Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:3025
2026-04-15
Civiel recht; Verbintenissenrecht
11915192 \ CV EXPL 25-3304 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Overeenkomst van opdracht. Gedaagde moet onbetaalde facturen grotendeels betalen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (15.821 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11915192 \ CV EXPL 25-3304
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
[V.O.F.]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [V.O.F.] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
ROLSTOELREINIGING B.V.,
te Wijk en Aalburg,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Rolstoelreiniging,
procederend in persoon.
1De zaak in het kort
1.1.
Tussen [V.O.F.] en Rolstoelreiniging is een overeenkomst van opdracht gesloten. Daarvoor heeft [V.O.F.] facturen gestuurd. Rolstoelreiniging heeft twee facturen niet betaald. Rolstoelreiniging wil de facturen niet betalen omdat deze volgens haar onjuist zijn. De kantonrechter is van oordeel dat Rolstoelreiniging de facturen grotendeels moet betalen en de medegevorderde wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten zijn daarom ook grotendeels toewijsbaar. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 april 2025 met producties;- de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek;- de conclusie van dupliek.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1.
Tussen partijen is op 29 januari 2024 een overeenkomst van opdracht voor het uitbesteden van personeel door [V.O.F.] aan Rolstoelreiniging (hierna: de overeenkomst) tot stand gekomen.
3.2.
Het door [V.O.F.] reguliere gehanteerde uurtarief bedraagt € 32,50.
3.3.
Op 5 oktober 2024 heeft [V.O.F.] aan Rolstoelreiniging een e-mailbericht gestuurd ter voorbereiding op het evaluatiegesprek tussen partijen van 7 oktober 2024. Hierin is onder meer het volgende opgenomen:
“(…) Ook gaan wij vanaf nu niet meer alleen te werk op klussen met meer dan 45 producten. Dit kan een enkele keer nog rond de 50 liggen, maar dat is de absolute bovengrens. Dus vanaf 45 producten werken wij als team met een maximum van 90 producten per dag, wordt dit maximale aantal overschreden dan zien wij ons genoodzaakt om het uurtarief te verdubbelen, omdat wij dan ook twee keer zo hard moeten werken en de dag daarna compleet uitgewoond zijn. Aan de flexibiliteit zit een limiet en wij moeten een keer een grens trekken.
Voor spoedklussen brengen wij ook een dubbel tarief in rekening. Dan willen wij graag aan afgelopen dinsdag refereren. Wij zijn de desbetreffende dag om 07:00 begonnen met onze eigen werkzaamheden, we werden om 16:00 gebeld na een zware dag, dat er paniek bij de klant was en of wij met spoed naar Almelo konden komen. Uiteindelijk waren wij om 06:15 in de ochtend pas thuis. Dit heeft onze eigen planning meerdere dagen in de weg gezeten en dat is de reden dat wij dubbel tarief rekenen. (…)”
3.4.
Op 7 oktober 2024 heeft een evaluatiegesprek tussen partijen plaatsgevonden.
3.5.
[V.O.F.] heeft facturen aan Rolstoelreiniging verzonden. Twee facturen heeft Rolstoelreiniging onbetaald gelaten. Het gaat om de factuur met [factuurnummer 1] ter hoogte van € 2.759,04 d.d. 5 oktober 2024 en de factuur met [factuurnummer 2] ter hoogte van € 2.211,94 d.d. 10 oktober 2024.
3.6.
[V.O.F.] heeft Rolstoelreiniging op 25 oktober 2024 in gebreke gesteld. Bij brief van diezelfde datum heeft [V.O.F.] de ontbinding van de overeenkomst ingeroepen.
4Het geschil
4.1.
[V.O.F.] vordert - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad, Rolstoelreiniging te -veroordelen om te betalen € 5.813,92 (bestaande uit € 4.970,98 aan hoofdsom, € 220,84 aan wettelijke handelsrente en € 622,10 aan buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 4.970,98 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van voldoening. Verder vordert [V.O.F.] een verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen partijen op 25 oktober 2024 buitengerechtelijk is ontbonden en vordert zij de proceskosten.
4.2.
[V.O.F.] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Rolstoelreiniging is akkoord gegaan met een prijsverhoging waardoor zij gehouden is de facturen te betalen. Daarnaast heeft [V.O.F.] de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden wegens een tekortkoming aan de zijde van Rolstoelreiniging.
4.3.
Rolstoelreiniging betwist dat zij akkoord is gegaan met een prijsverhoging en wil slechts een deel van de facturen betalen.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
De overeenkomst tussen partijen is ontbonden
5.1.
[V.O.F.] stelt dat zij de overeenkomst tussen partijen op 25 oktober 2024 buitengerechtelijk heeft ontbonden. Dit wordt door Rolstoelreiniging niet betwist en zij voert daartegen geen verweer. Daarom staat vast dat de overeenkomst op 25 oktober 2024 is ontbonden. De ontbinding van de overeenkomst leidt op grond van artikel 6:271 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) tot de verplichting van partijen om de door hen ontvangen prestaties ongedaan te maken. [V.O.F.] heeft opdrachten uitgevoerd in opdracht van Rolstoelreiniging. Die prestatie kan naar haar aard niet ongedaan worden gemaakt, zodat op grond van art. 6:272 BW daarvoor een vergoeding in de plaats treedt. Partijen zijn het erover eens dat Rolstoelreiniging een vergoeding verschuldigd is, maar zij twisten over de hoogte van de openstaande facturen.
De hoogte van de facturen
5.2.
[V.O.F.] stelt dat partijen voor bepaalde opdrachten een dubbel tarief zijn overeengekomen. Dit onderbouwt zij als volgt. Op 5 oktober 2024 heeft [V.O.F.] aan Rolstoelreiniging een e-mail gestuurd ter voorbereiding op het evaluatiegesprek. Daarin heeft zij benoemd dat zij de tarieven gaat verhogen als de maximale bovengrens voor opdrachten, meer dan 90 te reinigen objecten per dag, wordt overschreden of in geval van spoedopdrachten. Op 7 oktober 2024 heeft een evaluatiegesprek plaatsgevonden tussen partijen. Tijdens dat gesprek is gesproken over de gewijzigde tarieven. Rolstoelreiniging heeft toen geen bezwaar gemaakt tegen de verhoogde tarieven in voorkomende gevallen. Dat Rolstoelreiniging geen bezwaar had tegen een verhoogd tarief, blijkt ook uit het feit dat [V.O.F.] op 7 oktober en 8 oktober 2024 opdrachten heeft uitgevoerd voor Rolstoelreiniging waarbij zij meer dan 90 objecten heeft gereinigd. [V.O.F.] had het recht om het tarief te verdubbelen en Rolstoelreiniging heeft daartegen geen bezwaar gemaakt en heeft de opdracht bovendien niet ingetrokken. Ook bij een eerdere spoedopdracht heeft [V.O.F.] werkzaamheden tegen dubbel tarief verricht waarmee Rolstoelreiniging heeft ingestemd.
5.3.
Rolstoelreiniging erkent dat zij een deel van de factuur moet betalen maar betwist dat zij akkoord is gegaan met een dubbel tarief. Tijdens het evaluatiegesprek is de tariefsverhoging niet besproken, aldus Rolstoelreiniging. Bovendien blijkt uit de uitgevoerde opdrachten niet dat Rolstoelreiniging de tariefsverhoging heeft aanvaard. Wat betreft de werkzaamheden op 7 en 8 oktober 2024 voert Rolstoelreiniging aan dat deze werkzaamheden lang van tevoren waren gepland en dat annulering van de opdracht op zo’n korte termijn simpelweg niet mogelijk was. Ten aanzien van de spoedopdracht wijst Rolstoelreiniging erop dat de werktijden vrijwel altijd ‘s avonds en ’s nachts zijn omdat alleen dan zorghulpmiddelen beschikbaar zijn voor reiniging. Ook was de dienst niet extreem lang omdat er niet langer dan 10 uur is gewerkt. Gelet hierop kan de uitvoering van de opdrachten dan ook niet worden aangemerkt als aanvaarding van het dubbele tarief, aldus Rolstoelreiniging.
5.4.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De factuur met [factuurnummer 1] heeft betrekking op drie opdrachten. Alleen voor de opdracht van 1 oktober 2024 is een dubbel tarief in rekening gebracht. De andere opdrachten zijn tegen het normale tarief van € 32,50 per uur gefactureerd. [V.O.F.] heeft pas op 5 oktober 2024 aangekondigd dat zij een hoger tarief in rekening zou brengen. De opdracht van 1 oktober 2024 dateert van vóór deze aankondiging. Daarom kon [V.O.F.] voor deze opdracht geen dubbel tarief in rekening brengen.
5.5.
De factuur met [factuurnummer 2] heeft betrekking op twee opdrachten. Alleen voor de opdracht van 7 oktober 2024 is een dubbel tarief in rekening gebracht. Deze opdracht is uitgevoerd na het e-mailbericht van 5 oktober 2024. In dit bericht heeft [V.O.F.] weliswaar een tariefsverhoging aangekondigd, maar niet is gebleken dat Rolstoelreiniging daarmee akkoord is gegaan. Het ligt op de weg van [V.O.F.] om te onderbouwen dat er een nieuwe prijsafspraak is gemaakt. Gelet op de gemotiveerde betwisting van Rolstoelreiniging heeft [V.O.F.] dit onvoldoende onderbouwd. Het enkele feit dat Rolstoelreiniging heeft ingestemd met de spoedopdracht en dat zij de opdrachten na 5 oktober 2024 heeft laten doorgaan, betekent nog niet dat zij heeft ingestemd met de tariefsverhoging. Rolstoelreiniging heeft immers gemotiveerd onderbouwd waarom zij deze opdrachten heeft uitgevoerd. Ook is niet komen vast te staan dat partijen tijdens het evaluatiegesprek van 7 oktober 2024 overeenstemming hebben bereikt over de verdubbeling van het tarief.
5.6.
Gelet op het voorgaande staat niet vast dat partijen een tariefsverhoging zijn overeengekomen. Rolstoelreiniging is daarom slechts gehouden tot betaling van de facturen conform het oorspronkelijk overeengekomen tarief van € 32,50 per uur. Voor de factuur met [factuurnummer 1] is dit een bedrag van € 422,50 + € 617,50 (19 uren × € 32,50) + € 520,00 = € 1.887,60 incl. btw. Voor de factuur met [factuurnummer 2] is dit een bedrag van € 650,00 (20 uren × € 32,50) + € 471,25 = € 1.356,71 incl. btw. De vordering van [V.O.F.] is daarom toewijsbaar tot een bedrag van in totaal € 3.244,31 incl. btw.
De wettelijke handelsrente
5.7.
De op de facturen vermelde termijn van 14 dagen is door [V.O.F.] eenzijdig vastgesteld. Omdat Rolstoelreiniging heeft verzocht om een termijn van 30 dagen en [V.O.F.] daar niet mee akkoord is gegaan, is geen uiterste betaaldatum overeengekomen. Op grond van artikel 6:119a lid 2 BW is de handelsrente daarom verschuldigd na de dag volgend op die waarop de schuldenaar de factuur moet hebben ontvangen. De kantonrechter zal de rente daarom als volgt toewijzen. De rente over het toegewezen bedrag van € 1.887,60 van factuur [factuurnummer 1] wordt toegewezen vanaf 5 november 2024 tot de datum van dagvaarding. De rente over het toegewezen bedrag van € 1.356,71 van factuur [factuurnummer 2] wordt vanaf 10 november 2024 tot de datum van dagvaarding toegewezen.
De buitengerechtelijke incassokosten
5.8.
De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat de eisende partij voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief dat hoort bij de toewijsbaar geoordeelde hoofdsom. Het bedrag zal daarom worden toegewezen tot het wettelijke tarief van € 449,43 dat aansluit bij de toewijsbaar geoordeelde hoofdsom.
De proceskosten
5.9.
Rolstoelreiniging is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [V.O.F.] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
122,35
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
€
144,00
(0,5 punt × € 288,00 plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.385,35
Uitvoerbaarheid bij voorraad
5.10.
Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist.
6De beslissing
De kantonrechter
6.1.
verklaart voor recht dat de overeenkomst op 25 oktober 2024 buitengerechtelijk is ontbonden;
6.2.
veroordeelt Rolstoelreiniging om aan [V.O.F.] te betalen een bedrag van € 3.244,31, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
6.3.
veroordeelt Rolstoelreiniging om aan [V.O.F.] te betalen de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 1.887,60 vanaf 5 november 2024 tot de datum van dagvaarding en de wettelijke handelsrente over € 1.356,71 vanaf 10 november 2024 tot de datum van dagvaarding;
6.4.
veroordeelt Rolstoelreiniging tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten aan [V.O.F.] van € 449,43;
6.5.
veroordeelt Rolstoelreiniging in de proceskosten van € 1.385,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Rolstoelreiniging niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Badal en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11915192 \ CV EXPL 25-3304
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
[V.O.F.]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [V.O.F.] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
ROLSTOELREINIGING B.V.,
te Wijk en Aalburg,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Rolstoelreiniging,
procederend in persoon.
1De zaak in het kort
1.1.
Tussen [V.O.F.] en Rolstoelreiniging is een overeenkomst van opdracht gesloten. Daarvoor heeft [V.O.F.] facturen gestuurd. Rolstoelreiniging heeft twee facturen niet betaald. Rolstoelreiniging wil de facturen niet betalen omdat deze volgens haar onjuist zijn. De kantonrechter is van oordeel dat Rolstoelreiniging de facturen grotendeels moet betalen en de medegevorderde wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten zijn daarom ook grotendeels toewijsbaar. Hieronder legt de kantonrechter dit oordeel uit.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 april 2025 met producties;- de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek;- de conclusie van dupliek.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3De feiten
3.1.
Tussen partijen is op 29 januari 2024 een overeenkomst van opdracht voor het uitbesteden van personeel door [V.O.F.] aan Rolstoelreiniging (hierna: de overeenkomst) tot stand gekomen.
3.2.
Het door [V.O.F.] reguliere gehanteerde uurtarief bedraagt € 32,50.
3.3.
Op 5 oktober 2024 heeft [V.O.F.] aan Rolstoelreiniging een e-mailbericht gestuurd ter voorbereiding op het evaluatiegesprek tussen partijen van 7 oktober 2024. Hierin is onder meer het volgende opgenomen:
“(…) Ook gaan wij vanaf nu niet meer alleen te werk op klussen met meer dan 45 producten. Dit kan een enkele keer nog rond de 50 liggen, maar dat is de absolute bovengrens. Dus vanaf 45 producten werken wij als team met een maximum van 90 producten per dag, wordt dit maximale aantal overschreden dan zien wij ons genoodzaakt om het uurtarief te verdubbelen, omdat wij dan ook twee keer zo hard moeten werken en de dag daarna compleet uitgewoond zijn. Aan de flexibiliteit zit een limiet en wij moeten een keer een grens trekken.
Voor spoedklussen brengen wij ook een dubbel tarief in rekening. Dan willen wij graag aan afgelopen dinsdag refereren. Wij zijn de desbetreffende dag om 07:00 begonnen met onze eigen werkzaamheden, we werden om 16:00 gebeld na een zware dag, dat er paniek bij de klant was en of wij met spoed naar Almelo konden komen. Uiteindelijk waren wij om 06:15 in de ochtend pas thuis. Dit heeft onze eigen planning meerdere dagen in de weg gezeten en dat is de reden dat wij dubbel tarief rekenen. (…)”
3.4.
Op 7 oktober 2024 heeft een evaluatiegesprek tussen partijen plaatsgevonden.
3.5.
[V.O.F.] heeft facturen aan Rolstoelreiniging verzonden. Twee facturen heeft Rolstoelreiniging onbetaald gelaten. Het gaat om de factuur met [factuurnummer 1] ter hoogte van € 2.759,04 d.d. 5 oktober 2024 en de factuur met [factuurnummer 2] ter hoogte van € 2.211,94 d.d. 10 oktober 2024.
3.6.
[V.O.F.] heeft Rolstoelreiniging op 25 oktober 2024 in gebreke gesteld. Bij brief van diezelfde datum heeft [V.O.F.] de ontbinding van de overeenkomst ingeroepen.
4Het geschil
4.1.
[V.O.F.] vordert - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad, Rolstoelreiniging te -veroordelen om te betalen € 5.813,92 (bestaande uit € 4.970,98 aan hoofdsom, € 220,84 aan wettelijke handelsrente en € 622,10 aan buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 4.970,98 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van voldoening. Verder vordert [V.O.F.] een verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen partijen op 25 oktober 2024 buitengerechtelijk is ontbonden en vordert zij de proceskosten.
4.2.
[V.O.F.] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Rolstoelreiniging is akkoord gegaan met een prijsverhoging waardoor zij gehouden is de facturen te betalen. Daarnaast heeft [V.O.F.] de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden wegens een tekortkoming aan de zijde van Rolstoelreiniging.
4.3.
Rolstoelreiniging betwist dat zij akkoord is gegaan met een prijsverhoging en wil slechts een deel van de facturen betalen.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
De overeenkomst tussen partijen is ontbonden
5.1.
[V.O.F.] stelt dat zij de overeenkomst tussen partijen op 25 oktober 2024 buitengerechtelijk heeft ontbonden. Dit wordt door Rolstoelreiniging niet betwist en zij voert daartegen geen verweer. Daarom staat vast dat de overeenkomst op 25 oktober 2024 is ontbonden. De ontbinding van de overeenkomst leidt op grond van artikel 6:271 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) tot de verplichting van partijen om de door hen ontvangen prestaties ongedaan te maken. [V.O.F.] heeft opdrachten uitgevoerd in opdracht van Rolstoelreiniging. Die prestatie kan naar haar aard niet ongedaan worden gemaakt, zodat op grond van art. 6:272 BW daarvoor een vergoeding in de plaats treedt. Partijen zijn het erover eens dat Rolstoelreiniging een vergoeding verschuldigd is, maar zij twisten over de hoogte van de openstaande facturen.
De hoogte van de facturen
5.2.
[V.O.F.] stelt dat partijen voor bepaalde opdrachten een dubbel tarief zijn overeengekomen. Dit onderbouwt zij als volgt. Op 5 oktober 2024 heeft [V.O.F.] aan Rolstoelreiniging een e-mail gestuurd ter voorbereiding op het evaluatiegesprek. Daarin heeft zij benoemd dat zij de tarieven gaat verhogen als de maximale bovengrens voor opdrachten, meer dan 90 te reinigen objecten per dag, wordt overschreden of in geval van spoedopdrachten. Op 7 oktober 2024 heeft een evaluatiegesprek plaatsgevonden tussen partijen. Tijdens dat gesprek is gesproken over de gewijzigde tarieven. Rolstoelreiniging heeft toen geen bezwaar gemaakt tegen de verhoogde tarieven in voorkomende gevallen. Dat Rolstoelreiniging geen bezwaar had tegen een verhoogd tarief, blijkt ook uit het feit dat [V.O.F.] op 7 oktober en 8 oktober 2024 opdrachten heeft uitgevoerd voor Rolstoelreiniging waarbij zij meer dan 90 objecten heeft gereinigd. [V.O.F.] had het recht om het tarief te verdubbelen en Rolstoelreiniging heeft daartegen geen bezwaar gemaakt en heeft de opdracht bovendien niet ingetrokken. Ook bij een eerdere spoedopdracht heeft [V.O.F.] werkzaamheden tegen dubbel tarief verricht waarmee Rolstoelreiniging heeft ingestemd.
5.3.
Rolstoelreiniging erkent dat zij een deel van de factuur moet betalen maar betwist dat zij akkoord is gegaan met een dubbel tarief. Tijdens het evaluatiegesprek is de tariefsverhoging niet besproken, aldus Rolstoelreiniging. Bovendien blijkt uit de uitgevoerde opdrachten niet dat Rolstoelreiniging de tariefsverhoging heeft aanvaard. Wat betreft de werkzaamheden op 7 en 8 oktober 2024 voert Rolstoelreiniging aan dat deze werkzaamheden lang van tevoren waren gepland en dat annulering van de opdracht op zo’n korte termijn simpelweg niet mogelijk was. Ten aanzien van de spoedopdracht wijst Rolstoelreiniging erop dat de werktijden vrijwel altijd ‘s avonds en ’s nachts zijn omdat alleen dan zorghulpmiddelen beschikbaar zijn voor reiniging. Ook was de dienst niet extreem lang omdat er niet langer dan 10 uur is gewerkt. Gelet hierop kan de uitvoering van de opdrachten dan ook niet worden aangemerkt als aanvaarding van het dubbele tarief, aldus Rolstoelreiniging.
5.4.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De factuur met [factuurnummer 1] heeft betrekking op drie opdrachten. Alleen voor de opdracht van 1 oktober 2024 is een dubbel tarief in rekening gebracht. De andere opdrachten zijn tegen het normale tarief van € 32,50 per uur gefactureerd. [V.O.F.] heeft pas op 5 oktober 2024 aangekondigd dat zij een hoger tarief in rekening zou brengen. De opdracht van 1 oktober 2024 dateert van vóór deze aankondiging. Daarom kon [V.O.F.] voor deze opdracht geen dubbel tarief in rekening brengen.
5.5.
De factuur met [factuurnummer 2] heeft betrekking op twee opdrachten. Alleen voor de opdracht van 7 oktober 2024 is een dubbel tarief in rekening gebracht. Deze opdracht is uitgevoerd na het e-mailbericht van 5 oktober 2024. In dit bericht heeft [V.O.F.] weliswaar een tariefsverhoging aangekondigd, maar niet is gebleken dat Rolstoelreiniging daarmee akkoord is gegaan. Het ligt op de weg van [V.O.F.] om te onderbouwen dat er een nieuwe prijsafspraak is gemaakt. Gelet op de gemotiveerde betwisting van Rolstoelreiniging heeft [V.O.F.] dit onvoldoende onderbouwd. Het enkele feit dat Rolstoelreiniging heeft ingestemd met de spoedopdracht en dat zij de opdrachten na 5 oktober 2024 heeft laten doorgaan, betekent nog niet dat zij heeft ingestemd met de tariefsverhoging. Rolstoelreiniging heeft immers gemotiveerd onderbouwd waarom zij deze opdrachten heeft uitgevoerd. Ook is niet komen vast te staan dat partijen tijdens het evaluatiegesprek van 7 oktober 2024 overeenstemming hebben bereikt over de verdubbeling van het tarief.
5.6.
Gelet op het voorgaande staat niet vast dat partijen een tariefsverhoging zijn overeengekomen. Rolstoelreiniging is daarom slechts gehouden tot betaling van de facturen conform het oorspronkelijk overeengekomen tarief van € 32,50 per uur. Voor de factuur met [factuurnummer 1] is dit een bedrag van € 422,50 + € 617,50 (19 uren × € 32,50) + € 520,00 = € 1.887,60 incl. btw. Voor de factuur met [factuurnummer 2] is dit een bedrag van € 650,00 (20 uren × € 32,50) + € 471,25 = € 1.356,71 incl. btw. De vordering van [V.O.F.] is daarom toewijsbaar tot een bedrag van in totaal € 3.244,31 incl. btw.
De wettelijke handelsrente
5.7.
De op de facturen vermelde termijn van 14 dagen is door [V.O.F.] eenzijdig vastgesteld. Omdat Rolstoelreiniging heeft verzocht om een termijn van 30 dagen en [V.O.F.] daar niet mee akkoord is gegaan, is geen uiterste betaaldatum overeengekomen. Op grond van artikel 6:119a lid 2 BW is de handelsrente daarom verschuldigd na de dag volgend op die waarop de schuldenaar de factuur moet hebben ontvangen. De kantonrechter zal de rente daarom als volgt toewijzen. De rente over het toegewezen bedrag van € 1.887,60 van factuur [factuurnummer 1] wordt toegewezen vanaf 5 november 2024 tot de datum van dagvaarding. De rente over het toegewezen bedrag van € 1.356,71 van factuur [factuurnummer 2] wordt vanaf 10 november 2024 tot de datum van dagvaarding toegewezen.
De buitengerechtelijke incassokosten
5.8.
De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat de eisende partij voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief dat hoort bij de toewijsbaar geoordeelde hoofdsom. Het bedrag zal daarom worden toegewezen tot het wettelijke tarief van € 449,43 dat aansluit bij de toewijsbaar geoordeelde hoofdsom.
De proceskosten
5.9.
Rolstoelreiniging is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [V.O.F.] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
122,35
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
€
144,00
(0,5 punt × € 288,00 plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.385,35
Uitvoerbaarheid bij voorraad
5.10.
Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist.
6De beslissing
De kantonrechter
6.1.
verklaart voor recht dat de overeenkomst op 25 oktober 2024 buitengerechtelijk is ontbonden;
6.2.
veroordeelt Rolstoelreiniging om aan [V.O.F.] te betalen een bedrag van € 3.244,31, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
6.3.
veroordeelt Rolstoelreiniging om aan [V.O.F.] te betalen de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 1.887,60 vanaf 5 november 2024 tot de datum van dagvaarding en de wettelijke handelsrente over € 1.356,71 vanaf 10 november 2024 tot de datum van dagvaarding;
6.4.
veroordeelt Rolstoelreiniging tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten aan [V.O.F.] van € 449,43;
6.5.
veroordeelt Rolstoelreiniging in de proceskosten van € 1.385,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Rolstoelreiniging niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Badal en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.