Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2022:2543

2022-05-09 Civiel recht C/02/397268 HARK 22-98
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2022-05-09
Publicatiedatum
2022-05-10
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
C/02/397268 HARK 22-98
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | Prg. 2022/207

Inhoudsindicatie

Verschoningsverzoek toegewezen

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.638 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Verschoningskamer



Locatie: Breda



Procedurenummer: C/02/397268 HARK 22-98




beslissing van 9 mei 2022




in de zaak van




mr. [voorletters] van der Weide

rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant
hierna: de rechter



belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk 394194 HARK 22-16 van:




het Openbaar Ministerie Zeeland-West-Brabant

gemachtigde: mr. C. de Pagter, Officier van Justitie



en




de stichting Mobiliteit voor iedereen

gemachtigde: mr. H.J. Alberts



en





[naam 1]
en [naam 2]
gemachtigde: mr. S.P.H. Brinkman.






1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 4 mei 2022.



1.2
Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter zitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.






2Het verschoningsverzoek


2.1

De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd. In bijlage 9 bij het verzoek in de hoofdzaak wordt een financieel adviseur genoemd, die een persoonlijke kennis is van de rechter. Het valt niet bij voorbaat uit te sluiten dat de bevindingen van deze financieel adviseur in het hoofdgeding ter discussie komen te staan. Hoewel de rechter meent dat hij niet zal worden belemmerd door het feit dat de adviseur een persoonlijke kennis is, kan hij zich voorstellen dat er een schijn van partijdigheid uit zou kunnen worden afgeleid.

3. Het wettelijk kader





3.1
In artikel 40, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen, kan verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36.



3.2
In artikel 36 Rv is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.



3.3
In artikel 41, tweede lid, Rv is bepaald dat de meervoudige kamer zo spoedig mogelijk beslist. De beslissing is gemotiveerd en wordt onverwijld aan partijen en de rechter, die het verzoek had gedaan, medegedeeld.






4De beoordeling


4.1
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.



4.2
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.



4.3
Uit het verschoningsverzoek blijkt dat in dit geval sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechter er rekening mee houdt dat anderen uit die omstandigheden een schijn van partijdigheid zouden kunnen afleiden. De verschoningskamer ziet hierin een genoegzame grond voor verschoning gelegen. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.





5De beslissing


De verschoningskamer:



5.1
wijst het verzoek tot verschoning toe;



5.2
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;



5.3

beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
 de rechter;
 de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
 de partijen in de hoofdzaak.




Deze beslissing is genomen in raadkamer op 9 mei 2022 door mr. Van Kralingen, rechter en voorzitter, en mr. Van de Sande en mr. Broeders, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.































Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.