Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2021:6504

2021-12-10 Civiel recht; Personen- en familierecht C/02/391552 / JE RK 21-2299
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2021-12-10
Publicatiedatum
2021-12-21
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/02/391552 / JE RK 21-2299
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek bekrachtiging schriftelijke aanwijzing. De kinderrechter stelt vast dat in de als schriftelijke aanwijzing verzonden brief geen enkele aanwijzing aan de vader is neergelegd. Er is dan ook geen sprake van een op enig (rechts-)gevolg gericht schrijven van de GI aan de vader. Daarmee is van een schriftelijke aanwijzing geen sprake en kan geen bekrachtiging worden uitgesproken. Daaraan doet niet af dat het de vader op basis van de aankondiging van een schriftelijke aanwijzing mogelijk duidelijk geweest zou kunnen zijn wat de GI wellicht met de als schriftelijke aanwijzing verzonden brief zou kunnen bedoelen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.045 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht



Zittingsplaats: Middelburg



Zaaknummer: C/02/391552 / JE RK 21-2299
Datum uitspraak: 10 december 2021


Beschikking bekrachtiging schriftelijke aanwijzing


in de zaak van




STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Roosendaal hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI),
gevestigd te Roosendaal,



betreffende





[minderjarige]
, geboren op 18 november 2013 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:



[de vrouw] , hierna te noemen de moeder,
wonende te [woonplaats] ,


[de man] hierna te noemen de vader,
wonende te [woonplaats] ,




Het procesverloop


Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoek met bijlage(n) van de GI van 5 november 2021, ingekomen bij de griffie op 8 november 2021;
- het emailbericht met bijlage van de GI van 8 december 2021.



Op 10 december 2021 heeft de kinderrechter de zaak mondeling - met gesloten deuren - behandeld.



Gehoord zijn:


- de moeder,
- de vader,
- een vertegenwoordigster van de GI.





De feiten
De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .



[minderjarige] woont bij de moeder.



Bij beschikking van de kinderrechter van 2 september 2020 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van Briedis Jeugdbeschermers, met ingang van 2 september 2020 en tot 2 januari 2021. Het resterende deel van het verzoek is toen aangehouden. Daarna is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] drie keer verlengd geweest, telkens onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.



Bij beschikking van de kinderrechter van 1 september 2021 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] laatstelijk verlengd, met ingang van 2 september 2021 en tot 2 juni 2022.



Bij beschikking van de kinderrechter van 18 juni 2021 is de gecertificeerde instelling Briedis Jeugdbeschermers vervangen door de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant.



De GI heeft de vader op 21 oktober 2021 een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . Hierin is het volgende opgenomen.



“(..)
Besluit:



De GI geeft u de volgende aanwijzing(en):
Indien u besluit zich niet aan deze aanwijzing(en) te houden, zijn wij genoodzaakt
Op grond van artikel 1:263 lid 3 BW kan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant aan de kinderrechter verzoeken deze schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen. Tegelijkertijd kan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant aan de kinderrechter verzoeken een door de wet toegelaten dwangmiddel (dwangsom of lijfsdwang) op te leggen”.





Het verzoek


De GI heeft bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing van 21 oktober 2021 verzocht.





De standpunten


De GI merkt tijdens de mondelinge behandeling op dat is getracht na de verlenging van de ondertoezichtstelling de vader tegemoet te komen in zijn wens om een ruimere omgangsregeling te treffen. De vader heeft het voorstel daartoe echter niet aanvaard en komt de door het gerechtshof vastgestelde regeling niet na. Om die reden is besloten een schriftelijke aanwijzing te geven. Het was de GI niet opgevallen dat de tekst incompleet was. Gelet op de verzonden aankondiging moest het doel van de aanschrijving voor de vader wel duidelijk zijn.



De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat de gezinsvoogd volgens hem niet SKJ-geregistreerd is en daarmee niet bevoegd is om gezinsvoogd te zijn. Hij is niet ingegaan op de schriftelijke aanwijzing of op een door hem gewenste omgangsregeling.





De beoordeling


Ingevolge artikel 1:263, eerste lid, BW kan de GI ter uitvoering van haar taak schriftelijke aanwijzingen geven betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De GI kan dit doen indien de met het gezag belaste ouder of de minderjarige niet instemmen met, dan wel niet of onvoldoende medewerking verlenen aan de uitvoering van het plan, bedoeld in artikel 4.1.3, eerste lid, van de Jeugdwet of indien dit noodzakelijk is teneinde de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. Op grond van het tweede lid van voornoemd artikel volgen de met het gezag belaste ouders of ouder en de minderjarige een schriftelijke aanwijzing op. Ingevolge het derde lid van voornoemd artikel kan de GI de kinderrechter verzoeken een schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen.



De schriftelijke aanwijzing van de GI wordt aangemerkt als een beslissing als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).



De kinderrechter stelt vast dat in de als schriftelijke aanwijzing verzonden brief geen enkele aanwijzing aan de vader is neergelegd. Er is dan ook geen sprake van een op enig
(rechts-)gevolg gericht schrijven van de GI aan de vader. Daarmee is van een schriftelijke aanwijzing geen sprake en kan geen bekrachtiging worden uitgesproken. Daaraan doet niet af dat het de vader op basis van de aankondiging van een schriftelijke aanwijzing mogelijk duidelijk geweest zou kunnen zijn wat de GI wellicht met de als schriftelijke aanwijzing verzonden brief zou kunnen bedoelen.



Op grond van het bovenstaande zal de kinderrechter het verzoek tot bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing afwijzen.





De beslissing:


De kinderrechter:



wijst het verzoek af.











Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2021 door mr. B.J. Duinhof, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D.I.E. van Dijke.













































De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 december 2021.
EvD.