Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2023:9366
2023-11-07
Strafrecht
10105229 MB VERZ 22-919
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond en proceskostenvergoeding.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHARL:2021:7004 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20-07-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.646 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10105229 \ MB VERZ 22-919
CJIB-nummer : 7062 5422 3435 7456
uitspraakdatum : 7 november 2023
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. P.C. van den Aarsen (Skandara)
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep vernietigd. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 november 2023. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.M. Morsink (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 25 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de Burg Letschertweg te Tilburg op 17 juni 2020 om 14:49 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift aangevoerd dat verschillende kantonrechters reeds hebben geoordeeld dat geen sprake is van samenhang in de onderhavige zaken. Deze uitspraken zijn in het dossier bijgevoegd. De officier van justitie heeft onvoldoende gemotiveerd om welke reden de zaken samenhangend zouden zijn. Ook heeft het CVOM 0,5 punt toegekend voor de hoorziting. Gemachtigde verzoekt om één punt toe te kennen. Gemachtigde verzoekt ook een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat het beroepschrift, samen met de andere beroepschriften, onterecht als samenhangend is aangemerkt. Gelet daarop dient het beroep gegrond te worden verklaard.
Overwegingen
Met de gemachtigde en de zittingsvertegenwoordiger is de kantonrechter van oordeel dat er geen sprake is van samenhangende zaken. De officier van justitie heeft dan ook ten onrechte samenhang van deze zaak met 18 andere zaken aangenomen. Het beroep is gegrond.
Dit betekent dat het bestreden besluit, waarbij een proceskostenvergoeding is toegekend op basis van samenhangende zaken, moet worden vernietigd en dat er een aangepaste proceskostenvergoeding moet worden toegekend.
De kantonrechter overweegt dat voor de fase bij de kantonrechter wegingsfactor 0,25 zal worden toegepast, nu in deze fase alleen de proceskostenvergoeding nog in geschil was.
Bij de berekening van de proceskostenvergoeding wordt voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie, met toepassing van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt toegekend (zie ECLI:NL:GHARL:2021:7004).
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 597,- = € 298,50
telefonische hoorzitting: 0,5 punt x gewicht 0,5 x € 597,- = € 149,25
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 837,- = € 209,25
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 837,- = € 209,25
totaal € 866,25
Bij de uitbetaling mag de officier van justitie het aan deze zaak toe te rekenen deel van de eerder toegekende proceskostenvergoeding in mindering brengen, te weten € 600,75 / 18 = € 33,38, zodat de nabetaling € 832,87 bedraagt.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie voor zover daarbij voor deze zaak een proceskostenvergoeding is toegekend gebaseerd op 18 samenhangende zaken;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 866,25;
‒ bepaalt dat de officier van justitie daarvan € 832,87 dient (na) te betalen aan Skandara.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.L. Schakenraad, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending:
Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10105229 \ MB VERZ 22-919
CJIB-nummer : 7062 5422 3435 7456
uitspraakdatum : 7 november 2023
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. P.C. van den Aarsen (Skandara)
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep vernietigd. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 november 2023. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.M. Morsink (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 25 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de Burg Letschertweg te Tilburg op 17 juni 2020 om 14:49 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift aangevoerd dat verschillende kantonrechters reeds hebben geoordeeld dat geen sprake is van samenhang in de onderhavige zaken. Deze uitspraken zijn in het dossier bijgevoegd. De officier van justitie heeft onvoldoende gemotiveerd om welke reden de zaken samenhangend zouden zijn. Ook heeft het CVOM 0,5 punt toegekend voor de hoorziting. Gemachtigde verzoekt om één punt toe te kennen. Gemachtigde verzoekt ook een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat het beroepschrift, samen met de andere beroepschriften, onterecht als samenhangend is aangemerkt. Gelet daarop dient het beroep gegrond te worden verklaard.
Overwegingen
Met de gemachtigde en de zittingsvertegenwoordiger is de kantonrechter van oordeel dat er geen sprake is van samenhangende zaken. De officier van justitie heeft dan ook ten onrechte samenhang van deze zaak met 18 andere zaken aangenomen. Het beroep is gegrond.
Dit betekent dat het bestreden besluit, waarbij een proceskostenvergoeding is toegekend op basis van samenhangende zaken, moet worden vernietigd en dat er een aangepaste proceskostenvergoeding moet worden toegekend.
De kantonrechter overweegt dat voor de fase bij de kantonrechter wegingsfactor 0,25 zal worden toegepast, nu in deze fase alleen de proceskostenvergoeding nog in geschil was.
Bij de berekening van de proceskostenvergoeding wordt voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie, met toepassing van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt toegekend (zie ECLI:NL:GHARL:2021:7004).
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 597,- = € 298,50
telefonische hoorzitting: 0,5 punt x gewicht 0,5 x € 597,- = € 149,25
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 837,- = € 209,25
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 837,- = € 209,25
totaal € 866,25
Bij de uitbetaling mag de officier van justitie het aan deze zaak toe te rekenen deel van de eerder toegekende proceskostenvergoeding in mindering brengen, te weten € 600,75 / 18 = € 33,38, zodat de nabetaling € 832,87 bedraagt.
Beslissing
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie voor zover daarbij voor deze zaak een proceskostenvergoeding is toegekend gebaseerd op 18 samenhangende zaken;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 866,25;
‒ bepaalt dat de officier van justitie daarvan € 832,87 dient (na) te betalen aan Skandara.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.L. Schakenraad, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: