Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:4712
2026-04-28
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/02/446928 / FA RK 26-1808
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
benoeming BC ihkv afstammingsverzoek
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.127 tekens)
beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/446928 / FA RK 26-1808
datum uitspraak: 28 april 2026
beschikking betreffende benoeming bijzondere curator
in de zaak van
[de vrouw]
,
hierna te noemen: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. M. Metin te Arnhem,
over de minderjarige:
[minderjarige 1]
, geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2012, hierna te noemen [minderjarige 1] .
Als belanghebbende wordt in de procedure aangemerkt:
[de man] ,
hierna te noemen de man,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. W. van der Sande te Goes.
1Het procesverloop
1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- het op 23 maart 2026 ontvangen verzoek met bijlagen;
- het emailbericht van mr. Sijnesael d.d. 13 april 2026.
2De feiten
2.1
Partijen hebben een geregistreerd partnerschap gehad, welke bij beschikking van 18 januari 2022 is ontbonden. Deze beschikking is op 4 maart 2022 ingeschreven in de daartoe bestemde registers.
2.2
Binnen dit geregistreerd partnerschap is het navolgende thans nog minderjarige kind geboren:
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2018.
Voorafgaand aan deze relatie is uit de moeder geboren:
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2012.
2.2
De onderhavige procedure ziet op [minderjarige 1] . Zij verblijft bij de vrouw.
2.3
De man heeft [minderjarige 1] op 18 februari 2019 erkend.
2.4
Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] .
3Het verzoek
3.1
De vrouw verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
een bijzondere curator over [minderjarige 1] te benoemen om namens de minderjarige een afstammingsverzoek in te dienen.
4De beoordeling
4.1
Volgens artikel 1:200, eerste lid en zesde lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan een minderjarige een verzoek tot gegrondverklaring van ontkenning van het vaderschap van een man indienen, op de grond dat de man niet de biologische vader van het kind is. [minderjarige 1] is volgens artikel 1:234 BW jo. 1:245 lid 4 BW echter onbekwaam in rechte op te treden.
4.2
Op grond van artikel 1:212 BW wordt in zaken van afstamming het minderjarige kind vertegenwoordigd door een bijzondere curator. Die wordt benoemd door de rechtbank die over de zaak beslist. Een minderjarig kind kan dus alleen een afstammingsverzoek indienen, als hij wordt vertegenwoordigd door een bijzondere curator. De (gezaghebbende) ouder kan een minderjarig kind in zo’n procedure dus niet vertegenwoordigen.
4. 3 Een verzoek tot benoeming van een bijzondere curator voor [minderjarige 1] kan wel door de vrouw (als wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige 1] ) worden ingediend. De vrouw is dus ontvankelijk in haar verzoek.
4.4
De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige 1] dat een bijzondere curator wordt benoemd om te onderzoeken of haar belang is gediend met het indienen van een zelfstandig verzoek tot ontkenning vaderschap ex artikel 1:200 lid 1 sub b BW zoals door de vrouw is omschreven in het verzoek.
4.5
Mr. E. Sijnesael, advocaat te Middelburg, is bereid als bijzondere curator voor [minderjarige 1] op te treden. Zij dient te toetsen of het belang van [minderjarige 1] is gediend met een afstammingsverzoek. Zij kan vervolgens na beoordeling van het belang van [minderjarige 1] bepalen of namens haar een verzoek zal worden ingediend en in dat kader de belangen van [minderjarige 1] in en buiten rechte behartigen. Indien de bijzondere curator een verzoek namens [minderjarige 1] indient, wordt zij verzocht het verslag van haar bevindingen daarbij te voegen.
4. 6 Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank mr. E. Sijnesael tot bijzondere curator over [minderjarige 1] benoemen.
5De beslissing
De rechtbank
5.1
benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2012, mr. E. Sijnesael, advocaat te Middelburg, teneinde te toetsen of het belang van [minderjarige 1] is gediend met een afstammingsverzoek en om de belangen van [minderjarige 1] te behartigen en haar – zowel in als buiten rechte – te vertegenwoordigen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. de Beer, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026 in tegenwoordigheid van Bakker-Maljers, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/446928 / FA RK 26-1808
datum uitspraak: 28 april 2026
beschikking betreffende benoeming bijzondere curator
in de zaak van
[de vrouw]
,
hierna te noemen: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. M. Metin te Arnhem,
over de minderjarige:
[minderjarige 1]
, geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2012, hierna te noemen [minderjarige 1] .
Als belanghebbende wordt in de procedure aangemerkt:
[de man] ,
hierna te noemen de man,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. W. van der Sande te Goes.
1Het procesverloop
1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- het op 23 maart 2026 ontvangen verzoek met bijlagen;
- het emailbericht van mr. Sijnesael d.d. 13 april 2026.
2De feiten
2.1
Partijen hebben een geregistreerd partnerschap gehad, welke bij beschikking van 18 januari 2022 is ontbonden. Deze beschikking is op 4 maart 2022 ingeschreven in de daartoe bestemde registers.
2.2
Binnen dit geregistreerd partnerschap is het navolgende thans nog minderjarige kind geboren:
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2018.
Voorafgaand aan deze relatie is uit de moeder geboren:
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2012.
2.2
De onderhavige procedure ziet op [minderjarige 1] . Zij verblijft bij de vrouw.
2.3
De man heeft [minderjarige 1] op 18 februari 2019 erkend.
2.4
Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] .
3Het verzoek
3.1
De vrouw verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
een bijzondere curator over [minderjarige 1] te benoemen om namens de minderjarige een afstammingsverzoek in te dienen.
4De beoordeling
4.1
Volgens artikel 1:200, eerste lid en zesde lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan een minderjarige een verzoek tot gegrondverklaring van ontkenning van het vaderschap van een man indienen, op de grond dat de man niet de biologische vader van het kind is. [minderjarige 1] is volgens artikel 1:234 BW jo. 1:245 lid 4 BW echter onbekwaam in rechte op te treden.
4.2
Op grond van artikel 1:212 BW wordt in zaken van afstamming het minderjarige kind vertegenwoordigd door een bijzondere curator. Die wordt benoemd door de rechtbank die over de zaak beslist. Een minderjarig kind kan dus alleen een afstammingsverzoek indienen, als hij wordt vertegenwoordigd door een bijzondere curator. De (gezaghebbende) ouder kan een minderjarig kind in zo’n procedure dus niet vertegenwoordigen.
4. 3 Een verzoek tot benoeming van een bijzondere curator voor [minderjarige 1] kan wel door de vrouw (als wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige 1] ) worden ingediend. De vrouw is dus ontvankelijk in haar verzoek.
4.4
De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige 1] dat een bijzondere curator wordt benoemd om te onderzoeken of haar belang is gediend met het indienen van een zelfstandig verzoek tot ontkenning vaderschap ex artikel 1:200 lid 1 sub b BW zoals door de vrouw is omschreven in het verzoek.
4.5
Mr. E. Sijnesael, advocaat te Middelburg, is bereid als bijzondere curator voor [minderjarige 1] op te treden. Zij dient te toetsen of het belang van [minderjarige 1] is gediend met een afstammingsverzoek. Zij kan vervolgens na beoordeling van het belang van [minderjarige 1] bepalen of namens haar een verzoek zal worden ingediend en in dat kader de belangen van [minderjarige 1] in en buiten rechte behartigen. Indien de bijzondere curator een verzoek namens [minderjarige 1] indient, wordt zij verzocht het verslag van haar bevindingen daarbij te voegen.
4. 6 Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank mr. E. Sijnesael tot bijzondere curator over [minderjarige 1] benoemen.
5De beslissing
De rechtbank
5.1
benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2012, mr. E. Sijnesael, advocaat te Middelburg, teneinde te toetsen of het belang van [minderjarige 1] is gediend met een afstammingsverzoek en om de belangen van [minderjarige 1] te behartigen en haar – zowel in als buiten rechte – te vertegenwoordigen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. de Beer, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026 in tegenwoordigheid van Bakker-Maljers, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.