Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:2528

2026-03-03 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/444735 / JE RK 26-215
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-03-03
Publicatiedatum
2026-04-03
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/02/444735 / JE RK 26-215
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwijzen verzoek vervallen verklaring SA wegens geen belang. GI heeft inmiddels voogdij

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.968 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Breda



Zaaknummer: C/02/444735 / JE RK 26-215
Datum uitspraak: 3 maart 2026




Beschikking van de kinderrechter over een schriftelijke aanwijzing




in de zaak van





[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,



en



de gecertificeerde instelling JEUGDBESCHERMING BRABANT, LOCATIE ETTEN-LEUR, gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen de GI.



over





[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .






1Het verloop van de procedure


1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 februari 2026.




1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.





2De feiten


2.1.
De GI heeft op 22 januari 2026 aan de moeder een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige] .



2.2.
Bij beschikking van 2 februari 2026 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de Stichting Jeugdbescherming Brabant.



2.3.

[minderjarige] verblijft thans in het kader van een gesloten plaatsing bij [accommodatie] .





3Het verzoek


3.1.
De moeder verzoekt de schriftelijke aanwijzing van de GI geheel, dan wel gedeeltelijk vervallen te verklaren en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.





4De standpunten


4.1.
Namens de moeder is, samengevat, aangevoerd dat de schriftelijke aanwijzingen zijn genomen in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur omdat de moeder geen redelijke termijn heeft gekregen voor het indienen van een zienswijze. De GI had dit zorgvuldiger moeten voorbereiden. Ook is het besluit ondeugdelijk gemotiveerd doordat de zienswijze van de moeder niet is meegenomen. De moeder ontkent dat er sprake was van psychische druk. Het doen van belastende uitspraken, het dreigen met de verkoop van spullen en dieren en dat er negatieve uitlatingen zijn gedaan over de GI. De belangen van de moeder en [minderjarige] zijn niet, althans onvoldoende meegenomen, doordat de zienswijze van de moeder niet is meegenomen.





5De beoordeling


5.1.
De kinderrechter overweegt het volgende.



Wettelijk kader




5.2.
De GI kan voor de uitvoering van haar taak op grond van artikel 1:263 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) schriftelijke aanwijzingen geven. Zij kan dit doen als de met het gezag belaste ouder niet instemt met dan wel niet of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van het plan zoals bedoeld in artikel 4.1.3 lid 1 van de Jeugdwet. De GI kan ook een schriftelijke aanwijzing geven als dit noodzakelijk is om de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen.



5.3.
Op grond van artikel 1:264 lid 1 BW kan de kinderrechter op verzoek van een met het gezag belaste ouder een schriftelijke aanwijzing geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren. Op grond van het derde lid van dit wetsartikel bedraagt de termijn voor het indienen van het verzoek twee weken, die begint met ingang van de dag na die waarop de beslissing is verzonden of uitgereikt.



Inhoudelijke beoordeling




5.4.
De kinderrechter stelt vast dat de moeder in de beschikking van 2 februari 2026 met nummer C/02/444440 / FA RK 26-450 met ingang van 2 februari 2026 geschorst in het gezag over [minderjarige] tot (in ieder geval) 2 mei 2026 en dat de GI sindsdien de voorlopige voogdij heeft over [minderjarige] .



5.5.
De GI oefent haar bevoegdheden sedert 2 februari 2026 niet meer uit op basis van de ondertoezichtstelling. De gegeven aanwijzing richt zich tegen de ouder met gezag. Dat gezag is geschorst. Aan de aanwijzing is daardoor ieder belang komen te ontvallen. Er is dan ook geen belang meer voor het onderhavige verzoek. De kinderrechter zal het verzoek om die reden afwijzen.







6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
wijst het verzoek af.









Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leuven, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026, in aanwezigheid van mr. Joosen als griffier.














































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open.




Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).