Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2026:2368
2026-03-26
Civiel recht
C/02/446381 / HA RK 26-55 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verschoningsverzoek toegewezen
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.057 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Verschoningskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02/446381 / HA RK 26-55
beslissing van 26 maart 2026
in de zaak van
mr. Vriends
rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant
hierna: de rechter
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk 441125 FA RK 25-5434 van
[persoon 1]
gemachtigde: mr. N.P.C.C. Langenberg,
tegen
[persoon 2]
.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 24 maart 2026.
1.2
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verschoningsverzoek plaatsgevonden.
2Het verschoningsverzoek
2.1
De rechter heeft het volgende aan haar verschoningsverzoek ten grondslag gelegd. De eisende partij in de hoofdzaak is samen met haar opgegroeid in hetzelfde dorp, heeft meerdere jaren bij haar in de klas gezeten en was ook daarna nog een bekende van haar.
3Het wettelijk kader
3.1
Op grond van artikel 40, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv. Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
4. De beoordeling
4.1
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
4.2
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
4.3
Uit het verschoningsverzoek van de rechter blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat zij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in de hoofdzaak te oordelen, aangezien zij één van de partijen van vroeger kent. De verschoningskamer ziet hierin, mede gelet op de onderbouwing van het verzoek, een genoegzame grond voor verschoning. De rechter heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het haar aan onpartijdigheid ontbreekt. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.
5De beslissing
De verschoningskamer:
5.1
wijst het verzoek tot verschoning toe;
5.2
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;
5.3
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
de rechter;
de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
de partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 26 maart 2026 door mr. ing. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Leppens en mr. Sterk, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Verschoningskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02/446381 / HA RK 26-55
beslissing van 26 maart 2026
in de zaak van
mr. Vriends
rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant
hierna: de rechter
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk 441125 FA RK 25-5434 van
[persoon 1]
gemachtigde: mr. N.P.C.C. Langenberg,
tegen
[persoon 2]
.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 24 maart 2026.
1.2
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verschoningsverzoek plaatsgevonden.
2Het verschoningsverzoek
2.1
De rechter heeft het volgende aan haar verschoningsverzoek ten grondslag gelegd. De eisende partij in de hoofdzaak is samen met haar opgegroeid in hetzelfde dorp, heeft meerdere jaren bij haar in de klas gezeten en was ook daarna nog een bekende van haar.
3Het wettelijk kader
3.1
Op grond van artikel 40, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv. Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
4. De beoordeling
4.1
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
4.2
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
4.3
Uit het verschoningsverzoek van de rechter blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat zij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in de hoofdzaak te oordelen, aangezien zij één van de partijen van vroeger kent. De verschoningskamer ziet hierin, mede gelet op de onderbouwing van het verzoek, een genoegzame grond voor verschoning. De rechter heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het haar aan onpartijdigheid ontbreekt. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.
5De beslissing
De verschoningskamer:
5.1
wijst het verzoek tot verschoning toe;
5.2
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;
5.3
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
de rechter;
de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
de partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 26 maart 2026 door mr. ing. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Leppens en mr. Sterk, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.