Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2021:6459

2021-12-17 Bestuursrecht; Belastingrecht BRE-21_3393
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2021-12-17
Publicatiedatum
2021-12-17
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BRE-21_3393
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

voor deze uitspraak is geen samenvatting

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.126 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht, enkelvoudige kamer


Locatie: Breda



Zaaknummer BRE 21/3393
uitspraak van 17 december 2021




Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a in verbinding met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen






[belanghebbende] , wonende te [plaats] ,
belanghebbende,


en




de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg,
de heffingsambtenaar.




Betreft


Het verzoek van belanghebbende op grond van artikel 8:75a van de Awb om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten.




Motivering


Belanghebbende heeft verzocht om een vergoeding van proceskosten in verband met de intrekking van het beroep tegen de kostenvergoeding in bezwaar betreffende de naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] .



De rechtbank stelt de vergoeding voor beroepsmatige bijstand in de beroepsfase vast op € 267. De wegingsfactor is bepaald op 0,5 gelet op het voorwerp van het beroep en het richtsnoer proceskostenvergoeding van Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 11 november 2021. De rechtbank ziet geen aanleiding daarvan af te wijken. Opmerking verdient dat deze kostenvergoeding voor de beroepsfase wordt toegekend naast de kostenvergoeding voor de bezwaarfase waar partijen overeenstemming over hebben bereikt.



Belanghebbende heeft € 49,00 aan griffierecht betaald. De wet biedt niet de mogelijkheid om in deze procedures de heffingsambtenaar te veroordelen tot het vergoeden van griffierecht. De heffingsambtenaar moet dat echter wel uit zichzelf doen (artikel 8:41, zevende lid, van de Awb).




Beslissing


De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende van € 267.




Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 17 december 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.



De griffier, De rechter,








Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:



Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 8:55, derde lid en artikel 8:106, eerste lid Awb).




Rechtsmiddel


Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.





1 punt voor het beroepschrift met een wegingsfactor 0,5


ECLI:NL:GHSHE:2021:3315