Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2026:1446

2026-03-04 Bestuursrecht; Omgevingsrecht BRE 25/3158 GEMWT
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2026-03-04
Publicatiedatum
2026-03-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BRE 25/3158 GEMWT
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek handhavend optreden ten aanzien van het bouwen van woningen | Procesbelang | Mondelinge uitspraak

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.439 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda


Bestuursrecht



zaaknummer: BRE 25/3158




proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2026 in de zaak tussen




[eiser] , te [woonplaats] ,
eiser,


en




het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena (college),
verweerder.




Inleiding


1.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit van 2 mei 2025 inzake een door het college afgewezen handhavingsverzoek.



1.2.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 4 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn [getuige] en namens het college mr. F. Ezzarga en mr. I. Achterberg.



1.4.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.




Beoordeling door de rechtbank



Procesbelang




2.1.
Procesbelang is het belang dat een eiser heeft bij de uitkomst van een procedure. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft een partij procesbelang bij een oordeel over zijn beroep als komt vast te staan dat die partij een reëel en actueel belang heeft bij het gelijk. Daarbij gaat het erom of het doel dat de eiser voor ogen staat, met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor hem van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft de eiser die opkomt tegen een besluit, procesbelang bij een beoordeling van zijn beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen.



2.2
Het uitgangspunt bij de omvang van de procedure is het handhavingsverzoek zoals eiser dat heeft ingediend. Eiser stelt in zijn handhavingsverzoek dat de woningen te hoog zijn gebouwd en dat sprake is van een afwijking van het bouwpeil. Daarnaast heeft eiser ter zitting verklaard dat voor hem van belang is dat de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd.



2.3.
De rechtbank overweegt dat een beroepsprocedure niet enkel principiële betekenis kan hebben, maar ook feitelijk ergens toe moet kunnen leiden. Er zijn twee omgevingsvergunningen verleend waarin ook het bouwpeil is opgenomen. Beide omgevingsvergunningen zijn inmiddels onherroepelijk geworden, waardoor het bouwpeil vast is komen te staan. Daarnaast is ter zitting gebleken dat er binnen de gemeente Altena geen afzonderlijke regels voor de hoogte van het maaiveld zijn vastgesteld en dat handhaving op basis van het maaiveld niet mogelijk is. Dit deel van de procedure kan eiser dus ook niks opleveren. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser daarom geen procesbelang bij de beoordeling van zijn beroep.




Conclusie en gevolgen


3.1.
Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Voor vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.



3.2.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.





Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2026 door mr. T.I. van Term, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J.J. van Roij en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.







griffier rechter




Een afschrift van deze mondelinge uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze mondelinge uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze mondelinge uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze mondelinge uitspraak is verzonden.



Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 19 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2508, r.o. 7.