Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2023:7072

2023-10-11 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/02/385566 HA ZA 21-280 E
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2023-10-11
Publicatiedatum
2023-10-11
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/02/385566 HA ZA 21-280 E
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vonnis na deskundigenbericht. Geen aanleiding koopprijs te verminderen vanwege de erfdienstbaarheid. Gedeeltelijke ontbinding voor wat betreft de koopprijs is niet mogelijk. Levering vrij van gebruiksrechten gelet op de erfdienstbaarheid is ook niet mogelijk. Vorderingen in conventie en in reconventie afgewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.391 tekens)
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant


Civiel recht



Zittingsplaats Middelburg



Zaaknummer: C/02/385566 / HA ZA 21-280




Vonnis van 11 oktober 2023




in de zaak van




MEKO B.V.,
te Vlissingen,
eisende partij,
hierna te noemen: Meko,
advocaat: mr. B.H. Vader te Oost-Souburg,



tegen




BRQ2 VASTGOED B.V.,
te Nieuw-Vennep,
gedaagde partij,
hierna te noemen: BRQ2 ,
advocaat: mr. Th.C. Visser te Rotterdam.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 13 juli 2022 - het deskundigenbericht.




1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De verdere beoordeling



in conventie en in reconventie




2.1.

Bij voormeld tussenvonnis heeft de rechtbank dhr. mr. H. Oldenkotte als deskundige benoemd om te beoordelen of er aanleiding is om de koopprijs van € 55.000,-- te verminderen vanwege het feit dat het perceel is belast met een erfdienstbaarheid en zo ja, met welk bedrag en op grond waarvan die koopprijs verminderd dient te worden.
De deskundige heeft geconcludeerd dat er geen aanleiding is om de koopprijs te verminderen.




2.2.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld een conclusie na deskundigenbericht te nemen. Zij hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.



2.3.
De rechtbank acht de bevindingen en de conclusie van de deskundige, die daarop is gegrond, overtuigend en zal deze dan ook overnemen.



2.4.
De rechtbank heeft in haar tussenvonnis van 4 mei 2022 reeds overwogen en beslist dat Meko het perceel vrij van gebruiksrechten aan BRQ2 moet leveren en dat, nu Meko daaraan niet kan voldoen vanwege de erfdienstbaarheid, er sprake is van een tekortkoming aan de zijde van Meko. BRQ2 mag de koopovereenkomst in beginsel gedeeltelijk -voor wat betreft de koopprijs- ontbinden. Uit het deskundigenrapport volgt echter dat geen sprake is van waardevermindering door de erfdienstbaarheid. Gedeeltelijke ontbinding voor wat betreft de koopprijs, zoals door BRQ2 gevorderd, is dan niet mogelijk. Op grond van artikel 6:270 BW kan immers slechts gedeeltelijk worden ontbonden bij een evenredige vermindering van de wederzijdse prestaties en daarvan is hier, gezien de gelijkblijvende waarde van het perceel, geen sprake. De reconventionele vorderingen zullen gelet daarop worden afgewezen.



2.5.
De rechtbank is van oordeel dat ook de vorderingen in conventie dienen te worden afgewezen. Zij overweegt daartoe het volgende.



2.6.

Zoals in het tussenvonnis al overwogen, is sprake van een tekortkoming aan de zijde van Meko doordat zij geen onbelast perceel heeft geleverd (en ook niet kan leveren) aan BRQ2. BRQ2 heeft zich in feite beroepen op opschorting toen bleek dat Meko het perceel niet vrij van gebruiksrechten kon leveren. Zij heeft daarna immers geweigerd aan haar verbintenis tot afname van het perceel tegen betaling van de koopprijs te voldoen, zolang Meko haar verbintenis tot het leveren van een onbelast perceel niet nakomt.
In geval van gedeeltelijke of niet behoorlijke nakoming is opschorting slechts toegelaten voor zover de tekortkoming haar rechtvaardigt (artikel 6:262 lid 2 BW). Hoewel de tekortkoming niet leidt tot een mindere waarde van het perceel, is de rechtbank van oordeel dat in de gegeven omstandigheden de opschorting gerechtvaardigd was gezien het belang dat door beide partijen aan de onbezwaarde levering werd gehecht. Dat onbekende gebruikers geen gebruik kunnen maken van de parkeerplaatsen, werd van zoveel belang geacht dat partijen expliciet zijn overeengekomen dat het bezwaard zijn van het perceel met rechten van (onbekende) gebruikers een grond is voor ontbinding van de koopovereenkomst (althans, voor het niet doorgaan van de koop). Dit blijkt uit de e-mailcorrespondentie ten tijde van het aangaan van de koop.



Nu het perceel niet vrij van gebruiksrechten geleverd kan worden blijft de grond voor opschorting door BRQ2 bestaan en kan zij niet verplicht worden haar medewerking te verlenen aan (ver)koop en afname van het perceel.




2.7.
De rechtbank overweegt dat de kosten van het deskundigenonderzoek voor rekening van BRQ2 dienen te blijven, nu zij zich heeft beroepen op vermindering van de koopprijs. Voor het overige zullen de proceskosten worden gecompenseerd, nu alle vorderingen worden afgewezen.






3De beslissing


De rechtbank




in conventie en in reconventie




3.1.
wijst het gevorderde af;



3.2.
veroordeelt BRQ2 in de kosten van de deskundige;



3.3.
compenseert voor het overige de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.



Dit vonnis is gewezen door mr. Vermariën en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2023.