Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2025:884

2025-02-18 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht BRE 24/7782
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2025-02-18
Publicatiedatum
2025-02-18
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BRE 24/7782
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kinderopvangtoeslag, uitspraak pkv

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.312 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Bestuursrecht


zaaknummer: BRE 24/7782 KINDER


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2025 in de zaak tussen



[verzoekster], uit [plaats], verzoekster
(gemachtigde: mr. S.C. Scheermeijer),


en




Dienst Toeslagen (voorheen Belastingdienst/Toeslagen).




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van Dienst Toeslagen in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar (tweede) beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar van Dienst Toeslagen. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat Dienst Toeslagen op 11 december 2024 alsnog een beslissing op bezwaar heeft genomen.



1.1.
De rechtbank heeft Dienst Toeslagen in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Dienst Toeslagen is bereid tot vergoeding van de proceskosten, maar verzoekt de rechtbank om daarbij een wegingsfactor van 0,25 te hanteren.



1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.




Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.



Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?


3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.





Is Dienst Toeslagen aan verzoekster tegemoetgekomen?


4. De rechtbank moet dus beoordelen of Dienst Toeslagen geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.


4.1.
In de uitspraak van deze rechtbank van 18 juli 2023 staat dat Dienst Toeslagen binnen negen weken moet beslissen op het bezwaar van verzoekster van 8 september 2022. Op 8 november 2024 heeft verzoekster (opnieuw) beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar bezwaar. Dienst Toeslagen heeft op 11 december 2024 alsnog een beslissing op bezwaar genomen. Hiermee is Dienst Toeslagen tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.



Welk bedrag aan proceskosten moet Dienst Toeslagen aan verzoekster vergoeden?


5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Dienst Toeslagen moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 453,50, omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde een factor van 0,5 toegepast. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. De rechtbank ziet geen aanleiding om, in afwijking van de hoogste bestuursrechters, een lagere wegingsfactor (0,25 in plaats van 0,5) toe te passen.



Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?


6. De rechtbank wijst erop dat Dienst Toeslagen verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot Dienst Toeslagen wenden.
























Beslissing


De rechtbank veroordeelt Dienst Toeslagen tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.



Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van S.E. van Noort, griffier, op 18 februari 2025, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.












griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.


Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).


Zie uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2288 en de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1091.


Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.