Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2024:4409

2024-06-05 Civiel recht; Verbintenissenrecht 10784356 CV EXPL 23-3400 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2024-06-05
Publicatiedatum
2024-06-27
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
10784356 CV EXPL 23-3400 (E)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Terugbetaling geldlening. Gedaagde is niet verschenen ter mondelinge behandeling en heeft de stellingen van eiser daardoor onvoldoende weersproken.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.065 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Bergen op Zoom



Zaaknummer: 10784356 \ CV EXPL 23-3400




Vonnis van 5 juni 2024




in de zaak van





[eiser]
,
te [plaats 1] , [land] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. L.J. de Rijke,



tegen





[gedaagde]
,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.





1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 6 december 2023 met de daarin genoemde processtukken;
- de brief met aanvullende producties van [eiser] .



1.2
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 mei 2024. Ter zitting is verschenen [eiser] , bijgestaan door mr. L.J. de Rijke. [gedaagde] was, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen en zonder enige kennisgeving aan de rechtbank, niet aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken.



1.3
Ten slotte is vonnis bepaald.





2Het geschil


2.1

[eiser] vordert, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 24.999,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dit vonnis.



2.2

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat partijen een overeenkomst tot geldlening zijn overeengekomen, op grond waarvan [eiser] € 25.000,- te leen heeft verstrekt aan [gedaagde] en dat [gedaagde] niet overgaat tot terugbetaling van het geleende bedrag. [eiser] doet afstand van het bedrag boven de € 24.999,-.



2.3

[gedaagde] voert verweer. Hij stelt dat de vordering van [eiser] is gebaseerd op een fictieve geldlening. [gedaagde] heeft in het verleden te maken gehad met loonbeslag en beslag op zijn AOW uitkering. Deze situatie heeft hij besproken met [eiser] , die een goede oude vriend van hem was en hem voorstelde een fictieve geldleningsovereenkomst op te stellen met als doel vrij te besteden vermogen uit handen van de schuldeiser te houden. [gedaagde] heeft nooit geld ontvangen van [eiser] .





3De beoordeling


3.1
De kantonrechter stelt voorop dat zij uit het niet verschijnen van [gedaagde] op de mondelinge behandeling de gevolgtrekking kan maken die zij geraden acht (artikel 88 lid 2 Rv).



3.2
Voorafgaand aan de zitting heeft [eiser] een aantal schermprints van whatsappgesprekken tussen [eiser] en [gedaagde] overgelegd, die erop duiden dat [gedaagde] een bedrag dient te betalen aan [eiser] . Ter zitting heeft [eiser] zijn stellingen met betrekking tot het bestaan van een geldlening tussen partijen herhaald en een nadere toelichting gegeven over hoe deze geldlening tot stand is gekomen.



3.3
Het gevolg van het niet verschijnen van [gedaagde] ter zitting is dat hij de (nadere) stellingen van [eiser] onvoldoende heeft weersproken. Dit brengt met zich dat het er in rechte voor gehouden moet worden dat tussen partijen een geldlening tot stand is gekomen, waarbij [eiser] aan [gedaagde] een bedrag van € 25.000,- heeft uitgeleend, welk bedrag door [gedaagde] niet is terugbetaald. De vordering van [eiser] zal dan ook worden toegewezen, te vermeerderen met de (evenmin weersproken) wettelijke rente vanaf heden.



3.4

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


129,86







- griffierecht


€


693,00







- salaris gemachtigde


€


1.086,00


(2,00 punten × € 543,00)




- nakosten


€


135,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


2.043,86














4De beslissing


De kantonrechter



veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 24.999,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf heden tot de dag van volledige betaling,



veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.043,86, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.