Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:2301

2026-03-11 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11959940 \ CV EXPL 25-3995 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-03-11
Publicatiedatum
2026-03-27
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11959940 \ CV EXPL 25-3995 (E)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Gedaagde partij betwist dat hij iets heeft besteld en heeft ontvangen van Zalando. De kantonrechter acht dit niet geloofwaardig, mede omdat gedaagde partij een bestelling op een latere datum van hetzelfde kledingmerk en dezelfde maat (XXL) heeft geplaatst...

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.674 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Middelburg



Zaaknummer: 11959940 \ CV EXPL 25-3995




Vonnis van 11 maart 2026




in de zaak van




LIQUANDUM CAPITAL GMBH,
te Berlijn (Duitsland),
eisende partij,
hierna te noemen: Liquandum,
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor Rosmalen,



tegen





[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.




1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
Liquandum is in de plaats getreden van de vennootschap naar buitenlands recht Zalando Payments GmbH, welke op haar beurt de rechtsopvolger is van Zalando SE. Op grond van cessie en mededeling is Liquandum rechthebbende geworden van de vordering in deze procedure.



2.2.
Zalando is een detailhandel waarbij haar klanten via postorder en internet een bestelling kunnen plaatsen.






3Het geschil


3.1.
Liquandum vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 258,22, vermeerderd met rente en kosten.



3.2.
Liquandum legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] op 8 april en 19 april 2023 twee bestellingen van € 118,95 en € 69,95 via de website van Zalando heeft verricht. [gedaagde] heeft de goederen ontvangen en gehouden. Ondanks aanmaning tot betaling heeft [gedaagde] niet betaald. Liquandum vordert om die reden ook veroordeling tot betaling van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 29,32 aan wettelijke rente tot en met 9 oktober 2025.



3.3.

[gedaagde] voert als verweer aan dat hij niets bij Zalando heeft besteld en ook geen goederen van Zalando heeft ontvangen.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



De Nederlandse kantonrechter is bevoegd en moet Nederlands recht toepassen



4.1.
Aangezien Liquandum is gevestigd in Duitsland en [gedaagde] in Nederland woont, heeft deze zaak een internationaal karakter. De kantonrechter moet daarom ambtshalve beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is om deze zaak te behandelen. De kantonrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen op grond van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Verordening Brussel I bis). Dit geschil ziet namelijk op een consumentenovereenkomst in de zin van deze verordening en de rechtsvordering wordt ingesteld tegen [gedaagde] als consument die woonachtig is in Nederland.



4.2.
Verder moet worden beoordeeld welk recht van toepassing is. Liquandum heeft door middel van cessie een vordering overgedragen gekregen die is gegrond op een consumentenovereenkomst (tussen Zalando en [gedaagde] ). Voor zover de gecedeerde vordering al een internationaal karakter heeft, geldt dat de betrekking tussen Liquandum en [gedaagde] wordt beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is (de Verordening (EU) nr. 593/2008/Rome I). [gedaagde] heeft ten opzichte van Zalando als consument gehandeld. Daarom is Nederlands recht van toepassing.



De vordering van Liquandum wordt toegewezen




4.3.
De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn stelling dat hij geen bestelling heeft verricht bij Zalando. Uit de stukken blijkt dat bij de bestellingen het afleveradres is ingevuld dat hetzelfde is als het woonadres van [gedaagde] . Ook is er een e-mailadres ingevuld dat kennelijk van [gedaagde] is. De kantonrechter gaat hier vanuit aangezien [gedaagde] dit niet heeft betwist. Zalando heeft de bestellingen bevestigd en ook de betalingsherinneringen verzonden naar dit e-mailadres. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij deze e-mailberichten heeft ontvangen. Indien [gedaagde] geen bestelling zou hebben gedaan bij Zalando, lag het op de weg van [gedaagde] om direct te reageren op deze e-mailberichten. Daarnaast heeft [gedaagde] daarna nog een bestelling bij Zalando verricht op 23 februari 2024. Daarbij zijn dezelfde gegevens gebruikt. Wat daarbij opvalt is dat dat kledingstuk van hetzelfde merk is en dezelfde maat (XXL) als de bestelling van 19 april 2023. Mede gelet hierop acht de kantonrechter het dan ook ongeloofwaardig dat [gedaagde] de bestellingen op 8 april en 19 april 2023 niet heeft verricht en ook niet zou hebben ontvangen. [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van € 188,90 aan hoofdsom en € 29,32 aan wettelijke rente tot en met 9 oktober 2025.




[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen




4.4.
Liquandum vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Liquandum heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 40,00 worden toegewezen.




[gedaagde] moet de proceskosten betalen




4.5.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Liquandum worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


120,78







- griffierecht


€


135,00







- salaris gemachtigde


€


174,00


(2 punten × € 87,00)




- nakosten


€


43,50


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


473,28














5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Liquandum te betalen een bedrag van € 218,22, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 188,90, met ingang van 10 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,



5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Liquandum te betalen een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten,



5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 473,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.