Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2019:2124

2019-05-10 Bestuursrecht BRE 19_494
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2019-05-10
Publicatiedatum
2019-05-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
BRE 19_494
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Beroep inzake beheersvergoeding camping terecht niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet betalen griffierecht.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.902 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Bestuursrecht



zaaknummer: BRE 19/494 WET


uitspraak van 10 mei 2019 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

1. [eiser1] , te [plaatsnaam] ,
2. [eiser2] , te [plaatsnaam2] ,
3. [eiser3], te [plaatsnaam3] ,
hierna gezamenlijke eisers,


gemachtigde eisers 2 en 3: [eiser1] .


het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert, verweerder.




Procesverloop
Eisers hebben bij brief van 23 januari 2019 beroep ingesteld tegen het besluit van 18 december 2018 (bestreden besluit) van het college inzake de vaststelling van de beheersvergoeding ingevolge de Woningwet ten behoeve van [eiser2] .



Overwegingen

1. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Eisers zijn schriftelijk gewezen op deze verplichting. Bij aangetekende brief van 28 februari 2019 aan [eiser1] is aan eisers bericht dat op het eerdere verzoek om betaling van het griffierecht geen betaling is ontvangen. Eisers is verder meegedeeld dat het griffierecht binnen vier weken na dagtekening van deze brief diende te zijn overgemaakt op de in de brief vermelde bankrekening. Eisers zijn er in deze brief tevens op gewezen dat zij bij niet (tijdige) betaling het risico lopen dat het beroepschrift niet-ontvankelijk wordt verklaard.

2. De rechtbank constateert dat het griffierecht niet (binnen de gestelde termijn) is ontvangen. Het beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Bij deze beslissing is in aanmerking genomen het gestelde in de artikelen 8:41, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, en 8:54, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb.



Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Sierkstra, rechter, in aanwezigheid van J.J.P.M. van Gestel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2019.









griffier rechter



Afschrift verzonden aan partijen op:




Als u het niet eens bent met deze uitspraak
Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden verzet doen bij de rechtbank. De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de verzending van deze uitspraak.




Artikel 8:41, eerste lid, van de Awb luidt als volgt:


Van de indiener van het beroepschrift wordt door de griffier een griffierecht geheven.





Artikel 8:41, vierde lid, van de Awb luidt als volgt:


De griffier deelt de indiener van het beroepschrift mede welk griffierecht is verschuldigd en wijst hem daarbij op het bepaalde in het vijfde en zesde lid.





Artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb luidt als volgt:


Het griffierecht dient binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier te zijn bijgeschreven op de rekening van het gerecht dan wel ter griffie te zijn gestort.





Artikel 8:41, zesde lid, van de Awb luidt als volgt:


Indien het bedrag niet tijdig is bijgeschreven of gestort, is het beroep niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.





Artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb luidt als volgt:


Totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting van de bestuursrechter te verschijnen, kan de bestuursrechter het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.