Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:3648

2026-04-29 Civiel recht C/02/447683 HA RK 26-84 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-04-29
Publicatiedatum
2026-05-01
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Verschoning
Zaaknummer
C/02/447683 HA RK 26-84 (E)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verschoningsverzoek toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.280 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Verschoningskamer



Locatie: Breda



Procedurenummer: C/02/447683 HA RK 26-84




beslissing van 29 april 2026




in de zaak van




mr. Van der Kind

rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Zeeland-West-Brabant
hierna: de rechter



belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk 12044339 AZ VERZ 26-1 van





[persoon]


gemachtigde: mr. P.P.H. Verheijden,



tegen





[bedrijf] B.V.

gemachtigde: mr. A.D. Putker-Blees.






1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 28 april 2026.



1.2
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verschoningsverzoek plaatsgevonden.






2Het verschoningsverzoek


2.1
De rechter heeft het volgende aan zijn verschoningsverzoek ten grondslag gelegd. Hij heeft in 2025 in de hoedanigheid van advocaat een werknemer bijgestaan in een geschil tegen de verwerende partij in de hoofdzaak.






3Het wettelijk kader


3.1
Op grond van artikel 40, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv. Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.






4De beoordeling


4.1
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.



4.2
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.



4.3
Uit het verschoningsverzoek van de rechter blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat hij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in de hoofdzaak te oordelen, aangezien hij in het recente verleden als advocaat betrokken is geweest bij een andere procedure tegen verweerder in de hoofdzaak. De verschoningskamer ziet hierin, mede gelet op de onderbouwing van het verzoek, een genoegzame grond voor verschoning. De rechter heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het hem aan onpartijdigheid ontbreekt. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.






5De beslissing


De verschoningskamer:



5.1
wijst het verzoek tot verschoning toe;



5.2
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;



5.3

beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
 de rechter;
 de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
 de partijen in de hoofdzaak.




Deze beslissing is genomen in raadkamer op 29 april 2026 door mr. Van Kralingen, rechter en voorzitter, en mr. Kok en mr. Breeman, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

















De griffier is verhinderd om deze


beslissing mede te ondertekenen.



voorzitter









Afschrift verzonden aan partijen op:





Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.