Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Utrecht

ECLI:NL:RBUTR:2008:BC4083

2008-02-20 Civiel recht; Personen- en familierecht 240314/ FA RK 07-6767
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Utrecht
Uitspraakdatum
2008-02-20
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
240314/ FA RK 07-6767
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Relatieve bevoegdheid, afspraak in convenant.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.865 tekens)
beschikking
RECHTBANK UTRECHT


Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rekestnummer: 240314 / FA RK 07-6767

wijziging bijdrage levensonderhoud


Beschikking van 20 februari 2008

in de zaak van


[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker, nader te noemen de man,
procureur mr. M.C. van Rijn,


tegen


[verweerder],
wonende te [woonplaats],
verweerster, nader te noemen de vrouw,
procureur mr. P.J. Soede.


1. Verloop van de procedure

De man heeft ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend.

De vrouw heeft een verweerschrift ingediend.

Er zijn van de zijde van partijen nadere stukken ontvangen.

De geplande behandeling ter terechtzitting van 1 februari 2008 heeft geen doorgang gevonden.

2. Vaststaande feiten


1. Partijen zijn op [datum] te [woonplaats] met elkaar gehuwd.
Tussen hen is de echtscheiding uitgesproken door de rechtbank Roermond bij beschikking van 25 januari 2001. Deze beschikking is op 7 februari 2001 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. In de beschikking is onder meer bepaald dat de man aan de vrouw een bedrag van fl. 4.958,40 per maand dient te betalen voor haar levensonderhoud.
2. Bij beschikking van de rechtbank Roermond van 10 november 2004 is de door de man te betalen bijdrage met ingang van 1 september 2004 gewijzigd en verlaagd tot € 1.278,= per maand. Op grond van de wettelijke indexering is dit bedrag thans € 1.356,35 per maand.
3. Beoordeling van het verzochte


De man heeft gevraagd de door hem te betalen bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw met ingang van 1 juni 2007 op nihil te stellen.

De vrouw heeft verweer gevoerd. Zij heeft primair gesteld dat de rechtbank Utrecht niet bevoegd is om van het verzoek van de man kennis te nemen nu partijen in hun echtscheidings-convenant van april 2001 zijn overeengekomen dat alle geschillen inzake alimentatie door partijen bij uitsluiting ter kennisname van de rechtbank Roermond zullen worden gebracht.

Nadien hebben partijen hun standpunten schriftelijk nader uiteengezet en de rechtbank verzocht om zonder terechtzitting met betrekking tot de bevoegdheid een beslissing te geven.

De rechtbank overweegt als volgt.

In de onderhavige zaak gaat het om een rechtsbetrekking die ter vrije bepaling van partijen staat. In die situatie biedt artikel 108 Rv., dat naar het oordeel van de rechtbank naar analogie op verzoekschriftprocedures en derhalve op deze zaak van toepassing is, partijen de mogelijkheid om bij overeenkomst een relatief bevoegde rechter aan te wijzen. Partijen hebben dat gedaan door in casu, blijkens hun convenant, de rechtbank Roermond aan te wijzen. Aan deze forum-keuze dient het gevolg te worden verbonden dat deze rechtbank zich onbevoegd verklaart, nu de vrouw zich als verweerster voor alle weren ten gronde op deze onbevoegdheid heeft beroepen.

Van de zijde van de man is nog aangevoerd dat de omstandigheden die aan de forumkeuze in het convenant ten grondslag hebben gelegen inmiddels zijn gewijzigd. Dit verweer kan hem niet baten. Het had op de weg van de man gelegen om in dat geval het convenant in overleg met de vrouw - zo mogelijk - te doen wijzigen.

Het vorenstaande leidt tot de volgende beslissing.

4. Beslissing

De rechtbank:

verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Roermond.



Deze beschikking is gegeven door mr. E. Bongers, rechter, in tegenwoordigheid van
A. Hollart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2008.