Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:4212

2026-04-17 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/437503 / FA RK 25-3562
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-04-17
Publicatiedatum
2026-05-18
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/437503 / FA RK 25-3562
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wijziging geboorteakte. Toevoegen latere vermelding aan geboorteakte en wijziging van geslacht in X.

Citeert (4)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.185 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT



Team Familie- en Jeugdrecht


Middelburg


Zaaknummer: C/02/437503 / FA RK 25-3562


17 april 2026



beschikking betreffende de registers van de burgerlijke stand



op het verzoek van




[de rechtzoekende] ,

wonende te [plaats] , gemeente Sluis,
hierna te noemen: de rechtzoekende,
advocaat: mr. D.J.A. Burlet, kantoorhoudende te Oostburg.


Als belanghebbende in deze zaak is aangemerkt de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Vlissingen.


1. Het procesverloop


1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 22 mei 2025 ontvangen verzoekschrift wijziging geboorteakte, met bijlagen;
- de akte met [nummer] van het jaar 1983 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Vlissingen;
- het F9-formulier, ingediend op 7 augustus 2025, met bijgevoegd de gedateerde en gewaarmerkte geboorteakte;
- de op 16 september 2025 ontvangen instemmingsverklaring van de rechtzoekende;
- de op 17 september 2025 ontvangen instemmingsverklaring van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Vlissingen;
- de brief van mr. Burlet, ingediend op 9 april 2026.

1.2. Mede gelet op de inhoud van de genoemde instemmingsverklaringen is geen
mondelinge behandeling van het verzoek bepaald.



2De feiten


2.1
In voormelde geboorteakte is opgenomen dat op [geboortedag] 1983 in de gemeente Vlissingen is geboren [de rechtzoekende] , van het vrouwelijke geslacht.



2.2
De rechtzoekende heeft de Nederlandse nationaliteit.








3Het verzoek


3.1.
De rechtzoekende verzoekt:I. te bepalen dat de vermelding van het geslacht in diens geboorteakte wordt gewijzigd van "vrouw" naar een genderneutrale aanduiding zoals "X";II. te bepalen dat de gewijzigde gegevens aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Vlissingen worden doorgegeven ten behoeve van aanpassing van de geboorteakte en verwerking in de Basisregistratie Personen (BRP).




4De beoordeling



Bevoegdheid




4.1
De rechtbank Zeeland-West-Brabant is ten aanzien van het verzoek tot wijziging van het geslacht van de rechtzoekende relatief bevoegd, nu dit verzoek ziet op wijziging van een akte welke is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand binnen haar rechtsgebied.



4.2
De rechtzoekende legt het volgende ten grondslag aan diens verzoek tot wijziging van diens geslacht in "X". Op verzoek van de rechtzoekende gebruikt de rechtbank de woorden 'die' en 'diens'.


De rechtzoekende heeft een non-binaire beleving van diens gender en identificeert zich niet specifiek als man of specifiek als vrouw. Al vanaf dat die het zich kan herinneren, heeft die ervaren dat de toekenning van het vrouwelijke geslacht bij de geboorte niet overeenkomt met diens beleving van identiteit. De rechtzoekende is in sociale transitie gegaan.
Gelet op de non-binaire beleving van diens gender vormt de formele registratie als vrouw voor de rechtzoekende een belemmering. De rechtzoekende stelt dat juridische erkenning van diens identiteit rust zou geven en het voor die mogelijk zou maken om volledig in de maatschappij te functioneren op basis van wie die werkelijk is. Daarmee draagt juridische erkenning voor de rechtzoekende bij aan een gevoel van bestaansrecht en versterkt dit het vermogen om op te komen voor wie die is.De rechtzoekende benadrukt dat die diens voornaam wenst te behouden, omdat deze wordt ervaren als zijnde van diens zelf. Bovendien heeft de voornaam persoonlijke en emotionele waarde, omdat deze gegeven is door diens inmiddels overleden ouders. Voor de rechtzoekende is het behoud van diens voornaam een onderdeel van diens identiteit en verbondenheid met diens verleden.




4.3.
De rechtzoekende heeft overgelegd een verklaring d.d. 16 mei 2025 van drs. [persoon] , GZ-psycholoog, werkzaam bij [hulpverlening] , waarin zij ‒onder andere‒ verklaard“Betrokkene is door mij overeenkomstig het Protocol Deskundigen Transgenders voorgelicht omtrent de reikwijdte en betekenis van het tot het andere geslacht behoren, en heeft jegens mij ervan blijk gegeven deze voorlichting te hebben begrepen. Eveneens heeft betrokkene er jegens mij blijk van gegeven de wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte weloverwogen te blijven wensen.Ik heb geen reden om aan de gegrondheid van de overtuiging van vermelde persoon te twijfelen.”



4.4.
De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Vlissingen heeft schriftelijk aangegeven geen verweer te voeren tegen toewijzing van de verzoeken.



4.5.
De rechtbank stelt vast dat er op dit moment geen wettelijke grondslag bestaat voor het verzoek om de vermelding van het geslacht op de geboorteakte te wijzigen in een non-binaire geslachtsidentiteit in de vorm van een ‘X’.



4.6.
Het is in beginsel aan de wetgever om voor geslachtsneutrale registratie in de geboorteakte een voorziening te treffen. Hoewel daartoe eerder wel initiatief was genomen, is er op dit moment geen wetgevingsproces gaande betreffende de geslachtsneutrale registratie.



4.7.
Zolang er geen wetgeving op dit punt is, is het aan de rechter om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen, met inbegrip van de mogelijkheid om de beslissing op het verzoek aan te houden, zo heeft de Hoge Raad geoordeeld in de prejudiciële beslissing van 4 maart 2022 (ECLI:NL:HR:2022:336), recentelijk bevestigd in de prejudiciële beslissing van 19 december 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1959).



4.8.

De rechtbank is, in lijn met de recente jurisprudentie, van oordeel dat het verzoek tot wijziging van de geslachtsaanduiding in ‘X’ op dezelfde wijze dient te worden benaderd als is omschreven in de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW, welke artikelen zien op personen die de overtuiging hebben tot “het andere geslacht” te behoren.
Anders dan de rechtzoekende heeft betoogd, legt artikel 8 EVRM geen positieve verplichting aan de Staat op om non-binaire geslachtsregistratie mogelijk te maken (EHRM 31 januari 2023, ECLI:CE:ECHR:2023:0131JUD007688817; zie in dit verband ook Hof Amsterdam 23 mei 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1266). Wel is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een ongerechtvaardigd onderscheid tussen personen die de overtuiging hebben tot het andere (binaire) geslacht te behoren en personen die de overtuiging hebben buiten de exclusief mannelijke of vrouwelijke geslachtsaanduiding te vallen, nu de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW enkel een keuze voor ‘vrouwelijk’ of ‘mannelijk’ toestaan en niet voorzien in de mogelijkheid om te kiezen voor een non-binaire geslachtsaanduiding. Dit onderscheid acht de rechtbank in strijd met artikel 26 van het IVBPR en artikel 1 lid 2 van Protocol nr. 12 bij het EVRM. De rechtbank zal de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW daarom analoog toepassen op het onderhavige verzoek. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat al geruime tijd sprake is van maatschappelijke erkenning en een trend naar juridische erkenning van een neutraal geslachtelijke identiteit, zoals onder meer blijkt uit de ontwikkelingen in de rechtspraak en de ondertekening van het “Regenboog Stembusakkoord 2025” door de lijsttrekkers van zeven landelijke politieke partijen, waaronder de drie huidige regeringspartijen.



4.9.
De rechtbank is van oordeel dat de rechtzoekende met de toelichting in het verzoekschrift en de overgelegde deskundigenverklaring voldoende heeft onderbouwd dat die de duurzame overtuiging heeft een genderneutrale persoon te zijn en dat de vermelding van het vrouwelijke geslacht op diens geboorteakte niet met deze overtuiging in overeenstemming is.



4.10.
Gelet op al het voorgaande, is de rechtbank van oordeel dat de rechtzoekende er een zwaarwegend belang bij heeft dat de geboorteakte in overeenstemming wordt gebracht met diens non-binaire genderidentiteit. Het verzoek van de rechtzoekende om diens geslacht te wijzigen in ‘X’ wordt daarom toegewezen.



4.11.
Het verzoek te bepalen dat de gewijzigde gegevens aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Vlissingen worden doorgegeven ten behoeve van aanpassing van de geboorteakte en verwerking in de Basisregistratie Personen, zal bij gebrek aan belang worden afgewezen, omdat deze verplichting voor de griffier al uit de wet volgt.




5
5 De beslissing


De rechtbank:



5.1
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Vlissingen om aan de akte, ingeschreven in het onder hem berustende register van geboorten van het jaar 1983 met [nummer] , een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht van de rechtzoekende, in die zin dat het geslacht zal zijn: ‘X’;



5.2
wijst het meer of anders verzochte af.









Deze beschikking is gegeven door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Dijkwel, griffier, in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026.


























































Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:



door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,


door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.



Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch