Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:3971

2026-05-07 Bestuursrecht BRE 26/1127
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-05-07
Publicatiedatum
2026-05-11
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BRE 26/1127
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

NO NTB EZWB; ambtshalve te nemen besluit en geen wettelijk vastgestelde beslistermijn.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.204 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Bestuursrecht


zaaknummer: BRE 26/1127


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2026 in de zaak tussen



[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde] ),


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.





Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het UWV volgens haar niet op tijd een beslissing heeft genomen over de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWB) van haar (ex-)werknemer, [naam] .



1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.





Beoordeling door de rechtbank


2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.




Is het beroep ontvankelijk?



2.1.
Eiseres heeft naar het UWV ingebrekestellingen verzonden. Volgens eiseres kan (ook) tegen het niet tijdig nemen van een ambtshalve te nemen besluit beroep worden ingesteld.



2.2.
Het UWV geeft in het verweerschrift van 13 maart 2026 aan dat een ingebrekestelling en een dwangsom niet aan de orde is. Het gaat bij de EZWB namelijk om een ambtshalve te nemen beslissen en geen beslissing op aanvraag.



2.3.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 4 mei 2010 bepaald dat tegen het niet tijdig nemen van een ambtshalve besluit geen beroep kan worden ingesteld indien in de wet geen termijn is gesteld waarbinnen een dergelijk besluit moet zijn genomen.



2.4.
De rechtbank stelt vast dat het te nemen besluit geen besluit op een aanvraag aanvraag is, maar een ambtshalve te nemen besluit. Daarvoor is geen wettelijk vastgestelde beslistermijn. Omdat in deze zaak geen besluit is aangevraagd, gaat in dit geval ook niet op dat dan uitgegaan kan worden van de termijn van artikel 4:13, lid 2 van de Awb. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.





Conclusie en gevolgen


3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.





Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 7 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.




De griffier is niet in de gelegenheid
deze uitspraak mede te ondertekenen.










griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.


Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.


ECLI:NL:RVS:2010:BM3260.