Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2024:3799

2024-05-15 Strafrecht 10518295 \ MB VERZ 23-716
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2024-05-15
Publicatiedatum
2024-06-06
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
10518295 \ MB VERZ 23-716
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, ongegrond

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.179 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht


Zittingsplaats Tilburg



zaaknummer : 10518295 \ MB VERZ 23-716
CJIB-nummer : 0062 5422 5037 5636
uitspraakdatum : 15 mei 2024




proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)




in de zaak van
naam : [betrokkene]

[adres]


[plaats]
hierna: betrokkene



gemachtigde : mr. B. de Jong (Adviesbureau Skandara)




Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding toegekend. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.


De zaak is behandeld op de zitting van 15 mei 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.




Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 4 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Ringbaan West te Tilburg op 19 juni 2022 om 14.28 uur.


Gemachtigde heeft in het beroepschrift aangevoerd het niet eens te zijn met de beslissing van de officier van justitie en nog gronden van beroep aan te zullen voeren.



De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De officier van justitie heeft een juiste proceskostenvergoeding toegekend aan gemachtigde. Deze proceskostenvergoeding staat ook in lijn met het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2021:7004).




Overwegingen
De kantonrechter constateert dat in het dossier de gronden van het beroep ontbreken en dat na het indienen van het pro-formaberoepschrift de gemachtigde ten onrechte niet meer in de gelegenheid is gesteld om die gronden in te dienen. De gemachtigde is ook niet ter zitting verschenen om toe te lichten wat die gronden zijn. Nu de boete door de officier van justitie reeds is vernietigd, kan het beroep alleen nog gericht zijn tegen (de hoogte van) de toegekende proceskostenvergoeding. De kantonrechter zal daarom beoordelen of die proceskostenvergoeding juist is.


Door de officier van justitie is een proceskostenvergoeding is toegekend van € 405,75, gebaseerd op 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 0,5 punt voor de telefonische hoorzitting.



De kantonrechter overweegt dat de toegekende vergoeding voor het indienen van het beroepschrift in overeenstemming is met de wet.



Voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie kan, met toepassing van artikel 2,
lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt worden toegekend. Dit heeft ook het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bepaald in een arrest (ECLI:NL:GHARL:2021:7004). De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de officier van justitie terecht een halve punt heeft toegekend voor de telefonische hoorzitting.



De door de officier van justitie toegekende proceskostenvergoeding is dan ook juist. Gelet hierop wordt het beroep ongegrond verklaard. Dientengevolge is er geen ruimte voor de toekenning van een proceskostenvergoeding.




Beslissing
De kantonrechter:



verklaart het beroep ongegrond;


wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2024.











Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.



Datum verzending: