Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2025:2603

2025-03-12 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11341392 CV EXPL 24-3367
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2025-03-12
Publicatiedatum
2025-04-30
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11341392 CV EXPL 24-3367
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Incident. Vordering tot onbevoegdheidverklaring. Partijen zijn in de algemene voorwaarden arbitrage overeengekomen. Rechtbank is onbevoegd.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.205 tekens)
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant


Civiel recht



Zittingsplaats Bergen op Zoom



Zaaknummer: 11341392 CV EXPL 24-3367




Vonnis in het incident van 12 maart 2025




in de zaak van





[persoon] , h.o.d.n. [opdrachtnemer] ,
wonende te [plaats 1] ,
eisende partij in de hoofdzaak,verweerder in het incident,
hierna te noemen: [opdrachtnemer] ,
gemachtigde: mr. A.B. Robijn,



tegen





1de vennootschap onder firma [de opdrachtgever] ,
gevestigd en kantoorhoudende te [plaats 2] ,
2. [vennoot 1] ,
wonende te [plaats 2] ,
3. [vennoot 2] ,

wonende te [plaats 2] ,
gedaagde partijen in de hoofdzaak,eisende partijen in het incident,
hierna samen te noemen: [de opdrachtgever] ,
gemachtigde: mr. S.M.J. Heeren.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 27 september 2024 met producties 1 tot en met 4- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid met producties 1 en 2- de incidentele conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.





2De feiten in het incident


2.1.
Beide partijen exploiteren een bedrijf in de schoonmaakbranche. Gedaagden in de hoofdzaak sub 2 en 3 zijn beherend vennoot van gedaagde in de hoofdzaak sub 1.



2.2.
Partijen hebben een overeenkomst gesloten op grond waarvan [opdrachtnemer] in opdracht van [de opdrachtgever] schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht op diverse locaties.


2.3.

Op deze overeenkomst zijn de “algemene voorwaarden van onderaanneming” vastgesteld door de Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten (OSB) van toepassing. In artikel 15 van deze algemene voorwaarden is het volgende bepaald:

“
Artikel 15 Geschillen

a. Alle geschillen omtrent interpretatie, uitvoering én beëindiging van de overeenkomst zullen, met uitsluiting van de burgerlijke rechter en van Hoger Beroep, ter berechting worden voorgelegd aan de Raad van Arbitrage voor de Schoonmaak- en Bedrijfsdienstenbranche. Een geschil is aanwezig wanneer één van partijen verklaart dat zulks het geval is.

(…)”





2.4.

[opdrachtnemer] heeft voor door haar verrichte werkzaamheden aan [de opdrachtgever] facturen gestuurd van 2 mei, 1 juni en 25 juni 2024 voor een totaalbedrag van € 8.950,99. Van dit bedrag heeft [de opdrachtgever] een bedrag van € 1.710,86 betaald. Zij heeft, ondanks sommaties, door [opdrachtnemer] het restantbedrag onbetaald gelaten. 2.5. In de hoofdzaak vordert [opdrachtnemer] veroordeling van [de opdrachtgever] tot betaling van een bedrag van € 8.290,30, vermeerderd met rente en kosten.





3Het geschil in het incident


3.1.

[de opdrachtgever] vordert dat de kantonrechter zich onbevoegd verklaart. Zij stelt dat tussen partijen een arbitragebeding is overeengekomen, dat deel uitmaakt van de algemene voorwaarden die op de tussen partijen gesloten overeenkomst van toepassing zijn. Conform artikel 15 van de algemene voorwaarden dient het tussen partijen gerezen geschil te worden beslecht door de Raad van Arbitrage voor de Schoonmaak- en Bedrijfsdienstenbranche (hierna: de Raad voor Arbitrage), met uitsluiting van de burgerlijke rechter.



3.2.


[opdrachtnemer] voert verweer. Zij concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering met veroordeling van [de opdrachtgever] in de kosten van het incident.

[opdrachtnemer] voert primair aan dat het beding waar [de opdrachtgever] een beroep op doet niet van toepassing is op dit geschil. Volgens [opdrachtnemer] volgt uit de redactie van de zinsnede in art. 15 sub a van de voorwaarden “geschillen omtrent interpretatie, uitvoering én beëindiging van de overeenkomst”, dat sprake is van drie cumulatieve voorwaarden. [opdrachtnemer] stelt dat in deze zaak niet aan alle drie de voorwaarden is voldaan.
Subsidiair stelt [opdrachtnemer] dat het arbitragebeding niet op de juiste manier is overeengekomen. Met een dergelijke arbitrageovereenkomst wordt afstand gedaan van het recht op toegang tot een bij de wet ingesteld gerecht. Volgens vaste rechtspraak moet die afstand vrijwillig en ondubbelzinnig worden gedaan. Dat is niet gebeurd. Het beding verwijst naar een arbitrage-instituut dat met een eenvoudige Google-zoekopdracht niet is terug te vinden. Uit het reglement waarnaar wordt verwezen wordt ook niet duidelijk waar de Raad van Arbitrage is gevestigd en aan wie of welke locatie een aanvraag tot Arbitrage moet worden gericht.
Meer subsidiair voert [opdrachtnemer] aan dat het beding om voornoemde reden dusdanig onduidelijk en onvoldoende bepaald is dat het leidt tot de onmogelijkheid voor [opdrachtnemer] om dit geschil te laten beslechten. Het beroep van [de opdrachtgever] op het beding is daarom naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Het beding moet buiten toepassing blijven.




3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling in het incident


4.1.
Artikel 1022 Rv bepaalt dat de rechter, bij wie een geschil aanhangig is gemaakt waarover een overeenkomst tot arbitrage is gesloten, zich onbevoegd verklaart indien een partij zich voor alle weren op het bestaan van deze overeenkomst beroept, tenzij de overeenkomst ongeldig is.



4.2.
Tussen partijen is niet in geschil dat de algemene voorwaarden in algemene zin van toepassing zijn op de tussen hen gesloten overeenkomst.



4.3.
De kantonrechter passeert het primaire verweer van [opdrachtnemer] dat het arbitragebeding in deze zaak niet van toepassing is. Dit volgt niet uit de redactie van artikel 15 sub a, zoals [opdrachtnemer] heeft gesteld. De omstandigheid dat [de opdrachtgever] in de door haar gehanteerde algemene voorwaarden aan het woord “en” in de zinsnede “geschillen omtrent interpretatie, uitvoering én beëindiging van de overeenkomst” een accent aigu heeft toegevoegd, maakt niet dat de voorwaarden genoemd in dit artikel als cumulatief moeten worden beschouwd. Dit zou immers betekenen dat arbitrage alleen van toepassing is als het gaat om een geschil omtrent zowel interpretatie, als uitvoering en beëindiging van de overeenkomst. Die uitleg komt de kantonrechter niet logisch voor. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat het arbitragebeding in artikel 15 van toepassing is op dit geschil.



4.4.
Ten aanzien van het subsidiaire verweer van [opdrachtnemer] dat het beding niet op de juiste manier is overeengekomen overweegt de kantonrechter als volgt. [opdrachtnemer] wordt geacht door aanbod en aanvaarding van de overeenkomst van opdracht en de bijbehorende algemene voorwaarden op een vrijwillige en ondubbelzinnige wijze afstand te hebben gedaan van het recht om te procederen bij een bij wet ingesteld gerecht. De omstandigheid dat de contactgegevens van de Raad van Arbitrage via Google en in het reglement waarnaar wordt verwezen niet eenvoudig zijn te vinden, maakt niet dat het beding niet op de juiste manier is overeengekomen. De tekst van het beding op zich is voldoende duidelijk. Het gaat daarnaast om twee professionele partijen en om voorwaarden die algemeen gebruikelijk zijn in de schoonmaakbranche. Van [opdrachtnemer] mag worden verwacht dat zij op een redelijk eenvoudige manier erin slaagt de benodigde contact- en adresgegevens te verkrijgen, bijvoorbeeld door telefonisch contact op te nemen met de branchevereniging Schoonmakend Nederland. De kantonrechter passeert het verweer van [opdrachtnemer] op dit punt.



4.5.
Het meer subsidiaire verweer van [opdrachtnemer] is eveneens gegrond op de stelling dat het arbitragebeding onduidelijk is en onvoldoende is bepaald. De kantonrechter verwijst naar hetgeen zij daarover hiervoor heeft overwogen. Het beding leidt niet tot de onmogelijkheid voor [opdrachtnemer] om dit geschil te beslechten, nu zij zich kan wenden tot de Raad van Arbitrage. Ook dit verweer van [opdrachtnemer] wordt gepasseerd.



4.6.
Uit het voorgaande volgt dat [de opdrachtgever] zich op de arbitrageclausule kan beroepen. De kantonrechter is derhalve onbevoegd om van de vordering van [opdrachtnemer] in de hoofdzaak kennis te nemen. De incidentele vordering zal worden toegewezen.






4.7.


[opdrachtnemer] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De proceskosten van [de opdrachtgever] worden begroot op:
- salaris gemachtigde € 82,00 (1 punt x € 82,00)- nakosten € 41,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)Totaal € 123,00





5De beslissing


De kantonrechter




in het incident



5.1.
wijst de vordering tot onbevoegdheidverklaring toe,


5.2.

veroordeelt [opdrachtnemer] in de proceskosten van het incident, aan de zijde van [de opdrachtgever] tot op heden begroot op € 123,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [opdrachtnemer] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,


in de hoofdzaak




5.3.
verklaart zich onbevoegd om van de vordering van [opdrachtnemer] kennis te nemen.


Dit vonnis is gewezen door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2025.