Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:3134

2026-04-07 Strafrecht 25-033552 en 25-033553
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-04-07
Publicatiedatum
2026-04-17
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zaaknummer
25-033552 en 25-033553
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Artikel 530 en 533 Sv. Gedeeltelijk gegrond

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.471 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht


Zittingsplaats Middelburg



parketnummer : 02-252258-25
raadkamernummers : 25-033552 en 25-033553




beslissing van de enkelvoudige raadkamer op de verzoeken op grond van artikel 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:






[verzoeker] ,

geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] ,
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. S.J. Nijssen, advocaat te Goes (Wulfaertstraat 3, 4461 HS Goes),



hierna te noemen: de verzoeker.





1De procedure


De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het op 23 december 2025 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 130,00, € 130,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling;
 het op 23 december 2025 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:


€ 3.899,83 zijnde de kosten voor rechtsbijstand;


€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;




het sepot van 25 september 2025;


de schriftelijke reactie van de officier van justitie;


de overige stukken in het raadkamerdossier.




Op 24 maart 2026 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. R.S. Jacobs en mr. S.J. Nijssen als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.



Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.



De raadsman heeft desgevraagd ter terechtzitting een toelichting geven met betrekking tot de gevraagde kosten voor rechtsbijstand. De kosten zien op de arbeidszaak die verzoeker ten gevolge van de onterechte inverzekeringstelling heeft moeten maken. Verzoeker is van mening dat deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen, omdat deze kosten voortvloeien uit de geseponeerde strafzaak.



De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de kosten voor rechtsbijstand niet voor vergoeding in aanmerking komen. De kosten zien in zijn geheel niet op de strafzaak. De kosten betreffen de arbeidszaak en dat zijn geen kosten die rechtstreeks verband houden met de strafzaak.





2De beoordeling


De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.



De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.



Op grond van artikel 533 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden worden toegekend. Voorwaarde hierbij is dat de zaak van de gewezen verdachte is geseponeerd of dat die verdachte niet is veroordeeld.



Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.



Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.



De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de dagen die hij onterecht in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.



Bij het bepalen van het aantal dagen dat de verzoeker in een politiecel of huis van bewaring heeft doorgebracht, wordt zowel de dag waarop de inverzekeringstelling is aangevangen als de dag van de invrijheidstelling als een volledige dag vergoed. Ook indien de inverzekeringstelling is aangevangen en geëindigd op één en dezelfde dag en beperkt is gebleven tot enkele uren wordt er naar de maatstaf van een volledige dag vergoed.



Verzoeker heeft 1 dag in verzekering doorgebracht, waarvan 1 dag op het politiebureau. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 130,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau.



De gevraagde vergoeding is conform de LOVS-uitgangspunten. De rechtbank ziet geen reden daarvan af te wijken. De rechtbank zal naar billijkheid een bedrag toekennen van

€ 130,00.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 3.899,83 wordt afgewezen. Deze kosten zijn gemaakt voor de behandeling van een arbeidszaak en staan dus niet in rechtstreeks verband met de strafzaak. Dergelijke kosten vallen niet onder de reikwijdte van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering.



Voor de kosten verbonden aan de indiening en de behandeling van de verzoekschriften in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend.





3De beslissing


De rechtbank:



wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv toe tot een bedrag van € 130,00, bestaande uit:
- € 130,00, wegens ondergane inverzekeringstelling;



wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 680,00, zijnde de kosten verbonden aan de indiening en de behandeling van de verzoekschriften in raadkamer.



wijst de verzoeken voor het overige af;



bepaalt dat een bedrag van € 130,00 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [iban 1] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Zeeuwse Advocaten onder vermelding van “ [verzoeker] /OM”;



bepaalt dat een bedrag van € 680,00 zal worden overgemaakt op rekeningnummer [iban 2] ten name van Advocatenkantoor Zeeland te Goes onder vermelding van “ [verzoeker] /OM”.



Deze beslissing is op 7 april 2026 genomen door mr. J. Bergen, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 7 april 2026.




De griffier is buiten staat te tekenen.













INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.