Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2023:1435

2023-03-01 Civiel recht 10123877_E01032023
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2023-03-01
Publicatiedatum
2023-03-07
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
10123877_E01032023
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJF 2023/427

Inhoudsindicatie

Eiseres had het bewind van gedaagde, dat is gepubliceerd, behoren te kennen en aan eiseres komt in dit geval dan ook geen beroep toe op de derdenbescherming van artikel 1:439 lid 1 BW.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.445 tekens)
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Tilburg



Zaaknummer: 10123877 \ CV EXPL 22-3596




Vonnis van 1 maart 2023




in de zaak van




LEGALITAS B.V.,
te Hilversum,
eisende partij,
hierna te noemen: Legalitas B.V.,
gemachtigde: mr. E. van Es,



tegen





[naam bewindvoerder] B.V., IN ZIJN HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER VAN DHR. [naam],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
gemachtigde: mr. G. Konus.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek.




1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
De goederen van de heer [naam] (verder te noemen [naam] ) zijn sinds 21 maart 2019 onder bewind gesteld, waarbij [naam bewindvoerder] is benoemd als bewindvoerder. Het bewind van [naam] is opgenomen in het Centraal curatele- en bewindregister (verder te noemen het register).



2.2.

[naam] is op 15 maart 2022 naar Legalitas B.V. gegaan voor juridisch advies, waarbij hij heeft gevraagd aan Legalitas B.V. om hem te helpen bij een arbeidsrechtelijke kwestie.


2.3.
Op 15 maart 2022 is een afspraakbevestiging gestuurd naar [naam] . In deze bevestiging is vermeld dat het uurtarief ook geldt voor het eerste gesprek. Ook zijn de algemene voorwaarden naar [naam] gestuurd.



2.4.
Op 23 maart 2022 heeft Legalitas B.V. aan [naam] een factuur gestuurd voor de verrichte werkzaamheden. [naam] heeft deze factuur niet betaald.



2.5.
Legalitas B.V. was niet op de hoogte van het bewind van [naam] .





3Het geschil


3.1.
Legalitas B.V. vordert betaling van de factuur van € 448,91 (inclusief btw), te vermeerderen met € 67,34 buitengerechtelijke incassokosten en € 13,09 wettelijke rente, met veroordeling in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.



3.2.
De bewindvoerder concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Legalitas B.V., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Legalitas B.V.



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling


4.1.
De bewindvoerder voert als belangrijkste verweer tegen de gevorderde betaling het volgende aan. [naam] is zonder haar toestemming of machtiging van de kantonrechter naar Legalitas B.V. gegaan. Aangezien de goederen van [naam] al sinds 2019 onder bewind zijn gesteld en dit bewind ook is gepubliceerd, had Legalitas B.V. het bestaan van het bewind behoren te kennen, waardoor er in dit geval geen sprake is van een rechtsgeldige opdracht aan Legalitas B.V.



4.2.
Legalitas B.V. heeft op dit punt gereageerd dat zij het bewind niet had behoren te kennen en doet een beroep op – kort gezegd – derdenbescherming van artikel 1:439 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (verder te noemen BW).



4.3.
De kantonrechter wijst in deze zaak de vordering af en legt hieronder uit waarom.



4.4.
Volgens artikel 1:438 lid 2 BW kan een rechthebbende slechts met medewerking van de bewindvoerder of machtiging van de kantonrechter over de onder bewind staande goederen beschikken. Artikel 1:440 lid 1 BW bepaalt hierbij dat schulden die ontstaan uit een handeling tijdens het bewind met de rechthebbende, anders dan in overeenstemming met de hiervoor genoemde medewerking of machtiging, niet op de onder bewind staande goederen kunnen worden verhaald.



4.5.
Op grond van artikel 1:439 BW kan daarbij de ongeldigheid van een rechtshandeling die ondanks een onderbewindstelling door de rechthebbende is verricht, alleen aan de wederpartij worden tegengeworpen als deze het bewind kende of had behoren te kennen. Tussen partijen staat vast dat Legalitas B.V. het bewind niet kende. Het gaat in dit geval om de vraag of Legalitas B.V. het behoorde te kennen.



4.6.
Legalitas B.V. – die stelt van niet – heeft in dit kader verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam uit 2016 (ECLI: NL:RBAMS:2016:2020. In deze zaak is geoordeeld dat er geen wettelijke verplichting bestaat voor een deurwaarder of diens opdrachtgever, die verplicht tot kennisname van het register, waarbij ook wordt verwezen naar de tuchtrechtspraak voor deurwaarders. In deze zaak is een (al dan niet tuchtrechtelijke) verplichting van een deurwaarder echter niet aan de orde, waardoor deze uitspraak niet (geheel) vergelijkbaar is.



4.7.
De kantonrechter sluit in dit geval aan bij een uitspraak van de rechtbank uit Overijssel uit 2021 (ECLI:NL:RBOVE:2021:2743), een uitspraak waar Legalitas B.V. zelf overigens ook naar heeft verwezen. In deze uitspraak is geoordeeld dat of een derde het bewind behoorde te kennen, afhangt van het feit of het bewind is gepubliceerd. Dat is hier het geval. Daarnaast is in de uitspraak geoordeeld dat de feitelijke omstandigheden van belang zijn, waarbij in geval van publicatie de derde zal moeten aantonen dat hij desondanks het bewind niet kende en niet behoorde te kennen. Legalitas B.V. heeft in dit kader – kort gezegd – aangevoerd dat [naam] geen blijk heeft gegeven van het bewind en dat er geen aanwijzingen waren voor het bestaan van dit bewind. Deze omstandigheden geven echter geen doorslag voor de kantonrechter.



4.8.
Net zoals in de hiervoor genoemde uitspraak uit 2021 overweegt de kantonrechter hierbij dat het register eenvoudig en gratis te raadplegen is. Van een advocaat mag worden verwacht dat deze het register raadpleegt voordat hij cliënten aanneemt en/of werkzaamheden aan hen factureert. Legalitas B.V. behoort daarom het in het register ingeschreven bewind te kennen en kan daarom geen beroep doen op de derdenbescherming van artikel 1:439 lid 1 BW.



4.9.
Dit betekent dat het verweer van de bewindvoerder op dit punt slaagt en de vordering (inclusief de nevenvorderingen) om die reden wordt afgewezen. De overige stellingen en verweren, waaronder die over de zorgplicht van een advocaat hoeven daarom niet meer te worden besproken.



4.10.
Legalitas B.V. is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van de bewindvoerder vastgesteld op € 264,- (2,00 punten × € 132,00).





5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
wijst de vorderingen van Legalitas B.V. af,



5.2.
veroordeelt Legalitas B.V. in de proceskosten, aan de zijde van de bewindvoerder tot dit vonnis vastgesteld op € 264,-.


Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2023.