Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2023:9658
2023-05-17
Civiel recht
C/02/409570 / HA RK 23-98
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verschoningsverzoek toegewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.833 tekens)
beslissing
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Verschoningskamer
Middelburg
zaaknummer / rekestnummer: C/02/409570 / HA RK 23-98
Beslissing van 17 mei 2023
in de zaak van
MR. SCHELTEMA BEDUIN,
rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant,
hierna: de rechter,
belast met de behandeling van het beroep ex artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) met
CJIB-nummer: 8062 5422 4955 6057Registratienummer team straf: 0419970 MB VERZ 23-103 in de zaak van:
[betrokkene] (betrokkene),wonende te [woonadres] ,gemachtigde: mr. M. Lagas.
1
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 15 mei 2023.
1.2.
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verschoningsverzoek plaatsgevonden.
2Het verschoningsverzoek
2.1.
Het verzoek betreft bovengenoemde Mulderzaak waarin [betrokkene] beroep instelt tegen de beslissing van de Officier van Justitie inzake de beschikking met CJIB-nummer 8062 5422 4955 6057. Bij deze beschikking is een boete opgelegd voor het parkeren van een voertuig waar dat niet mag.
2.2.
De rechter is van oordeel dat sprake is van zodanige feiten en omstandigheden dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Betrokkene maakt onderdeel uit van de persoonlijke kennissenkring van de rechter; zij is haar buurmeisje. De zus van betrokkene is de vaste oppas van de kinderen van de rechter.
3Het wettelijk kaderOp grond van artikel 8:19 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 Awb.
4De beoordeling4.1.Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.
4.2.
Uit het verschoningsverzoek van de rechter blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat zij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in de zaak met nummer 10419970 MB VERZ 23-103 te beslissen. De verschoningskamer ziet hierin, mede in aanmerking genomen de onderbouwing van het verzoek, een genoegzame grond voor verschoning. De rechter heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het haar aan onpartijdigheid zal ontbreken. Het verzoek zal derhalve worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.
5De beslissing
De verschoningskamer
5.1.
wijst het verzoek tot verschoning toe;
5.2.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;
5.3.
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
de rechter;
de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
de partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 17 mei 2023 door mr. Holierhoek,mr. Kool en mr. Van den Boom, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Verschoningskamer
Middelburg
zaaknummer / rekestnummer: C/02/409570 / HA RK 23-98
Beslissing van 17 mei 2023
in de zaak van
MR. SCHELTEMA BEDUIN,
rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant,
hierna: de rechter,
belast met de behandeling van het beroep ex artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) met
CJIB-nummer: 8062 5422 4955 6057Registratienummer team straf: 0419970 MB VERZ 23-103 in de zaak van:
[betrokkene] (betrokkene),wonende te [woonadres] ,gemachtigde: mr. M. Lagas.
1
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 15 mei 2023.
1.2.
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verschoningsverzoek plaatsgevonden.
2Het verschoningsverzoek
2.1.
Het verzoek betreft bovengenoemde Mulderzaak waarin [betrokkene] beroep instelt tegen de beslissing van de Officier van Justitie inzake de beschikking met CJIB-nummer 8062 5422 4955 6057. Bij deze beschikking is een boete opgelegd voor het parkeren van een voertuig waar dat niet mag.
2.2.
De rechter is van oordeel dat sprake is van zodanige feiten en omstandigheden dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Betrokkene maakt onderdeel uit van de persoonlijke kennissenkring van de rechter; zij is haar buurmeisje. De zus van betrokkene is de vaste oppas van de kinderen van de rechter.
3Het wettelijk kaderOp grond van artikel 8:19 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 Awb.
4De beoordeling4.1.Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.
4.2.
Uit het verschoningsverzoek van de rechter blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat zij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in de zaak met nummer 10419970 MB VERZ 23-103 te beslissen. De verschoningskamer ziet hierin, mede in aanmerking genomen de onderbouwing van het verzoek, een genoegzame grond voor verschoning. De rechter heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het haar aan onpartijdigheid zal ontbreken. Het verzoek zal derhalve worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.
5De beslissing
De verschoningskamer
5.1.
wijst het verzoek tot verschoning toe;
5.2.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;
5.3.
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
de rechter;
de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
de partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 17 mei 2023 door mr. Holierhoek,mr. Kool en mr. Van den Boom, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier.