Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:5287

2026-04-07 Strafrecht 25-032106
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-04-07
Publicatiedatum
2026-06-16
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zaaknummer
25-032106
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

verzoekschrift 530 Sv toewijzing

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.760 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht


Zittingsplaats Middelburg



parketnummer : 02-204808-24
raadkamernummer : 25-032106




beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:






[verzoeker] ,

geboren op [geboortedag] 1971 te [geboorteplaats] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. W.T.J. Schieman, advocaat te Middelburg (Lange Noordstraat 42, 4331 CE Middelburg),



hierna te noemen: de verzoeker.





1De procedure


De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het op 11 december 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering (Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:


€ 5660,40, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;


€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;




het sepot van 27 november 2025,


de schriftelijke reactie van de officier van justitie;


de overige stukken in het raadkamerdossier.




Op 24 maart 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R.S. Jacobs en mr. W.T.J. Schieman als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.



Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.



De raadsman heeft desgevraagd ter terechtzitting een toelichting geven met betrekking tot de gevraagde kosten voor rechtsbijstand.



De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de kosten voor rechtsbijstand na de gegeven toelichting geheel voor vergoeding in aanmerking komen.





2De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.


De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.



Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.



Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.



Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 5660,40 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.



Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend.





3De beslissing


De rechtbank:



wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 6.340,40, bestaande uit:

- € 5660,40 aan kosten van rechtsbijstand;
en
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;


bepaalt dat een bedrag van € 6.340,40 zal worden overgemaakt op rekeningnummer NL04 INGB [nummer] ten name [verzoeker] onder vermelding van “ [verzoeker] /OM”;



Deze beslissing is op 7 april 2026 genomen door mr. J. Bergen rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 7 april 2026.



De griffier is buiten staat te tekenen.




INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.