Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:6251
2026-06-10
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/02/443522 / FA RK 25-6754
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Benoeming bijzondere curator in afstammingszaak
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.521 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/443522 / FA RK 25-6754
Datum uitspraak: 10 juni 2026
Beschikking benoeming van een bijzondere curator
in de zaak van
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonend in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. M.T.E. Kranenburg uit Roosendaal,
Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt:
de minderjarige
[minderjarige]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2024, hierna te noemen: [minderjarige] ,
[de juridische vader]
,
hierna te noemen: de juridische vader,
wonend in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de vrouw met bijlage(n), ontvangen op 24 december 2025;
- de brief van mr. Kranenburg met bijlage(n) van 7 mei 2026.
2Het verzoek
2.1.
De moeder verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, een bijzondere curator over [minderjarige] te benoemen die namens [minderjarige] een verzoek tot ontkenning van het vaderschap kan indienen.
3De beoordeling
3.1.
De rechtbank is bevoegd een beslissing te nemen over de benoeming van de bijzondere curator en Nederlands recht is van toepassing. In deze beschikking oordeelt de rechtbank nog niet over de bevoegdheid een beslissing te nemen op het afstammingsverzoek en welk recht daarop van toepassing is. Dit komt aan de orde bij de inhoudelijke beoordeling van dat verzoek.
3.2.
De rechtbank benoemt in afstammingszaken een bijzondere curator die het kind vertegenwoordigt in de procedure en op komt voor zijn belang.
3.3.
De rechtbank vraagt de bijzondere curator te toetsen of het belang van [minderjarige] is gediend met een afstammingsverzoek. Zij kan vervolgens na beoordeling van het belang van [minderjarige] bepalen of namens hem een verzoek zal worden ingediend en in dat kader de belangen van [minderjarige] in en buiten rechte behartigen. Indien de bijzondere curator een verzoek namens [minderjarige] indient, wordt zij verzocht het verslag van haar bevindingen daarbij te voegen.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1.
benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige] : mr. S. van Reeven-Özer, advocaat uit Waalwijk, teneinde te toetsen of het belang van [minderjarige] is gediend met een afstammingsverzoek, en om de belangen van [minderjarige] te behartigen en hem – zowel in als buiten rechte – te vertegenwoordigen;
4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van Block, griffier, op 10 juni 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Art. 1:212 BW.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/443522 / FA RK 25-6754
Datum uitspraak: 10 juni 2026
Beschikking benoeming van een bijzondere curator
in de zaak van
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonend in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. M.T.E. Kranenburg uit Roosendaal,
Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt:
de minderjarige
[minderjarige]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2024, hierna te noemen: [minderjarige] ,
[de juridische vader]
,
hierna te noemen: de juridische vader,
wonend in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de vrouw met bijlage(n), ontvangen op 24 december 2025;
- de brief van mr. Kranenburg met bijlage(n) van 7 mei 2026.
2Het verzoek
2.1.
De moeder verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, een bijzondere curator over [minderjarige] te benoemen die namens [minderjarige] een verzoek tot ontkenning van het vaderschap kan indienen.
3De beoordeling
3.1.
De rechtbank is bevoegd een beslissing te nemen over de benoeming van de bijzondere curator en Nederlands recht is van toepassing. In deze beschikking oordeelt de rechtbank nog niet over de bevoegdheid een beslissing te nemen op het afstammingsverzoek en welk recht daarop van toepassing is. Dit komt aan de orde bij de inhoudelijke beoordeling van dat verzoek.
3.2.
De rechtbank benoemt in afstammingszaken een bijzondere curator die het kind vertegenwoordigt in de procedure en op komt voor zijn belang.
3.3.
De rechtbank vraagt de bijzondere curator te toetsen of het belang van [minderjarige] is gediend met een afstammingsverzoek. Zij kan vervolgens na beoordeling van het belang van [minderjarige] bepalen of namens hem een verzoek zal worden ingediend en in dat kader de belangen van [minderjarige] in en buiten rechte behartigen. Indien de bijzondere curator een verzoek namens [minderjarige] indient, wordt zij verzocht het verslag van haar bevindingen daarbij te voegen.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1.
benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige] : mr. S. van Reeven-Özer, advocaat uit Waalwijk, teneinde te toetsen of het belang van [minderjarige] is gediend met een afstammingsverzoek, en om de belangen van [minderjarige] te behartigen en hem – zowel in als buiten rechte – te vertegenwoordigen;
4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van Block, griffier, op 10 juni 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Art. 1:212 BW.