Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

ECLI:NL:RBZWB:2014:3326

2014-05-08 Civiel recht 281557 HA RK 14-93
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Uitspraakdatum
2014-05-08
Publicatiedatum
2014-05-20
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
281557 HA RK 14-93
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek tot verschoning in procedure 279968 / KG ZA 14/216 is toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.926 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Verschoningskamer



zaaknummer: 281557 HA RK 14-93




beslissing op het verzoek tot verschoning ex artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:






mr. P.H.J.G. Römers, voorzieningenrechter








1Het procesverloop
Op 7 mei 2014 heeft mr. P.H.J.G. Römers een verzoek tot verschoning ingediend in de zaak (kort geding) tussen Beelen Sloopwerken BV, eisende partij, en HaskoningDHV Nederland BV, gedaagde partij (zaaksnummer 279968 / KG ZA 14/216). Het kort geding betreft – kort gezegd – een geschil inzake de aanbesteding van werk. Het kort geding staat voor behandeling ter zitting geagendeerd op maandag 12 mei 2014 om 13.00 uur.




2Het verzoek
Mr. Römers heeft in zijn verzoekschrift aangegeven dat hij kennis heeft genomen van een faxbericht van 6 mei 2014 van mr. J.F. van Nouhuys, die daarin mededeelt als advocaat voor gedaagde op te treden. Mr. Van Nouhuys is als docent verbonden aan een beroepsopleiding aanbestedingsrecht. Mr. Römers is dit jaar deelnemer aan die opleiding, die in december wordt afgesloten met een examen. Gegeven deze omstandigheden is mr. Römers van mening dat een mogelijke schijn van partijdigheid zal kunnen ontstaan als hij deze zaak behandelt.


Mr. Römers verzoekt de verschoningskamer om zijn verzoek tot verschoning toe te staan.





3Het wettelijk kader


In artikel 40, eerste lid, Rv is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen, kan verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36.



In artikel 36 Rv is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.



In artikel 41, tweede lid, Rv is bepaald dat de meervoudige kamer zo spoedig mogelijk beslist. De beslissing is gemotiveerd en wordt onverwijld aan partijen en de rechter, die het verzoek had gedaan, medegedeeld.






4De beoordeling


4.1
Uit artikel 41 Rv valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De verschoningskamer zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.



4.2
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.



4.3
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing van de hoofdzaak te onthouden, want rechtzoekenden moeten in het rechterlijk apparaat vertrouwen kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.



4.4
Uit het verzoek van mr. Römers blijkt dat er sprake is van zodanige bekendheid met de advocaat van gedaagde partij en dat hij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in onderhavige zaak te beslissen. De verschoningskamer ziet hierin, in aanmerking genomen de motivering van het verzoek, een genoegzame grond voor verschoning gelegen. Het verzoek zal derhalve worden toegewezen.






5De beslissing


De verschoningskamer:



wijst het verzoek van mr. P.H.J.G. Römers tot verschoning toe;


bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, de procedure met zaaksnummer 279968 / KG ZA 14/216 wordt voortgezet in de stand waarin de procedure zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot verschoning.




Deze beslissing is gegeven door mr. G.M.J. Kok, voorzitter, en mrs. D. van Kralingen en M.C. de Regt, leden, in aanwezigheid van mr. J.H.C.W. Vonk, griffier, op 8 mei 2014.










griffier voorzitter



Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.



Afschrift verzonden op: