiteit die gepaard gaat met richten en vasthouden van aandacht. Ook is eiser ten minste vier uur dan wel twee keer twee uur per dag belastbaar, getoetst aan de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid. Met de noodzaak voor recuperatie vanwege prikkelgevoeligheid wordt hiermee voldoende rekening gehouden. Verder is er geen aanleiding om aan te nemen dat eiser op medische gronden geen basale werknemersvaardigheden heeft. Gezien zijn cognitie is eiser in staat om instructies te begrijpen, onthouden en uit te voeren. Ook blijkt uit de hoorzitting dat eiser in staat is om afspraken na te komen. Omdat er sprake is van arbeidsvermogen, is er geen aanleiding om de duurzaamheid van arbeidsbeperkingen te beoordelen.



Arbeidskundig onderzoek




7. Een arbeidsdeskundige b&b heeft eiser gezien op de hoorzitting van 11 maart 2025. Verder heeft de arbeidsdeskundige b&b het dossier bestudeerd en op 12 juni 2025 gerapporteerd dat eiser arbeidsvermogen heeft en niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering. De verzekeringsarts b&b had vastgesteld dat eiser ten minste vier uur per dag belastbaar is en ten minste één uur aaneengesloten kan werken. Samen met de verzekeringsarts b&b stelt de arbeidsdeskundige b&b dat eiser over basale werknemersvaardigheden beschikt. De taken uitlaten van honden en uitruimen van afwasmachine worden geschikt geacht, omdat dit past binnen de krachten en bekwaamheden van eiser.





Standpunt van eiser

8. Eiser heeft zich in beroep op het standpunt gesteld dat hij duurzaam geen arbeidsvermogen heeft en dus recht heeft op een Wajong-uitkering. Eiser stelt dat hij maximaal een half uur achter elkaar aan een taak kan werken zonder onderbreking van het werk en dit wordt aantoonbaar trager naarmate de tijd verstrijkt. Bij onverwachte prikkels of andere dingen die gebeuren, valt zijn concentratie weg en kan hij de taak niet hervatten. Verder heeft eiser moeite met vier uur op school kunnen zitten en is hij met zijn laatste opleiding gestopt omdat het niet lukte om te concentreren. Eiser kan verder geen taak uitvoeren die bij een baan hoort. Hij geeft zelf aan van wel, maar uit de praktijk blijkt dat dat niet het geval is. Hij heeft namelijk heel veel hulp nodig bij het leren uitvoeren van basale taken. Bij te veel prikkels kan hij pas na geruime tijd zijn taak hervatten en hij heeft lange tijd nodig om te wennen. Hij heeft behoefte aan (constante) aanwezigheid van een volwassene en dat kan niet in een arbeidssetting. Hij is nauwelijks sociaal en emotioneel ontwikkeld. Door alle begeleiding is hij goed in het geven van sociaal wenselijke antwoorden, maar de praktijk is heel anders. Verder betwist eiser dat hij basale werknemersvaardigheden heeft. Eiser kan zich moeilijk aan afspraken houden, zeker als hij overprikkeld is. Een tegenslag ontregelt zijn hele dag en dan is hij afhankelijk van anderen om het op te lossen. Hij heeft veel bevestiging nodig en een klein oplossend vermogen. Alleen naar de dagbesteding gaat alleen als moeder telefonisch bereikbaar is in het geval van onverwachte obstakels. Het hondje dat hij uitlaat, is nog geen 3 kilo en kent hij goed; dat maakt hem nog geen hondenuitlater. Het feit dat eiser een financieel beheerder heeft, dat hij naar dagbesteding gaat en dat hij verhuist naar begeleid wonen is niet zomaar. Ook zou een Wajong-uitkering de financiële zorg verlichten. Eiser heeft zijn beroepsgronden onderbouwd met rapportages van de dagbesteding en een latere aanvulling daarop van januari 2026. In de aanvullende beroepsgronden wordt aangegeven dat eiser een terugval heeft gehad in januari 2026 en nu helemaal niet meer zelfstandig een gedeelte van een taak kan uitvoeren. Hij heeft recht op Wajong vanaf zijn 18e jaar of vanaf januari 2026. De dagbesteding geeft aan dat eiser in oktober 2025 begeleid zelfstandig is gaan wonen. Bij de dagbesteding zien ze een terugval in zijn vaardigheden (meer nabijheid, herinneren aan afspraken, veel vragen). Zelfstandigheid en zelfredzaamheid zijn afhankelijk van vele factoren.
Bij gegrondverklaring van het beroep verzoekt eiser om wettelijke rente over niet betaalde uitkering.



Standpunt van het UWV



9. Het UWV heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser in beroep geen nieuwe feiten of omstandigheden vermeldt. Er is geen aanleiding om het standpunt te wijzigen. Het UWV heeft op 11 december 2025 een nadere rapportage van de verzekeringsarts b&b van 4 december 2025 overgelegd en op 29 januari 2026 een nadere rapportage van de verzekeringsarts b&b van diezelfde datum overgelegd. In die rapportages heeft de verzekeringsarts b&b gereageerd op de (aanvullende) beroepsgronden en door eiser overgelegde verklaring vanuit de dagbesteding, maar leidt dit niet tot wijziging van het ingenomen standpunt.



Overwegingen rechtbank



10. De rechtbank stelt vast dat de te beoordelen datum in dit geding de 18e verjaardag van eiser is: 29 maart 2024.


10.1.
Recht op een Wajong-uitkering ontstaat pas indien de betrokkene duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) heeft.


Het UWV moet daarom eerst beoordelen of eiser voldoet aan tenminste een van de volgende voorwaarden:

- eiser kan geen taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie
- eiser beschikt niet over basale werknemersvaardigheden
- eiser kan niet een uur aaneengesloten werken
- eiser is niet tenminste vier uur per dag belastbaar (dan wel twee uur per dag belastbaar en in staat het minimumloon te verdienen).


Wordt aan tenminste een van de hiervoor genoemde voorwaarden voldaan dan ontbreekt arbeidsvermogen. Vervolgens moet het UWV dan beoordelen of deze situatie duurzaam is.



Bij de beoordeling maakt het UWV gebruik van de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA)-systematiek. Bij deze beoordeling staat de ‘International Classification of Functioning, Disability and Health’ centraal. Voor het toepassen van de SMBA-systematiek heeft het UWV het ‘Compendium Participatiewet’ vastgesteld.




10.2.

Een uur aaneengesloten werken



Over het criterium van een uur aaneengesloten werken is in het Compendium opgenomen dat dit ziet op het kunnen richten van de aandacht op werk en niet vaker dan één keer per uur een substantiële onderbreking van het productieproces om betrokkene bij te sturen. De verzekeringsarts b&b heeft in zijn rapportages geoordeeld dat eiser ten minste een uur aaneengesloten kan werken. Niet gebleken is dat hij ernstige geheugenstoornissen heeft of ernstige problemen met het richten van en vasthouden van aandacht die in de weg kunnen staan aan het aaneengesloten kunnen werken van een uur. Hoewel geen sprake is van een grote afstand heeft de verzekeringsarts b&b in deze beoordeling kunnen betrekken dat eiser zelf op de fiets naar de dagbesteding gaat. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat uit de informatie van de dagbesteding wel blijkt dat hij cognitief belastbaar is, maar ook dat hij door zijn autisme in de praktijk niet een uur aaneengesloten kan werken, met name wanneer er sprake is van onverwachte omstandigheden. De rechtbank overweegt dat in de informatie van de dagbesteding is vermeld dat eiser maximaal een half uur geconcentreerd kan werken. Uit antwoorden op vragen daarover tijdens de hoorzitting in bezwaar is echter gebleken dat eiser – weliswaar met begeleiding en in een vertrouwde omgeving – een uur aaneengesloten belastbaar is. Het feit dat er begeleiding op de werkplek aanwezig moet zijn bij het vasthouden en verdelen van de aandacht en het voorkomen van stress en spanningen, staat niet in de weg aan het aannemen dat eiser een uur aaneengesloten kan werken. Aan de hand van de aanwezige informatie kan niet worden geconcludeerd dat er noodzaak is tot zodanige intensieve begeleiding dat deze elk uur tot meer dan één substantiële onderbreking leidt. Kort aansturen valt niet onder substantieel onderbreken.




10.3.

Vier uur per dag belastbaar zijn



In het Compendium is over het criterium van vier uur per dag belastbaar zijn opgenomen dat het gaat om in totaal vier uur per dag kunnen werken. Dit hoeft niet aaneengesloten te zijn. De verzekeringsarts b&b heeft in zijn rapportages geoordeeld dat eiser ten minste vier uur per dag belastbaar is, getoetst aan de Standaard Duurbelastbaarheid in arbeid, en dat met de recuperatienoodzaak vanwege prikkelgevoeligheid voldoende rekening wordt gehouden. Eiser betwist dat hij vier uur per dag belastbaar is. Hij verwijst naar de informatie van de dagbesteding die spreekt over anderhalf uur belastbaarheid in de zes uren die hij op de dagbesteding is. De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak niet louter de eigen ervaringen van betrokkene en die van derden uit de omgeving bepalend zijn, maar dat het ook moet gaan om een medische noodzaak. De verzekeringsarts moet beoordelen of binnen de 24-uurscyclus een zodanige recuperatie mogelijk is dat eiser in totaal vier uur belastbaar is. De rechtbank kan de verzekeringsarts b&b volgen dat niet uit objectief medische gegevens blijkt dat eiser niet vier uur per dag belastbaar zou zijn. Daarbij is ook acht geslagen op de feitelijke informatie over de dagbesteding en wat eiser thuis op een dag (als hij niet naar de dagbesteding gaat) onderneemt. Vaststaat dat eiser gaandeweg 2024 drie dagen per week en om de week vier dagen per week naar de dagbesteding gaat en dat hij daar dagen van in totaal zes uur maakt. Het feit dat op de dagbesteding niet vier uur per dag wordt gewerkt, betekent nog niet dat die belasting in een prikkelarme werkomgeving medisch gezien niet mogelijk is. Met de belasting van vier uur per dag is een recuperatietijd van 20 uur per dag gegeven. De verzekeringsarts b&b heeft op basis van de aanwezige informatie kunnen oordelen dat eiser vier uur per dag, verdeeld over de dag, belastbaar is.




10.4.

Basale werknemersvaardigheden



Over het criterium basale werknemersvaardigheden is in het Compendium opgenomen dat het gaat om vaardigheden die onmisbaar en essentieel zijn. Het gaat dan om het begrijpen, onthouden en uitvoeren van instructies en het nakomen van afspraken met de werkgever. Essentieel is of het ontbreken van deze vaardigheden voorkomt uit ziekte of gebrek. De arbeidsdeskundige b&b heeft in zijn rapportage overwogen dat eiser beschikt over basale werknemersvaardigheden in voornoemde zin. De verzekeringsarts b&b heeft in zijn rapportages hierover aangegeven dat er medisch – in eisers cognitie – geen redenen zijn waarom basale werknemersvaardigheden zouden ontbreken. Ook blijkt uit de hoorzitting in bezwaar dat eiser afspraken kan nakomen. Eiser accepteert gezag, kan op tijd komen (eventueel met begeleiding) en het is betrouwbaar dat regels/afspraken worden nagekomen. Eiser heeft begrip/kan rekening houden met collega’s die anders zijn en kan daar ook naar handelen. Tempo wordt hierbij niet meegenomen. Eiser stelt, net als de dagbesteding, dat het hem bij overprikkeling niet lukt om taakgericht bezig te zijn. Eiser heeft dan 1-op-1-begeleiding nodig om zich weer rustig te voelen. Door zijn sterke verbale mogelijkheden en intelligentie wordt hij snel overschat, waardoor het niet direct zichtbaar is wanneer hij zich niet aan afspraken kan houden. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat het eiser lukt om instructies te begrijpen en onthouden en dat in de meeste gevallen het uitvoeren ervan ook lukt. Daar waar de uitvoering eiser niet lukt door het voorkomen van onverwachte omstandigheden, is daarvoor zijn begeleiding aangewezen. Dit laatste geldt ook voor het nakomen van afspraken, zoals het op (tijd) op de dagbesteding zijn. Het UWV heeft daarom kunnen concluderen dat eiser over basale werknemersvaardigheden beschikt.




10.5.

Taak uitvoeren



In het Compendium is over het criterium van een taak uitvoeren opgenomen dat, ook als betrokkene is aangewezen op beschut werk, er arbeidsvermogen is. Begeleiding hoeft ook niet in de weg te staan aan arbeidsvermogen. Het criterium is of deze begeleiding verder reikt dan wat in een arbeidsorganisatie door een leidinggevende of een jobcoach kan worden geboden. De arbeidsdeskundige b&b heeft in zijn rapportage geoordeeld dat de geselecteerde taken eenvoudige, voorspelbare, gestructureerde, routinematige taken zonder beroep op sociale interactie zijn, waarbij eiser een koptelefoon op kan zetten zonder dat het afbreuk doet aan de uitvoering van de taak en zonder hoge werkdruk of tempo. Eiser kan volgens de arbeidsdeskundige b&b de taken uitlaten van honden (0305) en uitruimen van afwasmachine (0602) uitvoeren. Zowel eiser als de dagbesteding hebben aangegeven dat eiser, onder andere door zijn prikkelgevoeligheid, feitelijk geen taak kan volbrengen die bij een baan hoort. De rechtbank overweegt dat uit het dossier een beeld volgt van eiser die op de dagbesteding allerlei taken uitvoert, waar nodig met begeleiding. Dit betreft bijvoorbeeld de verzorging van dieren of schoonmaaktaken. Gelet op de voorwaarde dat een taak voorspelbaar en routinematig moet zijn, is de rechtbank er echter niet van overtuigd dat de taak uitlaten van honden - niet op een locatie maar in de omgeving en soms ook alleen - voor eiser geschikt is. Dat eiser de eigen (kleine) hond van het gezin wel kan uitlaten, maakt voornoemde taak nog niet geschikt. Nu de andere geselecteerde taak (uitruimen van afwasmachine) wel geschikt wordt geacht, heeft het UWV wel kunnen concluderen dat het uitvoeren van een taak mogelijk is voor eiser.




10.6.
Het bovenstaande betekent dat het UWV heeft kunnen concluderen dat eiser op 29 maart 2024 niet voldeed aan de (strenge) voorwaarden van de Wajong. Omdat eisers beroepsgronden niet slagen, zal de rechtbank het beroep ongegrond verklaren.Eisers stelling dat het vanaf januari 2026 minder goed ging, valt buiten de omvang van deze procedure. Op zitting heeft de gemachtigde van eiser vermeld dat hiervoor een Amber-melding is gedaan waarop nog niet is beslist.




Conclusie en gevolgen


11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiser niets verandert. Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard, krijgt eiser geen proceskostenvergoeding of een vergoeding van wettelijke rente. Ook krijgt eiser het griffierecht niet vergoed.




Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om vergoeding van wettelijke rente af.



Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Pasmans, griffier, op 9 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.






griffier rechter




Afschrift verzonden aan partijen op:






Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.




Bijlage: wettelijk kader



Wajong




Artikel 1a:1, eerste lid
Jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen is de ingezetene die:



op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;


na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was.




Artikel 1a:1, vierde lid
Onder duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan de situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.



Artikel 1a:1, achtste lid
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste, vierde en zesde lid nadere regels worden gesteld.Bedoelde algemene maatregel van bestuur is het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (het Schattingsbesluit).




Schattingsbesluit




Artikel 1a, eerste lid
Betrokkene heeft geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wajong, indien hij:



geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;


niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;


niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of


niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.




Artikel 1a, tweede lid
Een taak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is de kleinste eenheid van een functie en bestaat uit één of meerdere handelingen.




Vanaf pagina 55.


De rechtbank verwijst in dit kader naar een uitspraak van de CRvB van 22 september 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2387, overweging 4.4.


Zie de uitspraak van de CRvB van 12 augustus 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2052, overweging 4.3.3.


Vanaf pagina 60.


Zie de uitspraak van de CRvB van 10 juli 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1376, overweging 4.3.


Vanaf pagina 40.


Zie de uitspraak van de CRvB van 25 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1436, overweging 4.5.


Vanaf pagina 38.


De rechtbank verwijst in dit kader naar een uitspraak van de CRvB van 4 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:459, overweging 4.5.


De rechtbank verwijst in dit kader naar een uitspraak van de CRvB van 14 oktober 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2570, overweging 4.4.