Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2025:2522
2025-04-23
Strafrecht
02-810922-13
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beslissing op vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:1999:ZD1501 Hoge Raad 08-06-1999
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.512 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-810922-13
vonnis van de rechtbank d.d. 23 april 2025
in de ontnemingszaak tegen
[betrokkene]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982
nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Grave
raadsman mr. J.C. Sneep, advocaat te Breda
1De procedure
De vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van de officier van justitie is gedateerd op 19 september 2017 en heeft voor het eerst op (regie)zitting gestaan op
26 oktober 2017. Op 26 juli 2022 en 4 oktober 2024 hebben nadere regiezittingen plaatsgevonden. Op die laatste zitting is afgesproken dat de schriftelijke procedure gevolgd wordt. De officier van justitie heeft op 4 november 2024 een conclusie van eis ingediend. Ondanks daartoe meermalen in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft de verdediging geen conclusie van antwoord ingediend.
De vordering is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 april 2025, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich primair op het standpunt dat gelet op het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van de politie van 11 oktober 2014 (hierna: het financieel rapport) voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden uitgegaan van een opbrengst van 376 kilogram amfetaminebase. Daarmee heeft betrokkene een wederrechtelijk verkregen voordeel behaald van € 447.100,00.
Subsidiair moet worden uitgegaan van de door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) berekende opbrengst van 175 kilogram amfetaminebase. Het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet dan op nihil worden gesteld.
3Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit primair dat er geen geslaagd eindproduct (amfetaminebase) is gemaakt waaraan geld zou zijn verdiend. Het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet daarom op nihil worden gesteld. Subsidiair wordt verzocht bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel rekening te houden met de rolverdeling van de veroordeelden.
4Het oordeel van de rechtbank
Betrokkene is op 17 september 2021 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (hierna: hof) veroordeeld voor onder meer, kort gezegd, het medeplegen van het vervaardigen van amfetamine tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof heeft op basis van het rapport van het NFI van 10 april 2014 voorts vastgesteld dat er in de ten laste gelegde periode minimaal 175 kilogram amfetaminebase is vervaardigd. Dit arrest is op 24 januari 2023 onherroepelijk geworden.
Vooropgesteld moet worden dat een rechter die over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel moet oordelen, is gebonden aan het oordeel van de rechter in de strafzaak (HR 8 juni 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1501).
Het voorgaande betekent dat de rechtbank – niet voor wat betreft de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, maar wel wat betreft de vastgestelde feiten en omstandigheden – is gebonden aan voornoemd arrest van het hof. De rechtbank moet er dan ook van uitgaan dat betrokkene met anderen ten minste 175 kilogram amfetaminebase heeft vervaardigd.
De volgende vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of uit het dossier volgt dat betrokkene met anderen meer dan 175 kilogram amfetaminebase heeft vervaardigd. Gelet op het rapport van het NFI, de gemotiveerde betwisting van de verdediging van de conclusie van het financieel rapport en de overige stukken in het dossier biedt het financieel rapport daarvoor onvoldoende basis. Een hogere opbrengst dan 175 kilogram is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet aannemelijk geworden.
Concluderend gaat de rechtbank er dan ook van uit dat betrokkene met anderen 175 kilogram amfetaminebase heeft vervaardigd. Uitgaande van een gemiddelde prijs van
€ 2.400,00 per kilogram amfetaminebase hebben zij met deze hoeveelheid een opbrengst van € 420.000,00 gegenereerd. Gelet op de in het financieel rapport berekende aftrekbare kosten van in totaal € 455.500,00 komt de rechtbank al tot het oordeel dat betrokkene geen wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten. De overige verweren van de verdediging behoeven dan ook geen verdere bespreking.
Uitgaande van een opbrengst van 175 kilogram is de rechtbank van oordeel dat het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil moet worden gesteld.
5De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
6De beslissing
De rechtbank:
- stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter, mr. R.J.H. de Brouwer en mr. L.W. Boogert, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.C.L.J. Luijten en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 april 2025.
Mr. Boogert is niet de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-810922-13
vonnis van de rechtbank d.d. 23 april 2025
in de ontnemingszaak tegen
[betrokkene]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982
nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Grave
raadsman mr. J.C. Sneep, advocaat te Breda
1De procedure
De vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van de officier van justitie is gedateerd op 19 september 2017 en heeft voor het eerst op (regie)zitting gestaan op
26 oktober 2017. Op 26 juli 2022 en 4 oktober 2024 hebben nadere regiezittingen plaatsgevonden. Op die laatste zitting is afgesproken dat de schriftelijke procedure gevolgd wordt. De officier van justitie heeft op 4 november 2024 een conclusie van eis ingediend. Ondanks daartoe meermalen in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft de verdediging geen conclusie van antwoord ingediend.
De vordering is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 april 2025, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich primair op het standpunt dat gelet op het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van de politie van 11 oktober 2014 (hierna: het financieel rapport) voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden uitgegaan van een opbrengst van 376 kilogram amfetaminebase. Daarmee heeft betrokkene een wederrechtelijk verkregen voordeel behaald van € 447.100,00.
Subsidiair moet worden uitgegaan van de door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) berekende opbrengst van 175 kilogram amfetaminebase. Het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet dan op nihil worden gesteld.
3Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit primair dat er geen geslaagd eindproduct (amfetaminebase) is gemaakt waaraan geld zou zijn verdiend. Het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet daarom op nihil worden gesteld. Subsidiair wordt verzocht bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel rekening te houden met de rolverdeling van de veroordeelden.
4Het oordeel van de rechtbank
Betrokkene is op 17 september 2021 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (hierna: hof) veroordeeld voor onder meer, kort gezegd, het medeplegen van het vervaardigen van amfetamine tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof heeft op basis van het rapport van het NFI van 10 april 2014 voorts vastgesteld dat er in de ten laste gelegde periode minimaal 175 kilogram amfetaminebase is vervaardigd. Dit arrest is op 24 januari 2023 onherroepelijk geworden.
Vooropgesteld moet worden dat een rechter die over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel moet oordelen, is gebonden aan het oordeel van de rechter in de strafzaak (HR 8 juni 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1501).
Het voorgaande betekent dat de rechtbank – niet voor wat betreft de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, maar wel wat betreft de vastgestelde feiten en omstandigheden – is gebonden aan voornoemd arrest van het hof. De rechtbank moet er dan ook van uitgaan dat betrokkene met anderen ten minste 175 kilogram amfetaminebase heeft vervaardigd.
De volgende vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of uit het dossier volgt dat betrokkene met anderen meer dan 175 kilogram amfetaminebase heeft vervaardigd. Gelet op het rapport van het NFI, de gemotiveerde betwisting van de verdediging van de conclusie van het financieel rapport en de overige stukken in het dossier biedt het financieel rapport daarvoor onvoldoende basis. Een hogere opbrengst dan 175 kilogram is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet aannemelijk geworden.
Concluderend gaat de rechtbank er dan ook van uit dat betrokkene met anderen 175 kilogram amfetaminebase heeft vervaardigd. Uitgaande van een gemiddelde prijs van
€ 2.400,00 per kilogram amfetaminebase hebben zij met deze hoeveelheid een opbrengst van € 420.000,00 gegenereerd. Gelet op de in het financieel rapport berekende aftrekbare kosten van in totaal € 455.500,00 komt de rechtbank al tot het oordeel dat betrokkene geen wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten. De overige verweren van de verdediging behoeven dan ook geen verdere bespreking.
Uitgaande van een opbrengst van 175 kilogram is de rechtbank van oordeel dat het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil moet worden gesteld.
5De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
6De beslissing
De rechtbank:
- stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter, mr. R.J.H. de Brouwer en mr. L.W. Boogert, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.C.L.J. Luijten en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 april 2025.
Mr. Boogert is niet de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.