Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2023:6445

2023-09-12 Bestuursrecht; Belastingrecht AWB - 17 _ 2432
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2023-09-12
Publicatiedatum
2023-09-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
AWB - 17 _ 2432
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft geen dividendnota’s overgelegd. Teruggaafverzoek dividendbelasting terecht afgewezen. Beroep ongegrond.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.123 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Zittingsplaats Den Haag



zaaknummers: BRE 17/02432, 17/02433, 17/02434, 17/02435, 17/02436, 17/02437, 17/02438, 17/02439, 17/02440, 18/02326, 18/02327, 18/02328 en 18/02873


uitspraak van de meervoudige kamer van 12 september 2023 in de zaak tussen




[belanghebbende] (D), gevestigd te [plaats] (Duitsland), belanghebbende
([gemachtigde])



en


de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.




Procesverloop


Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraken van de inspecteur van
17 februari 2017, 12 maart 2018 en 6 april 2018 op de bezwaren van belanghebbende tegen de afwijzing van de verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de volgende periodes, waaraan de rechtbank de volgende zaaknummers heeft toegekend:



het jaar 2003 (zaaknummer BRE 17/02432);
het jaar 2004 (zaaknummer BRE 17/02433)
het jaar 2005 (zaaknummer BRE 17/02434);
het jaar 2006 (zaaknummer BRE 17/02435);
het jaar 2007 (zaaknummer BRE 17/02436);
het jaar 2008 (zaaknummer BRE 17/02437);
het jaar 2009 (zaaknummer BRE 17/02438);
het jaar 2010 (zaaknummer BRE 17/02439);
het jaar 2011 (zaaknummer BRE 17/02440);
het jaar 2012 (zaaknummer BRE 18/02326);
het jaar 2013 (zaaknummer BRE 18/02327);
het jaar 2014 (zaaknummer BRE 18/02328); en
het jaar 2015 (zaaknummer BRE 18/02873)



De rechtbank heeft belanghebbende bij brief van 3 maart 2022 in de gelegenheid gesteld om de beroepen naar aanleiding van de arresten van de Hoge Raad van 23 oktober 2020 en
9 april 2021 nader te motiveren. Belanghebbende heeft een nadere motivering ingediend.



De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.



Belanghebbende heeft nadere stukken ingediend.



Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juni 2023.
Namens belanghebbende is, met bericht, niemand verschenen.
Namens de inspecteur zijn verschenen: mr. [inspecteur 1], mr. dr. [inspecteur 2], mr. [inspecteur 3], mr. [inspecteur 4], drs. [inspecteur 5] en mr. [inspecteur 6].




Overwegingen

1. In geschil is of belanghebbende recht heeft op teruggaaf van dividendbelasting over de hiervoor onder het procesverloop vermelde jaren.



Beoordeling van het geschil



2. Belanghebbende heeft geen dividendnota’s overgelegd. Alleen al om die reden is de rechtbank van oordeel dat de verzochte teruggaven er op afstuiten dat belanghebbende, tegenover de betwisting door de inspecteur, niet aannemelijk heeft gemaakt dat en zo ja hoeveel Nederlandse dividendbelasting is ingehouden in de betrokken jaren. De inspecteur heeft de teruggaafverzoeken dan ook terecht afgewezen. De rechtbank komt niet meer toe aan de vraag of belanghebbende objectief vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling (zie gerechtshof ’s-Hertogenbosch 24 mei 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:1699) en aan wat belanghebbende overigens heeft aangevoerd.

3. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zijn de beroepen ongegrond verklaard.



Proceskosten

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.





Beslissing


De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, voorzitter, en mr. E. Kouwenhoven en mr. M.E. Kiers, leden, in aanwezigheid van mr. S.R.M. Dekker, griffier, op 12 september 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.








griffier voorzitter




Afschrift verzonden aan partijen op:







Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (belastingkamer).


U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.



Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).



ECLI:NL:HR:2020:1674.


ECLI:NL:HR:2021:506.