Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:5317

2026-06-16 Civiel recht C/02/449267 / HA RK 26-116 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-06-16
Publicatiedatum
2026-06-17
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Verschoning
Zaaknummer
C/02/449267 / HA RK 26-116 (E)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verschoningsverzoek toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.302 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Verschoningskamer



Locatie: Breda



Procedurenummer: C/02/449267 / HA RK 26-116




beslissing van 16 juni 2026




in de zaak van




mr. Ebben

rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant
hierna: de rechter



belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerken 449254 FT RK 26-219,
449259 FT RK 26-220, 449260 FT RK 26-221 en 449261 FT RK 26-222 van





[stichting]


gemachtigde: mr. D.L.A. van Voskuilen



en





[V.O.F.] en vennoten

mr. A.J. van der Duijn Schouten.






1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 16 juni 2026.



1.2
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verschoningsverzoek plaatsgevonden.






2Het verschoningsverzoek


2.1
De rechter heeft het volgende aan haar verschoningsverzoek ten grondslag gelegd. De hoofdzaak betreft een verzet tegen een vonnis dat zij zelf heeft gewezen. In dit verzet wordt verzocht om terug te komen op een oordeel dat in dit vonnis is gegeven.






3Het wettelijk kader


3.1
Op grond van artikel 40, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv. Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.






4De beoordeling


4.1
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.



4.2
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.



4.3
Uit het verschoningsverzoek van de rechter blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat zij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in de hoofdzaak te oordelen, aangezien daarin wordt gevraagd om terug te komen op een oordeel dat zij eerder heeft gegeven. De verschoningskamer ziet hierin, mede gelet op de onderbouwing van het verzoek, een genoegzame grond voor verschoning. De rechter heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het haar aan onpartijdigheid ontbreekt. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.






5De beslissing


De verschoningskamer:



5.1
wijst het verzoek tot verschoning toe;



5.2
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;



5.3

beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
 de rechter;
 de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
 de partijen in de hoofdzaak.




Deze beslissing is genomen in raadkamer op 16 juni 2026 door mr. ing. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Van de Sande en mr. Marsé, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.












De griffier is verhinderd om deze


beslissing mede te ondertekenen.



Mr. Marsé









Afschrift verzonden aan partijen op:





Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.