Rechtbank 's-Gravenhage
ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5937
2009-08-26
Bestuursrecht; Belastingrecht
AWB 09/217
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Aanslag in het Recht van Schenking opgelegd aan een onbekende. Eiseres is geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Awb, noch is gebleken dat zij als gemachtigde is opgetreden voor de onbekende belastingplichtige. Het beroep is ongegrond.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.739 tekens)
RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector bestuursrecht
Afdeling 4, enkelvoudige belastingkamer
Procedurenummer: AWB 09/217
Uitspraakdatum: 26 augustus 2009
Uitspraak ingevolge artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
In het geding tussen
[X], wonende te [Z], eiseres,
en
de inspecteur van de Belastingdienst [te P], verweerder.
IPROCESVERLOOP
I.1. Verweerder heeft aan een onbekende een aanslag in het Recht van Schenking opgelegd wegens een verkrijging in het jaar 2002 van de op 3 juli 2003 overleden [A].
I.2. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Bij uitspraak op bezwaar van 2 januari 2009 heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij brief van 9 januari 2009, ingekomen bij de rechtbank op 12 januari 2009, heeft eiseres beroep ingesteld tegen die uitspraak op bezwaar.
1.3. Verweerder heeft zich desgevraagd uitgelaten over de ontvankelijkheid van eiseres in haar bezwaar.
IIOVERWEGINGEN
II.1. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Tegen dit besluit kan op grond van artikel 6:4 Awb bezwaar worden ingesteld bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.
II.2. De aanslag in het Recht van Schenking is opgelegd aan een onbekende en niet aan eiseres. Voorts is niet gebleken dat eiseres namens die onbekende als gemachtigde is opgetreden. Derhalve is eiseres niet aan te merken als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Awb. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder het bezwaarschrift tegen de aanslag derhalve terecht niet-ontvankelijk verklaard.
II.3. Voor zover het beroep van eiseres ziet op de aansprakelijkstelling in de zin van artikel 46, derde lid, van de Invorderingsweg 1990, verklaart de rechtbank het bezwaar van eiseres eveneens niet-ontvankelijk, nu immers niet is gebleken dat een beschikking is opgelegd waartegen eiseres op grond van artikel 49, derde lid, van de Invorderingswet 1990 bezwaar en beroep kan aantekenen.
II.4. Het beroep is kennelijk ongegrond.
II.5. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling
IIIBESLISSING
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. E.E. Schotte, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.P. Wismeijer.
RECHTSMIDDEL
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
Sector bestuursrecht
Afdeling 4, enkelvoudige belastingkamer
Procedurenummer: AWB 09/217
Uitspraakdatum: 26 augustus 2009
Uitspraak ingevolge artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
In het geding tussen
[X], wonende te [Z], eiseres,
en
de inspecteur van de Belastingdienst [te P], verweerder.
IPROCESVERLOOP
I.1. Verweerder heeft aan een onbekende een aanslag in het Recht van Schenking opgelegd wegens een verkrijging in het jaar 2002 van de op 3 juli 2003 overleden [A].
I.2. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Bij uitspraak op bezwaar van 2 januari 2009 heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij brief van 9 januari 2009, ingekomen bij de rechtbank op 12 januari 2009, heeft eiseres beroep ingesteld tegen die uitspraak op bezwaar.
1.3. Verweerder heeft zich desgevraagd uitgelaten over de ontvankelijkheid van eiseres in haar bezwaar.
IIOVERWEGINGEN
II.1. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Tegen dit besluit kan op grond van artikel 6:4 Awb bezwaar worden ingesteld bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.
II.2. De aanslag in het Recht van Schenking is opgelegd aan een onbekende en niet aan eiseres. Voorts is niet gebleken dat eiseres namens die onbekende als gemachtigde is opgetreden. Derhalve is eiseres niet aan te merken als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Awb. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder het bezwaarschrift tegen de aanslag derhalve terecht niet-ontvankelijk verklaard.
II.3. Voor zover het beroep van eiseres ziet op de aansprakelijkstelling in de zin van artikel 46, derde lid, van de Invorderingsweg 1990, verklaart de rechtbank het bezwaar van eiseres eveneens niet-ontvankelijk, nu immers niet is gebleken dat een beschikking is opgelegd waartegen eiseres op grond van artikel 49, derde lid, van de Invorderingswet 1990 bezwaar en beroep kan aantekenen.
II.4. Het beroep is kennelijk ongegrond.
II.5. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling
IIIBESLISSING
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. E.E. Schotte, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.P. Wismeijer.
RECHTSMIDDEL
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.