Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2023:6972

2023-09-29 Strafrecht 23-000900 en 23-000901
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2023-09-29
Publicatiedatum
2023-10-09
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Raadkamer
Zaaknummer
23-000900 en 23-000901
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

“Verzoekschrift schadevergoeding toegewezen.”

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.684 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Team strafrecht
Locatie Breda



parketnummer: 02-242632-22
rk-nummers: 23-000900 en 23-000901




Beslissing op de verzoekschriften ex artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering




Beslissing op de verzoekschriften ex artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 9 januari 2023, in de zaak:





[verzoeker]


geboren op [geboortedag] 1979 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
woonplaats kiezende ten kantore van mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden, advocaat te Roosendaal op het adres Bovendonk 11A, 4707 ZH Roosendaal.



Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.





1De procedure


De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 130,00, € 130,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis;
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van:


€ 23,80, voor vergoeding van reiskosten;


te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;




de aantekening van het mondelinge vonnis van de politierechter van 23 december 2022 waarbij verzoeker is vrijgesproken;


de stukken waaruit blijkt dat verzoeker op 23 september 2022 in verzekering is gesteld en op 23 september 2022 in vrijheid is gesteld;


de schriftelijke reactie van de officier van justitie.




Op 15 september 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. M. Nieuwenhuis, en mr. H.A. van der Hout als waarnemend en gemachtigd advocaat van verzoeker, gehoord.



Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.



Namens verzoeker is aangevoerd dat verzoeker werd verdacht van diefstal door middel van braak. De politierechter heeft verzoeker op 23 december 2022 vrijgesproken. Verzoeker stelt immateriële schade te hebben geleden als gevolg van de door hem ondergane inverzekeringstelling en acht het redelijk dat aan hem een vergoeding van € 130,00 wordt toegekend voor de dag die hij in verzekering op het politiebureau heeft doorgebracht. Daarnaast wordt verzocht om een vergoeding van € 23,80 voor reiskosten ten behoeve van het bijwonen van de zitting op 23 december 2022 toe te kennen, een en ander te vermeerderen met de forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift..



In raadkamer heeft de advocaat een uitdraai van de ANWB-routeplanner overgelegd ter onderbouwing van de verzochte reiskosten.



De officier van justitie heeft in raadkamer gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat de verzochte kosten voor de inverzekeringstelling op 23 september 2022 geheel kunnen worden toegewezen. Ten aanzien van de reiskosten is de officier van justitie van oordeel dat deze kosten kunnen worden toegewezen, nu de advocaat een uitdraai van de ANWB-routeplanner heeft overgelegd. De forfaitaire vergoeding voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift kan worden toegewezen.






2De beoordeling


De rechtbank overweegt als volgt.



De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.



De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.



Ingevolge artikel 533 Sv kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt geseponeerd een vergoeding worden toegekend van de schade die hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden.



Ingevolge artikel 530 Sv wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.



Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.



Verzoeker heeft één dag in verzekering doorgebracht op het politiebureau. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 130,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau.



De gevraagde vergoeding is conform de LOVS-uitgangspunten. De rechtbank ziet geen reden daarvan af te wijken. De rechtbank zal naar billijkheid een bedrag toekennen van

€ 130,00.



De rechtbank is van oordeel dat de reiskosten in verband met het bijwonen van de zitting, met het overleggen van de uitdraai van de ANWB-routeplanner, voldoende onderbouwd zijn. De rechtbank wijst de verzochte reiskosten ter hoogte van € 23,80 toe.



Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend.






3De beslissing


De rechtbank:



wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv voor schade wegens inverzekeringstelling toe tot een bedrag van € 130,00;



wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van

€ 703,80, bestaande uit:

- € 23,80 aan reiskosten; en
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer;


bepaalt dat een bedrag van € 833,80 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van de Luijtgaarden Advocaten B.V., onder vermelding van “ [kenmerk] ”.




Deze beslissing is op 29 september 2023 gegeven door mr. A. Hello, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 september 2023.













INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 533 en ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv).