Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:4456
2026-04-21
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/02/446958 / FA RK 26-1822
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2021:818 Hoge Raad 04-06-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (9.744 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446958 / FA RK 26-1822
Datum uitspraak: 21 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. H.M.S. Cremers uit 's-Hertogenbosch.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
de advocaat van betrokkene;
mevrouw [persoon 1] , casemanager van het FACT-team;
Tevens was mevrouw [persoon 2] , casemanager van het FACT-team, aanwezig. Zij is echter niet gehoord.
1.3.
Betrokkene is niet verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft de advocaat verschillende pogingen gedaan om in contact te komen met betrokkene. Tijdens de zitting heeft de casemanager nogmaals een poging gedaan om met betrokkene in contact te komen. Het is de casemanager gelukt om telefonisch contact te krijgen met betrokkene, waarna de advocaat met betrokkene via de telefoon heeft overlegd. De advocaat heeft er vervolgens mee ingestemd om de zitting buiten aanwezigheid van betrokkene voort te zetten.
2Wat vaststaat
2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 25 april 2026.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4De standpunten
4.1.
De casemanager van het FACT-team verklaart dat betrokkene erg chaotisch is. Het lukt daardoor niet goed om afspraken te maken met betrokkene. Dit is niet uit onwil, maar uit onmacht. Ook kan betrokkene in haar chaos vergeten de medicatie in te nemen. Tijdens de vorige opname is betrokkene zelf met ontslag gegaan, terwijl dat niet de bedoeling was. Een zorgmachtiging is nog nodig om betrokkene te ondersteunen op momenten dat het haar zelf niet lukt.
4.2.
De advocaat voert aan dat betrokkene akkoord is met het verlenen van de zorgmachtiging, waaronder de verzochte vormen van verplichte zorg en de duur van de machtiging. De advocaat refereert zich daarom namens betrokkene aan het oordeel van de rechtbank.
5De beoordeling
5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt.
5.4.
Tijdens een psychotische decompensatie raakt betrokkene uit contact en trekt zij zich terug. Decompensaties verlopen snel bij betrokkene en zijn grillig. Haar situatie kan snel verslechteren. Betrokkene verwaarloost dan haar huis en het lukt betrokkene dan nog minder om structuur in haar dagen aan te brengen. Ook laat betrokkene dan makkelijk misbruik van zichzelf maken (bijvoorbeeld op seksueel of financieel gebied). Enkele jaren geleden is betrokkene als gevolg van stemmen uit het raam gesprongen met fysiek letsel tot gevolg.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft een ambivalente relatie met hulpverlening en medicatie. De visie op het nut en de noodzaak van medicatie wisselt sterk bij betrokkene, waardoor zij makkelijk hiermee stopt en opnieuw psychotisch decompenseert. Zij moet regelmatig aangespoord worden tot medicatiegebruik en het nakomen van afspraken met het FACT-team. Hoewel het op dit moment redelijk goed gaat met betrokkene en zij open staat voor zorg en medicatie, stopt betrokkene met de medicatie en houdt zij alle contacten met de zorgverlening af, indien zij decompenseert. Gezien het fragiele ziekte-inzicht en de sterke dreiging van maatschappelijke teloorgang binnen een psychiatrisch toestandsbeeld, is verplichte zorg nog steeds noodzakelijk, zeker gelet op de voorgeschiedenis.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.1.
Ten aanzien van de vorm van verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ overweegt de rechtbank dat daaronder wordt verstaan dat betrokkene contact moet blijven onderhouden met het ambulante FACT-team.
5.7.2.
De overige door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de casemanager van het FACT-team tijdens de zitting heeft bevestigd dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.9.
De rechtbank zal het verzoek toewijzen voor de verzochte duur van twaalf maanden. Hierover merkt de rechtbank nog het volgende op. De OvJ heeft het verzoek niet uiterlijk vier weken voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de bestaande zorgmachtiging ingediend als bedoeld in artikel 6:6 lid 2 Wvggz. Dat staat echter niet in de weg aan het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Immers wordt de aansluitende zorgmachtiging verleend vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de bestaande machtiging en heeft betrokkene voldoende gelegenheid gehad om zich hiertegen te verweren. Volgens rechtspraak van de Hoge Raad kan de rechtbank in een dergelijk geval alsnog een vervolgmachtiging voor de verzochte duur van twaalf maanden verlenen.
5.10.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
6De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 april 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026 door mr. De Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot, griffier en op schrift gesteld op 28 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Zie Hoge Raad 4 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:818
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446958 / FA RK 26-1822
Datum uitspraak: 21 april 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. H.M.S. Cremers uit 's-Hertogenbosch.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
de advocaat van betrokkene;
mevrouw [persoon 1] , casemanager van het FACT-team;
Tevens was mevrouw [persoon 2] , casemanager van het FACT-team, aanwezig. Zij is echter niet gehoord.
1.3.
Betrokkene is niet verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft de advocaat verschillende pogingen gedaan om in contact te komen met betrokkene. Tijdens de zitting heeft de casemanager nogmaals een poging gedaan om met betrokkene in contact te komen. Het is de casemanager gelukt om telefonisch contact te krijgen met betrokkene, waarna de advocaat met betrokkene via de telefoon heeft overlegd. De advocaat heeft er vervolgens mee ingestemd om de zitting buiten aanwezigheid van betrokkene voort te zetten.
2Wat vaststaat
2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 25 april 2026.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4De standpunten
4.1.
De casemanager van het FACT-team verklaart dat betrokkene erg chaotisch is. Het lukt daardoor niet goed om afspraken te maken met betrokkene. Dit is niet uit onwil, maar uit onmacht. Ook kan betrokkene in haar chaos vergeten de medicatie in te nemen. Tijdens de vorige opname is betrokkene zelf met ontslag gegaan, terwijl dat niet de bedoeling was. Een zorgmachtiging is nog nodig om betrokkene te ondersteunen op momenten dat het haar zelf niet lukt.
4.2.
De advocaat voert aan dat betrokkene akkoord is met het verlenen van de zorgmachtiging, waaronder de verzochte vormen van verplichte zorg en de duur van de machtiging. De advocaat refereert zich daarom namens betrokkene aan het oordeel van de rechtbank.
5De beoordeling
5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt.
5.4.
Tijdens een psychotische decompensatie raakt betrokkene uit contact en trekt zij zich terug. Decompensaties verlopen snel bij betrokkene en zijn grillig. Haar situatie kan snel verslechteren. Betrokkene verwaarloost dan haar huis en het lukt betrokkene dan nog minder om structuur in haar dagen aan te brengen. Ook laat betrokkene dan makkelijk misbruik van zichzelf maken (bijvoorbeeld op seksueel of financieel gebied). Enkele jaren geleden is betrokkene als gevolg van stemmen uit het raam gesprongen met fysiek letsel tot gevolg.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft een ambivalente relatie met hulpverlening en medicatie. De visie op het nut en de noodzaak van medicatie wisselt sterk bij betrokkene, waardoor zij makkelijk hiermee stopt en opnieuw psychotisch decompenseert. Zij moet regelmatig aangespoord worden tot medicatiegebruik en het nakomen van afspraken met het FACT-team. Hoewel het op dit moment redelijk goed gaat met betrokkene en zij open staat voor zorg en medicatie, stopt betrokkene met de medicatie en houdt zij alle contacten met de zorgverlening af, indien zij decompenseert. Gezien het fragiele ziekte-inzicht en de sterke dreiging van maatschappelijke teloorgang binnen een psychiatrisch toestandsbeeld, is verplichte zorg nog steeds noodzakelijk, zeker gelet op de voorgeschiedenis.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
5.7.1.
Ten aanzien van de vorm van verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ overweegt de rechtbank dat daaronder wordt verstaan dat betrokkene contact moet blijven onderhouden met het ambulante FACT-team.
5.7.2.
De overige door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de casemanager van het FACT-team tijdens de zitting heeft bevestigd dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.9.
De rechtbank zal het verzoek toewijzen voor de verzochte duur van twaalf maanden. Hierover merkt de rechtbank nog het volgende op. De OvJ heeft het verzoek niet uiterlijk vier weken voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de bestaande zorgmachtiging ingediend als bedoeld in artikel 6:6 lid 2 Wvggz. Dat staat echter niet in de weg aan het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Immers wordt de aansluitende zorgmachtiging verleend vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de bestaande machtiging en heeft betrokkene voldoende gelegenheid gehad om zich hiertegen te verweren. Volgens rechtspraak van de Hoge Raad kan de rechtbank in een dergelijk geval alsnog een vervolgmachtiging voor de verzochte duur van twaalf maanden verlenen.
5.10.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
6De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 april 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026 door mr. De Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot, griffier en op schrift gesteld op 28 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Zie Hoge Raad 4 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:818