Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:2300

2026-03-25 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11983101 \ CV EXPL 25-3908 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-03-25
Publicatiedatum
2026-03-27
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11983101 \ CV EXPL 25-3908 (E)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Gedaagde partij betwist de vordering die over tandartskosten gaan. Gedaagde partij kan zich niet herinneren of hij op 6 juni 2025 bij de tandarts is geweest. De overgelegde afsprakenhistorie van de tandartsenpraktijk is daarin wel duidelijk. Daarnaast is er kennelijk die dag een kies getrokken bij gedaagde partij...

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.280 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Bergen op Zoom



Zaaknummer: 11983101 \ CV EXPL 25-3908




Vonnis van 25 maart 2026




in de zaak van




INFOMEDICS B.V.,
te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: Infomedics,
gemachtigde: [gemachtigde] , gerechtsdeurwaarder,



tegen





[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.




1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2Het geschil


2.1.
Infomedics vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 127,08, vermeerderd met rente en kosten.



2.2.
Infomedics stelt dat [gedaagde] een (medische) behandeling heeft ondergaan bij [de tandarts] (hierna: de tandarts). De tandarts heeft de vordering door middel van cessie overgedragen aan Infomedics Finance B.V. Tussen Infomedics Finance B.V. en Infomedics is een overeenkomst van lastgeving gesloten, waarin Infomedics de opdracht heeft gekregen om vorderingen, waaronder de onderhavige, in eigen naam te incasseren. Infomedics heeft op 12 juni 2025 een factuur opgemaakt ten bedrage van € 85,73. [gedaagde] heeft deze factuur niet betaald. Infomedics maakt om die reden ook aanspraak op € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 1,35 aan wettelijke rente tot 16 oktober 2025.



2.3.

[gedaagde] voert verweer en betwist de vordering. [gedaagde] kan zich niet herinneren dat hij op 6 juni 2025 bij de tandarts is geweest. De door eisende partij overgelegde afsprakenhistorie wordt betwist. Dit is volgens [gedaagde] slechts een uittreksel uit de computer en bewijst niets. Daarnaast ontbreekt de naam van de natuurlijk persoon in deze procedure waarvoor deze procedure wordt gevoerd.



2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





3De beoordeling


3.1.
De kantonrechter maakt uit de stukken op dat de factuur ziet op een verrichting bij de tandarts voor het trekken van een kies uit de onderkaak. De behandelaar was destijds [persoon] . Ter onderbouwing heeft Infomedics de afsprakenhistorie overgelegd, waaruit blijkt dat [gedaagde] op 6 juni 2025 een afspraak had bij de tandarts en er een behandeling is verricht. Op de factuur wordt onder andere vermeld “H11 el.nr. 47 Trekken tand of kies”. El.nr. (element nummer) 47 zou erop kunnen duiden dat de getrokken kies zich bevond rechtsonder in de kaak. De kantonrechter acht het opmerkelijk dat [gedaagde] zich niet kan herinneren of er op 6 juni 2025 wel of geen kies bij hem is getrokken door de tandarts. [gedaagde] heeft zijn verweer ook niet nader onderbouwd nadat Infomedics een afsprakenhistorie van die dag heeft overgelegd. Indien er bij [gedaagde] geen kies uit zijn rechter onderkaak zou zijn getrokken, had hij dit (eventueel met stukken) kunnen aantonen. Het verweer van [gedaagde] wordt dan ook als onvoldoende onderbouwd gepasseerd. Verder blijkt uit de stukken dat de eisende partij een rechtspersoon is en dat de vordering door [de tandarts] is gecedeerd aan Infomedics Finance B.V. die eveneens een rechtspersoon is. De stelling van [gedaagde] dat de naam van de natuurlijk persoon ontbreekt wordt dan ook niet gevolgd. Het voorgaande maakt dat de vordering tot betaling van € 85,73 aan hoofdsom en € 1,35 aan rente tot 16 oktober 2025, te vermeerderen met verdere rente, wordt toegewezen.



3.2.
Infomedics vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Infomedics heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 40,00 worden toegewezen.



3.3.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Infomedics worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


120,78







- griffierecht


€


135,00







- salaris gemachtigde


€


86,00


(2 punten × € 43,00)




- nakosten


€


21,50


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


363,28









4. De beslissing



De kantonrechter




4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics te betalen een bedrag van € 87,08, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 85,73, met ingang van 16 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,



4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics te betalen een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten,



4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 363,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.