Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2021:5128
2021-10-12
Bestuursrecht; Belastingrecht
BRE-21_604
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.156 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 21/604
uitspraak van 12 oktober 2021
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a in verbinding met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , België,
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
de inspecteur.
Betreft
Het verzoek van belanghebbende op grond van artikel 8:75a van de Awb om de inspecteur te veroordelen in de proceskosten.
Motivering
Belanghebbende heeft verzocht om een vergoeding van proceskosten in verband met de intrekking van het beroep betreffende de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2010 met aanslagnummer [aanslagnummer] H.06. De inspecteur heeft bij brief van 26 augustus 2021 gereageerd op het verzoek van belanghebbende.
Oordeel over het verzoek
De rechtbank kan de inspecteur in de proceskosten veroordelen, indien daarom bij de intrekking van het beroep wordt verzocht en de inspecteur geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen (artikel 8:75a van de Awb).
Belanghebbende heeft verzocht om vergoeding van de kosten voor verleende rechtsbijstand en € 150 aan (verlet)kosten die gemaakt zouden zijn voor postzendingen, telefoonkosten en het bijwonen van een zitting van 2 uur.
De rechtbank merkt op dat een proceskostenveroordeling alleen mogelijk is voor kosten die worden genoemd in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het gaat om de volgende kosten:a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand,b. kosten van een getuige, deskundige of tolk die door een partij of een belanghebbende is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht,c. reis- en verblijfkosten van een partij of een belanghebbende,d. verletkosten van een partij of een belanghebbende,e. kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken,f. kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.
Het verzoek om vergoeding van verleende rechtsbijstand en € 150 aan diverse kosten wordt afgewezen. Er is niet gebleken uit de stukken dat belanghebbende voor het geschil dat aan de orde is geweest een gemachtigde heeft ingeschakeld en kosten heeft moeten maken voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Het bedrag van € 150 wat belanghebbende opgeeft aan (verlet)kosten is niet onderbouwd door middel van bewijsstukken. Daarnaast is er ook geen sprake van gemaakte kosten voor het bijwonen van een zitting aangezien er geen zitting is gehouden.
Belanghebbende heeft € 49 aan griffierecht betaald. De wet biedt niet de mogelijkheid om in deze procedure de inspecteur te veroordelen tot het vergoeden van griffierecht. De inspecteur moet dat echter wel uit zichzelf doen (artikel 8:41, zevende lid, van de Awb).
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 12 oktober 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 21/604
uitspraak van 12 oktober 2021
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a in verbinding met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , België,
belanghebbende,
en
de inspecteur van de Belastingdienst,
de inspecteur.
Betreft
Het verzoek van belanghebbende op grond van artikel 8:75a van de Awb om de inspecteur te veroordelen in de proceskosten.
Motivering
Belanghebbende heeft verzocht om een vergoeding van proceskosten in verband met de intrekking van het beroep betreffende de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2010 met aanslagnummer [aanslagnummer] H.06. De inspecteur heeft bij brief van 26 augustus 2021 gereageerd op het verzoek van belanghebbende.
Oordeel over het verzoek
De rechtbank kan de inspecteur in de proceskosten veroordelen, indien daarom bij de intrekking van het beroep wordt verzocht en de inspecteur geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen (artikel 8:75a van de Awb).
Belanghebbende heeft verzocht om vergoeding van de kosten voor verleende rechtsbijstand en € 150 aan (verlet)kosten die gemaakt zouden zijn voor postzendingen, telefoonkosten en het bijwonen van een zitting van 2 uur.
De rechtbank merkt op dat een proceskostenveroordeling alleen mogelijk is voor kosten die worden genoemd in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het gaat om de volgende kosten:a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand,b. kosten van een getuige, deskundige of tolk die door een partij of een belanghebbende is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht,c. reis- en verblijfkosten van een partij of een belanghebbende,d. verletkosten van een partij of een belanghebbende,e. kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken,f. kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.
Het verzoek om vergoeding van verleende rechtsbijstand en € 150 aan diverse kosten wordt afgewezen. Er is niet gebleken uit de stukken dat belanghebbende voor het geschil dat aan de orde is geweest een gemachtigde heeft ingeschakeld en kosten heeft moeten maken voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Het bedrag van € 150 wat belanghebbende opgeeft aan (verlet)kosten is niet onderbouwd door middel van bewijsstukken. Daarnaast is er ook geen sprake van gemaakte kosten voor het bijwonen van een zitting aangezien er geen zitting is gehouden.
Belanghebbende heeft € 49 aan griffierecht betaald. De wet biedt niet de mogelijkheid om in deze procedure de inspecteur te veroordelen tot het vergoeden van griffierecht. De inspecteur moet dat echter wel uit zichzelf doen (artikel 8:41, zevende lid, van de Awb).
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 12 oktober 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.