Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2023:6487

2023-09-13 Civiel recht; Verbintenissenrecht 10657891 CV EXPL 23-2393 (E)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2023-09-13
Publicatiedatum
2023-09-14
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Verstek
Zaaknummer
10657891 CV EXPL 23-2393 (E)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verstek. Terugvordering van door gemeente verstrekt saneringskrediet. Saneringskrediet valt onder uitzondering van artikel 7:58 lid 2 onder j BW, zodat WCK niet van toepassing is.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.474 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken


Bergen op Zoom



zaak/rolnr.: 10657891 CV EXPL 23-2393




vonnis d.d. 13 september 2023




inzake



de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Rotterdam (Werk & Inkomen),
gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: LAVG gerechtsdeurwaarders te Groningen



tegen





1
[gedaagde sub 1],

2. [gedaagde sub 2],
beiden wonende op een geheim adres in de [gemeente],
gedaagden,
niet verschenen.





1Het verloop van het geding


De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 24 juli 2023 met producties.





2Het geschil en de beoordeling


2.1
Eiseres vordert in haar dagvaarding gedaagden bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad hoofdelijk, zodat wanneer de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van € 17.619,96 te vermeerderen met de overeengekomen rente van 9,9 % per jaar over een bedrag van € 13.560,88 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, met hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de proceskosten.



2.2

In het kader van gemeentelijke schuldhulpverlening heeft eiseres, meer in het bijzonder haar afdeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid, een saneringskrediet van € 13.981,83 aan gedaagden verstrekt. In de tussen partijen gesloten overeenkomst is bepaald dat dit bedrag, en een bedrag aan kredietvergoeding van € 2.137,17, in 36 maandelijkse termijnen van elk
€ 447,75, waarbij de eerste termijn op 1 maart 2013 is gesteld en alle overige termijnen voorts stipt op tijd één maand daarna, diende te worden terugbetaald. Gedaagden hebben niet (volledig) aan hun uit de overeenkomst voortvloeiende afbetalingsverplichting voldaan, zodat Gemeente Rotterdam aanspraak stelt te maken op terugbetaling door hen van het thans openstaande bedrag van € 13.560,88 (bestaande uit € 13.981,83 aan kredietsom, € 2.137,17 aan kredietvergoeding, een bedrag van € 5.462,73 vertragingsvergoeding en een bedrag aan aflossingen van € 8.020,85) en buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 1.101,84.




2.3
Gedaagden zijn, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en hebben ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen hen verstek is verleend.



2.4
In onderhavig geval is sprake van een overeenkomst tot kredietverstrekking (saneringskrediet) waarbij gedaagden zijn aan te merken als consumenten. De vraag die allereerst beantwoord dient te worden is of het saneringskrediet valt onder de werkingssfeer van de wet op het consumentenkrediet (WCK). Uit de stellingen van eiseres begrijpt de kantonrechter dat het door eiseres aan gedaagden verstrekte saneringskrediet is verstrekt in verband met de door de overheid aan de gemeentes in Nederland opgelegde taak tot het bieden van schuldhulpverlening aan haar inwoners. Hiermee valt het verstrekte krediet onder de uitzonderingen van artikel 7:58 lid 2 BW, zodat de WCK niet van toepassing is op de overeenkomst.



2.5

Nu de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen, met dien verstande dat deze zal worden toegewezen tot een bedrag van
€ 14.662,72 (openstaande hoofdsom + buitengerechtelijke incassokosten), nu voor toewijzing van het meerdere door eiseres onvoldoende is gesteld en onderbouwd.




2.6
Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten, waaronder de nakosten, die aan de zijde van eiseres tot op heden worden vastgesteld op:
- dagvaardingskosten € 130,48
- griffierechten € 1.384,00
- salaris € 396,00
totaal € 1.910,48.



2.7

De nakosten worden begroot op € 132,00 (half salarispunt met een maximum van
€ 132,00) aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak.






3De beslissing


De kantonrechter:



veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat wanneer de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van
€ 14.662,72 vermeerderd met de contractuele rente van 9,9 % per jaar over een bedrag van
€ 13.560,88 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;



veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat wanneer de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden vastgesteld op
€ 1.910,48;



verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



wijst de vordering voor het overige af.



Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, en in het openbaar uitgesproken op
13 september 2023.