Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2024:9267

2024-12-23 Strafrecht RK 24-004831
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2024-12-23
Publicatiedatum
2025-01-09
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zaaknummer
RK 24-004831
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoekschrift 530 Sv toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.454 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht


Zittingsplaats Middelburg



parketnummer : 02-087371-23
raadkamernummer : 24-004831




beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:






[verzoeker],

geboren op [datum] 1967 te [plaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. N.A. Koole, advocaat te Middelburg (Houtkaai 7, 4331 JR Middelburg),



hierna te noemen: de verzoeker.





1De procedure


De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het op 21 februari 2024 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 van het Wetboek van strafvordering (Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:


€ 2.988,70, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;


€ 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;




de kennisgeving sepot van 26 januari 2024;


de schriftelijke reactie van de officier van justitie;


de overige stukken in het raadkamerdossier.




Op 9 december 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie mr. C.P.G. Tax gehoord.



De advocaat van verzoeker heeft op voorhand laten weten dat hij en verzoeker niet ter zitting aanwezig zullen zijn.



De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld het verzoek kan worden toegewezen.





2De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.



De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.



Op grond van artikel 530 Sv wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.



Artikel 534 lid 1 Sv bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.



Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van € 2.988,70 is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.



Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van € 340,00 toegekend.





3De beslissing


De rechtbank:



wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 3.328,70, bestaande uit:

- € 2.988,70 aan kosten van rechtsbijstand;
en
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift;


bepaalt dat een bedrag van € 3.328,70 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden DKW advocaten te Zierikzee, onder vermelding van “[verzoeker]/OM”.



Deze beslissing is op 23 december 2024 genomen door mr. J.P.M. Hopmans rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 23 december 2024.










INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.