Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank 's-Gravenhage

ECLI:NL:RBSGR:2005:AU8033

2005-11-15 Civiel recht; Personen- en familierecht 243059
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Uitspraakdatum
2005-11-15
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
243059
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

[...] De man heeft in zijn verzoekschrift niet gesteld dat er voor zijn vervroegde pensionering een (medische) noodzaak bestond. De man heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in verband met een spierziekte gedeeltelijk arbeidsongeschikt is verklaard en dat hij zijn besluit om met VUT te gaan heeft genomen in samenspraak met zijn huisarts en specialist. De man heeft ter terechtzitting evenwel geen stukken overgelegd waaruit zou kunnen blijken dat het medisch noodzakelijk was om voor het gedeelte waarvoor hij nog arbeidsgeschikt was met vervroegd pensioen te gaan. Dit had echter wel op zijn weg gelegen, nu de vrouw bij haar verweerschrift van 11 juli 2005 uitdrukkelijk heeft betwist dat het voor de man noodzakelijk was om met vervroegd pensioen te gaan. [...]

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.906 tekens)
RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE



Sector Familie- en Jeugdrecht
Enkelvoudige Kamer



Alimentatie
rekestnummer A. : FA RK 05-2834
zaaknummer : 243059
datum beschikking : 15 november 2005


BESCHIKKING op het op 19 mei 2005 ingekomen verzoek van:


[de man],
wonende te [woonplaats],
de man,
procureur: mr. H.P.J. van der Eerden.


Als belanghebbende wordt aangemerkt:


[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
de vrouw,
procureur: mr. W.N. Sardjoe.


PROCEDURE


De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- de brief d.d. 13 september 2005, met bijlagen, van de zijde van de man;
- de brief d.d. 30 september 2005, met bijlage, van de zijde van de vrouw.


Op 18 oktober 2005 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen, vergezeld van hun procureurs.

BEOORDELING

Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 27 juni 2001 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en heeft de rechtbank verstaan dat partijen de onderling getroffen regeling van hun betrekkingen na de echtscheiding hebben neergelegd in een echtscheidingsconvenant. In artikel 4.1 van het echtscheidingsconvenant is de door de man te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud bepaald op ƒ 697,-- (€ 316,28) per maand. De beschikking van 27 juni 2001 is op 18 juli 2001 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Het verzoek van de man luidt - met wijziging van voornoemde beschikking en het daarin opgenomen convenant - met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, de uitkering tot levensonderhoud voor de vrouw op nihil te bepalen, althans op zodanig bedrag en met zodanige datum van ingang als de rechtbank juist acht, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

De man stelt als grond voor dit verzoek een wijziging van omstandigheden waardoor voormelde beschikking niet langer voldoet aan de wettelijke maatstaven. Hij voert hiertoe aan dat zijn inkomen ingrijpend is gewijzigd als gevolg van het feit dat hij vervroegd met pensioen (VUT) is gegaan. Zijn inkomen bedraagt thans € 1.239,-- netto per maand inclusief vakantietoeslag.


De vrouw voert verweer tegen de verzochte wijziging en verzoekt de rechtbank primair de man in zijn verzoek niet ontvankelijk te verklaren, subsidiair het verzoek af te wijzen, meer subsidiair de alimentatie te bepalen op een bedrag dat de rechtbank juist acht.
De vrouw stelt in dit verband onder meer dat de man niet verplicht was om vervroegd met pensioen te gaan, zodat geen sprake is van een wijziging van omstandigheden in de zin van artikel 1:401 lid 1 Burgerlijk Wetboek.


De rechtbank overweegt het volgende.

De man heeft zijn wijzigingsverzoek gemotiveerd door te stellen dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden, zoals is vereist op grond van artikel 1:401 BW. De man kan daarom in zijn verzoek worden ontvangen.


De man heeft in zijn verzoekschrift niet gesteld dat er voor zijn vervroegde pensionering een (medische) noodzaak bestond.
De man heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in verband met een spierziekte gedeeltelijk arbeidsongeschikt is verklaard en dat hij zijn besluit om met VUT te gaan heeft genomen in samenspraak met zijn huisarts en specialist. De man heeft ter terechtzitting evenwel geen stukken overgelegd waaruit zou kunnen blijken dat het medisch noodzakelijk was om voor het gedeelte waarvoor hij nog arbeidsgeschikt was met vervroegd pensioen te gaan. Dit had echter wel op zijn weg gelegen, nu de vrouw bij haar verweerschrift van 11 juli 2005 uitdrukkelijk heeft betwist dat het voor de man noodzakelijk was om met vervroegd pensioen te gaan.
Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de man onvoldoende heeft gemotiveerd dat zijn besluit om met VUT te gaan medisch noodzakelijk was, alsmede dat onvoldoende aanleiding bestaat om de man in de gelegenheid te stellen alsnog medische verklaringen over te leggen.


Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat het besluit van de man om met VUT te gaan dient te worden beschouwd als een voor zijn eigen rekening komende keuze. Van een rechtens relevante wijziging van omstandigheden (in de zin van artikel 1:401 lid 1 BW) is geen sprake, zodat de rechtbank het verzoek van de man tot wijziging van de partneralimentatie zal afwijzen.

BESLISSING:

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.D. Veenendaal, bijgestaan door mr. J.M.M. Bancken als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2005.