Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Zutphen

ECLI:NL:RBZUT:2006:AZ6057

2006-12-21 Bestuursrecht 06/2597 en 2598 VEROR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zutphen
Uitspraakdatum
2006-12-21
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
06/2597 en 2598 VEROR
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kapvergunningen Ulft In dit specifieke geval wordt aanleiding gevonden de kapvergunningen zonder inhoudelijke beoordeling te schorsen tot twee weken na de beslissing op bezwaar.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.217 tekens)
RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Bestuursrecht


Reg.nrs.: 06/2597 en 2598 VEROR

PROCES-VERBAAL VAN MONDELINGE UITSPRAAK

op de verzoeken om een voorlopige voorziening in het geschil tussen:


[verzoekster], verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek, verweerder; gemachtigden: [medewerker A], [medewerker B] en [medewerker C].


1. Bestreden besluiten

Besluiten van 25 oktober 2006.

2. Motivering

Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, een voorlopige voorziening vereist.

De in bezwaar bestreden besluiten houden kapvergunningen ten behoeve van de gemeente Oude IJsselstreek in.

Omtrent de materiële rechtskracht daarvan heeft verweerder bij de bestreden besluiten bepaald dat de vergunningen pas van kracht worden na de dag waarop de bezwaartermijn afloopt. Indien binnen de bezwaartermijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend wordt de betreffende vergunning pas van kracht nadat op dat verzoek is beslist.

Verzoekster heeft verzoeken om voorlopige voorziening ingediend, connex aan door haar tijdig tegen de bestreden besluiten ingediende bezwaarschriften.

Bij de aanvang van de zitting heeft verweerder te kennen gegeven dat de gemeente, ook al zouden de verzoeken om voorlopige voorziening thans of op korte termijn worden afgewezen, van de kapvergunningen voorlopig geen gebruik zal maken. Een concrete datum tegen welke de gemeente wel van de kapvergunningen gebruik wil maken kon niet worden genoemd. Evenmin is duidelijk wanneer verweerder op de bezwaarschriften zal beslissen. De hoorzitting van de bezwaaradviescommissie is gepland op 9 januari 2007.


De voorzieningenrechter ziet reeds in de opmerking van verweerder ter zitting aanleiding de bestreden besluiten te schorsen. Wanneer verweerder wel duidelijkheid heeft over het moment waarop de gemeente van de kapvergunningen gebruik wil maken, staat hem de mogelijkheid ten dienste om op grond van artikel 8:87 Awb de voorzieningenrechter te verzoeken de schorsing op te heffen of te wijzigen.
Alsdan zal, wanneer aan de overige wettelijke voorwaarden is voldaan, behandeling van dat verzoek ter zitting van de voorzieningenrechter kunnen plaatsvinden.
Bij die behandeling zullen ook de thans niet behandelde argumenten van verzoekster aan de orde kunnen komen.



Gelet op artikel 8:82, vierde lid, Awb ten slotte ziet de voorzieningenrechter aanleiding te bepalen dat het door verzoekster betaalde griffierecht (ad 2 x € 141,00) door de gemeente Oude IJsselstreek wordt vergoed.
Van voor een proceskostenveroordeling in aanmerking komende kosten is niet gebleken.


3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

schorst de bestreden besluiten tot twee weken na het nemen van de besluiten op de bezwaren;

bepaalt dat het griffierecht ad 2x € 141,00 aan verzoekster wordt vergoed door de gemeente Oude IJsselstreek.

Deze uitspraak is gedaan op 21 december 2006.