Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2023:2379

2023-04-07 Bestuursrecht; Belastingrecht BRE-22-4872
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2023-04-07
Publicatiedatum
2023-04-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BRE-22-4872
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

8:54, bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. beroepen gegrond.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.378 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Belastingrecht


zaaknummers: BRE 22/4872 en 22/4874


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2023 in de zaak tussen



[belanghebbende], uit [plaats], België, belanghebbende,
(gemachtigde: [gemachtigde]),


en




De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.




Motivering


Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraken op bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet over het jaar 2015 met aanslagnummers [aanslagnummer]H.56.01. en [aanslagnummer]W.56.01.4.



De inspecteur is van mening dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De inspecteur acht gelet op de feitelijke situatie de termijnoverschrijding verschoonbaar en concludeert tot gegrondverklaring van het beroep en verzoekt om de zaak terug te verwijzen voor een inhoudelijke behandeling.



Het beroep is kennelijk gegrond. De rechtbank zal de zaak terugwijzen.




Griffierecht




Nu het beroep kennelijk gegrond is, dient de inspecteur op grond van artikel 8:74, eerste lid, van de Awb, aan belanghebbende het door hem betaalde griffierecht te vergoeden.




Proceskosten




De rechtbank ziet aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank stelt de te vergoeden kosten voor juridische bijstand in de beroepsfase vast op € 837. Dit bedrag is gebaseerd op toepassing van het tarief dat is vermeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837 en een wegingsfactor 1). De rechtbank neemt daarbij samenhang aan tussen de beide zaken.



Voor een vergoeding van kosten in bezwaar is op dit moment geen plaats, nu opnieuw op bezwaar moet worden beslist.





Beslissing


De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- draagt de inspecteur op nieuwe uitspraken op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten ten bedrage van € 837;
- bepaalt dat de inspecteur het door belanghebbende betaald griffierecht van € 50 aan hem vergoedt.



Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 7 april 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.



De griffier, De rechter,








Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:




Rechtsmiddel


Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.