Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:5928

2026-06-02 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/448757 / JE RK 26-944
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-06-02
Publicatiedatum
2026-07-03
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/448757 / JE RK 26-944
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

SpoedVOTS toegewezen voor twee weken onder aanhouding restant.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.539 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Zaaknummer: C/02/448757 / JE RK 26-944



Datum uitspraak: 2 juni 2026




Beschikking voorlopige ondertoezichtstelling




in de zaak van




DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING ZEELAND-WEST-BRABANT,
locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad,



betreffende





[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2021 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,





[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende te [plaats] .



De kinderrechter merkt als informant aan:




STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,
gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI).





1Het verloop van de procedure


1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke spoedverzoek van de Raad van 2 juni 2026 met bijlagen, ontvangen op 2 juni 2026.






2De feiten


2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .



2.2.

[minderjarige] woont bij de moeder.





3Het verzoek


3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden en daar op te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.





4De beoordeling


4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie van de Raad ontvangen. De Raad bevindt zich momenteel in de afrondende fase van het beschermingsonderzoek naar de opvoedsituatie van de minderjarige [minderjarige] . Hier zijn grote zorgen over. [minderjarige] is in zijn jonge leven namelijk al meerdere keren getuige en dus slachtoffer geweest van huiselijk geweld tussen de ouders. De moeder heeft hierbij fors letsel opgelopen. [minderjarige] kan door het huiselijk geweld en de daarmee samenhangende onveiligheid emotioneel getraumatiseerd raken en symptomen van angst, depressie en gedragsproblemen ontwikkelen. Omwille van de veiligheid hebben de moeder en [minderjarige] langere tijd op een geheime locatie gewoond. [minderjarige] heeft zijn vader toen langere tijd niet gezien en aan de vader is een contactverbod opgelegd, dat meermaals is overtreden. Tegelijkertijd wil(de) de vader niet meewerken aan hulpverlening om te werken aan contactherstel met [minderjarige] . In de afgelopen periode is onvoldoende zicht gekomen op de effecten van al deze gebeurtenissen op [minderjarige] en op zijn ontwikkeling, en dus evenmin op zijn veiligheid. Beide ouders zijn ambivalent ten aanzien van de hulpverlening, wantrouwen de hulpverlening en hebben deze eerder geweigerd. Ook hebben beide ouders langere tijd geen openheid gegeven over het overschrijden van het contactverbod, wilden zij veelal niet meewerken aan hulpverlening of het creëren van meer zicht en hebben zij de veiligheidsafspraken geschonden.



4.2.
Vervolgens heeft de Raad op dinsdag 2 juni 2026 vernomen dat de moeder haar woning is uitgezet en dat zij met [minderjarige] zal gaan intrekken bij de vader. Dit betekent dat de ouders vanaf vandaag plotseling, en zonder plan of de inzet van hulpverlening, weer een gezin vormen. De Raad maakt zich daar gelet op al het voorgaande grote zorgen over. Er zijn op dit moment te veel onduidelijkheden over de genoemde zorgen en de onderlinge dynamiek tussen de ouders en wat dit betekent voor de veiligheid van [minderjarige] . Daarom verzoekt de Raad de rechtbank om onmiddellijk de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige] uit te spreken. Volgens de Raad dient er vandaag nog een jeugdbeschermer of ambulante spoedhulp van [hulpverlening] bij de ouders langs te gaan om een veiligheidsplan op te stellen.



4.3.
Op basis van al deze informatie heeft de kinderrechter het ernstige vermoeden dat de ontwikkeling van de minderjarige [minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. Aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling wordt dus voldaan. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.



4.4.
De kinderrechter is vanwege al het voorgaande ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . Er is geen zicht op de veiligheid van [minderjarige] en er zijn forse zorgsignalen over de onderlinge dynamiek tussen de ouders. Daarom stelt de kinderrechter [minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van twee weken, met ingang van 2 juni 2026 en tot 16 juni 2026. De beslissing op het resterende deel van het verzoek zal worden aangehouden in afwachting van de hierna te noemen mondelinge behandeling. De Raad en de belanghebbenden worden dan in de gelegenheid gesteld hun mening te geven.



4.5.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.





5De beslissing


De kinderrechter:



5.1.
stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zeeland voor de duur van twee weken, met ingang van 2 juni 2026 en tot 16 juni 2026;



5.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;



5.3.
bepaalt dat de Raad, de moeder, de vader en de GI zullen worden gehoord tijdens de mondelinge behandeling van [datum] 2026 om [uur] , welke wordt gehouden in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan de Kousteensedijk 2 te Middelburg, ten overstaan van mr. Dijkman voor de duur van ongeveer 45 minuten;



5.4.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.



5.5.
behoudt zich iedere nadere beslissing voor.









Deze beschikking is gegeven door mr. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026, in aanwezigheid van mr. De Haas als griffier.














































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open.




Artikel 1:257 BW.


Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).