Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:158

2026-01-08 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 25/3465
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-01-08
Publicatiedatum
2026-01-15
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
25/3465
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

herziening en terugvordering AIO-aanvulling

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.060 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Zittingsplaats Breda


Bestuursrecht


zaaknummer: BRE 25/3465


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 januari 2026 in de zaak tussen





[eiser] , uit [woonplaats] , eiser


en




de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Utrecht, de SVB.




Inleiding


1. Deze uitspraak gaat over de herziening en terugvordering van de door eiser ontvangen aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling).



1.1.
Met het besluit van 13 februari 2025 (het primaire besluit) heeft de SVB de AIO-aanvulling van eiser herzien over de periode van juli 2024 tot en met december 2024 en van eiser een bedrag van € 1.332,60 teruggevorderd. Met het bestreden besluit van 6 juni 2025 op het bezwaar van eiser is de SVB bij dat besluit gebleven.



1.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft, via een beeldverbinding, deelgenomen mr. P. Stahl-de Bruin namens de SVB. Eiser was niet aanwezig.



1.4.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.




Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd.

3. Eiser ontving een AIO-aanvulling. Bij de toekenning van die aanvulling heeft de SVB het vermogen van eiser vastgesteld op € 14.938,13. Vervolgens heeft de SVB terecht per maand beoordeeld of het vermogen de vermogensgrens overschreed. Daarbij moet de SVB op grond van de wet alleen kijken naar vermeerdering van de vermogensbestanddelen, de zogenaamde ‘vermogenstoeval’.

4. De aandelen van eiser zijn in waarde gestegen. De SVB heeft hier dus terecht rekening mee gehouden. Dat tegelijkertijd het bedrag op de spaarrekening is gedaald, is op grond van de wet en vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep niet van belang.
De rechtbank begrijpt dat dit voor eiser niet rechtvaardig aanvoelt en zeer teleurstellend is, maar de wet laat zich nu eenmaal niet anders toepassen.

5. De SVB heeft per maand een correcte berekening gemaakt van de overschrijding van de vermogensgrens en van het bedrag dat als gevolg daarvan wordt teruggevorderd.
6. De beroepsgrond van eiser slaagt dus niet.



Conclusie en gevolgen


7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiser niets verandert. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.




Beslissing
De rechtbank verklaart beroep ongegrond.



Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.H. Meulensteen, griffier.














griffier


rechter








Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.




Bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2018:792 en ECLI:NL:CRVB:2024:1673