Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2021:3428

2021-07-07 Bestuursrecht; Belastingrecht BRE-20_8846
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2021-07-07
Publicatiedatum
2021-07-06
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BRE-20_8846
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | Viditax (FutD) 2021071410 | FutD 2021-2289

Inhoudsindicatie

Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.321 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht, enkelvoudige kamer


Locatie: Breda



Zaaknummers BRE 20/8846 tot en met 20/8848
uitspraak van 7 juli 2021




Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen






[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] ,
belanghebbende,


en




de inspecteur van de Belastingdienst,
de inspecteur.




Motivering


Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraken op bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2015 tot en met 2017 met aanslagnummers [aanslagnummer] .H.56.01, [aanslagnummer] .H.67.01. en [aanslagnummer] .H.76.01.



De uitspraken op bezwaar hebben als dagtekening 17 augustus 2020. Er zijn geen aanwijzingen dat verzending aan belanghebbende pas na die dagtekening heeft plaatsgevonden.



De wettelijke termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn eindigde op 28 september 2020. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Ook is het beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.



Het beroepschrift is op 9 oktober 2020 bij de rechtbank ontvangen. Het beroepschrift is daarom niet-tijdig ingediend.



De beroepstermijn is van openbare orde. Dit betekent dat bij een termijnoverschrijding een niet-ontvankelijkverklaring moet volgen. Dat is alleen anders indien “redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest”, oftewel indien de termijnoverschrijding ‘verschoonbaar’ is.



Belanghebbende heeft redenen aangevoerd voor de overschrijding van de beroepstermijn. Belanghebbende geeft aan dat hij ten gevolge van Covid-19 op 12 september 2020 is opgenomen op de intensive care en vervolgens is ontslagen uit het ziekenhuis op 6 oktober 2020. Doordat belanghebbende niet in staat was het beroepschrift eerder te versturen hebben zijn ouders hierover telefonisch contact gehad met de rechtspraak en de medewerkster die zij hierover spraken zou een notitie maken in het dossier. Belanghebbende heeft, zodra zijn gezondheid het toeliet, alsnog een beroepschrift ingediend.



De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat sprake is van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. De gestelde medische toestand van belanghebbende is niet onderbouwd met enig objectief verifieerbaar bewijs. Daarbij komt dat uit door de inspecteur ingestuurde stukken volgt dat door of namens belanghebbende in de periode na 12 september 2020 wel is gecorrespondeerd met de inspecteur, waaronder het maken van een bezwaar en het accorderen van het doorsturen van een bezwaarschrift als beroepschrift. Gelet op die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat hij tussen 12 september 2020 en 6 oktober 2020 redelijkerwijs niet in staat was om tijdig in beroep te komen.



De beroepen zijn daarom, gelet op de artikelen 6:7 tot en met 6:11 van de Awb, kennelijk niet-ontvankelijk.



Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.




Beslissing


De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 7 juli 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.



De griffier, De rechter,






Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:




Rechtsmiddel


Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.