Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:9884
2026-07-03
Bestuursrecht
ROT 23/7714
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Naturalisatie. Beroep ongegrond. Afwijzing naturalisatieverzoek. Gerede twijfel aan de identiteit en nationaliteit van eiser.
Citeert (5)
- ECLI:NL:RVS:2013:501 Raad van State 24-07-2013
- ECLI:NL:RVS:2011:BT6673 Raad van State 05-10-2011
- ECLI:NL:RVS:2021:2566 Raad van State 17-11-2021
- ECLI:NL:RVS:2023:4302 Raad van State 29-11-2023
- ECLI:NL:RVS:2020:3024 Raad van State 17-12-2020
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (20.846 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/7714
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2026 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. N. Kose-Albayrak),
en
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. J. Laros).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers verzoek om naturalisatie op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap (Rwn). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat er aanleiding is voor twijfel aan eisers identiteit en nationaliteit en dat daarom het verzoek om naturalisatie niet kan worden ingewilligd. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het primaire besluit van 8 juni 2023 heeft de staatssecretaris eisers verzoek om naturalisatie afgewezen. Met het bestreden besluit van 14 november 2023 op het bezwaar van eiser is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Op 6 november 2025 heeft de staatssecretaris een aanvullend besluit genomen. Op grond van artikel 6:19, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht is het beroep van eiser mede gericht tegen dit besluit.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst zodat de staatssecretaris de stukken die aan het rapport van Bureau Documenten van 19 mei 2025 ten grondslag liggen aan de rechtbank kan overleggen.
2.4.
Op 28 mei 2026 heeft de staatssecretaris met een beroep op artikel 8:29, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een analyseformulier onderzoek en vergewisbrieven van 24 en 28 mei 2026 aan de rechtbank verzonden. De gemachtigde van eiser heeft op de zitting op voorhand toestemming aan de rechtbank gegeven om kennis te nemen van die stukken.
De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van de bestreden besluiten
3.1.
Eiser stelt de Sierra Leoonse nationaliteit te hebben en sinds 22 maart 2004 in Nederland te verblijven.
3.2.
In het kader van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is er op 28 juni 2006 in opdracht van Bureau Land en Taal (inmiddels: Team Onderzoek en Expertise Land en Taal, TOELT) van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) een rapport taalanalyse opgesteld, waarin is geconcludeerd dat eiser eenduidig niet te herleiden is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Sierra Leone. Eiser heeft geen contra-expertise laten uitvoeren.
3.3.
Eiser is uiteindelijk in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning in het kader van de Regeling ter afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet (Ranov).
3.4.
Op 25 april 2022 heeft eiser een naturalisatieverzoek ingediend. De staatssecretaris heeft op 21 februari 2023 het voornemen uitgebracht eisers verzoek af te wijzen omdat er, gelet op het rapport taalanalyse van 28 juni 2006, gerede twijfel bestaat aan eisers identiteit en nationaliteit. Eiser is gewezen op de mogelijkheid om alsnog een contra-expertise in te dienen. Dit heeft hij niet gedaan. Wel heeft eiser een reactie op de taalanalyse ingediend. TOELT heeft hier bij rapport van 14 april 2023 op gereageerd. Eiser heeft vervolgens een kopie van zijn Sierra Leoonse paspoort en geboorteakte overgelegd.
3.5.
De staatssecretaris heeft met het primaire besluit eisers naturalisatieverzoek afgewezen. Ondanks de overgelegde Sierra Leoonse documenten stelt de staatssecretaris zich op het standpunt dat sprake is van gerede twijfel aan eisers identiteit en nationaliteit. Gelet op de uitkomst van de taalanalyse bestaat er nog altijd ernstige twijfel aan eisers gestelde identiteit en nationaliteit. Eiser kan deze twijfel alleen wegnemen met een andersluidende contra-expertise. De door eiser overgelegde documenten zijn niet op echtheid onderzocht en bovendien wekt het bevreemding dat de geboortedatum van eiser op de documenten overeenkomt met de fictief vastgestelde geboortedatum zoals die in Nederland aan eiser is toebedeeld.
3.6.
De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 14 november 2023 het primaire besluit gehandhaafd.
3.7.
Na het indienen van dit beroep heeft de staatssecretaris alsnog onderzoek laten doen naar de door eiser overgelegde documenten. Bij rapport van 19 mei 2025 heeft Bureau documenten geconcludeerd dat de geboorteakte hoogstwaarschijnlijk niet echt is en hoogstwaarschijnlijk frauduleus is verkregen. Ten aanzien van het paspoort is geconcludeerd dat het paspoort gelet op het beschikbare referentiemateriaal echt is, maar indien de geboorteakte aan de verkrijging hiervan ten grondslag heeft gelegen, het paspoort hoogstwaarschijnlijk frauduleus is verkregen. De fysieke echtheid van het document is dan niet relevant.
3.8.
De staatsecretaris heeft in het aanvullende besluit van 6 november 2025 verwezen naar het rapport van Bureau Documenten en aangegeven dat de overgelegde documenten de twijfel aan eisers identiteit en nationaliteit niet hebben weggenomen.
Het toetsingskader
4. De rechtbank beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden van eiser of de staatssecretaris het naturalisatieverzoek van eiser terecht heeft afgewezen.
5.1.
Zoals volgt uit de Rijkswet op het Nederlanderschap en het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap is het aan de verzoeker om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen en is het aan de staatssecretaris om te beoordelen of de identiteit en nationaliteit van de verzoeker met de door hem overgelegde stukken zijn komen vast te staan. De verlening van het Nederlanderschap is, wegens de daaraan verbonden gevolgen, een zaak van groot gewicht en de staatssecretaris is dan ook bevoegd om op de daartoe geëigende wijze bewijs van de gestelde identiteit en nationaliteit van de verzoeker te verlangen. Gelet hierop is het in de naturalisatieprocedure primair aan de staatssecretaris om te beoordelen of de verzoeker met de door hem overgelegde documenten zijn identiteit en nationaliteit heeft aangetoond.
5.2.
Ten aanzien van Ranov-vergunninghouders, zoals in het geval van eiser, geldt sinds 1 november 2021 dat zij zijn vrijgesteld van het documentvereiste. Hierbij blijft echter wel het uitgangspunt dat gerede twijfel aan de gestelde identiteit of nationaliteit, bijvoorbeeld naar aanleiding van een taalanalyse of een leeftijdsonderzoek, een reden kan vormen voor afwijzing, ook als iemand is vrijgesteld van het documentvereiste. De bewijslast voor het bestaan van die gegronde reden voor twijfel rust op de staatssecretaris. Daarbij kan de staatssecretaris zich baseren op alle gegevens die over eiser beschikbaar zijn.
De beoordeling van de beroepsgronden
Het verzoek op grond van artikel 8:29 van de Awb
6.1.
Voordat de rechtbank overgaat tot een inhoudelijke beoordeling van de bestreden besluiten zal zij een beslissing nemen op het verzoek van de staatssecretaris om beperkte kennisname van de op 28 mei 2026 overgelegde stukken.
6.2.
Omdat eiser de rechtbank toestemming heeft gegeven om de op grond van artikel 8:29 Awb overgelegde stukken in haar oordeel te betrekken, heeft de rechtbank deze stukken ingezien. De rechtbank is met de staatssecretaris van oordeel dat er gewichtige redenen zijn eiser geen inzage te geven in deze stukken. Deze gewichtige redenen zijn gelegen in het waarborgen van methoden van onderzoek door Bureau Documenten en het tegengaan van verbeteringen en/of veranderingen in het vervalsen van documenten. Dit betekent dat beperkte kennisgeving gerechtvaardigd is.
Heeft de staatssecretaris de taalanalyse aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen?
7. Eiser voert aan dat de staatssecretaris zich niet heeft mogen baseren op het rapport taalanalyse omdat niet wordt voldaan aan de zorgvuldigheideisen die gelden voor een deskundigenbericht. Onbekend is wie de taalanalist is en of aan de deskundigenvereisten wordt voldaan. Evenmin is duidelijk wie de latere reacties van TOELT heeft opgesteld. Daarbij wordt er in het taalanalyse rapport van 28 juni 2006 vanuit gegaan dat 95% van de bevolking het Krio spreekt, terwijl dit slechts een schatting is en er ook schattingen zijn die zeggen dat slechts 50% van de bevolking Krio spreekt. De staatssecretaris stelt ook ten onrechte dat de conclusies van taalanalyse in rechte vast staan omdat eiser zich heeft berust in de uitspraak van aangezien het voor Ranov vergunning vereiste was om af te zien van verdere procedures.
7.1.
Een advies van TOELT is een deskundigenadvies aan de staatssecretaris ten behoeve van de uitvoering van zijn bevoegdheden. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling mag de staatssecretaris op het advies van TOELT afgaan, nadat hij is nagegaan of het advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Awb voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Uit deze rechtspraak volgt ook dat de staatssecretaris niet zonder nadere motivering op het advies mag afgaan, als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht. Zo nodig vraagt de staatssecretaris TOELT een reactie op wat over het advies is aangevoerd.
7.2.
Uit het rapport taalanalyse volgt dat eiser eenduidig niet te herleiden is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Sierra Leone. De taalanalyse is verricht door een taalanalist die afkomstig is uit Guinee en is opgegroeid in Sierra Leone. Zijn moedertaal is het Mandingo en hij beheerst ook het Krio, de gemeenschappelijke taal van Sierra Leone. Uit het rapport taalanalyse volgt dat eiser geen Krio beheerst, hij spreekt Mandingo en maakt daarbij gebruik van Franse leenwoorden, zoals dat gangbaar is Guinee.
In de nadere reacties van 14 april 2023 en 6 november 2023 heeft TOELT nader uiteengezet dat het Mandingo uit Sierra Leone veel leenwoorden uit het Krio en Engels bevat, terwijl het Mandingo (Malinké) uit Guinee veel leenwoorden uit het Frans bevat. Eiser gebruikt Franse leenwoorden, terwijl leenwoorden uit het Krio volstrekt afwezig zijn. TOELT wijst er verder op dat uit onderzoek is gebleken dat minstens 95% van de bevolking in Sierra Leone Krio spreekt.
7.3.
De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de deskundigheid van de taalanalist en/of de totstandkoming van het rapport taalanalyse. Uit het rapport taalanalyse van 18 juni 2006 blijkt wat de achtergrond is van de taalanalist en welke talen hij spreekt. In de nadere reacties van 14 april en 6 november 2023 komt dit nogmaals naar voren. De taalanalyse is op objectieve wijze opgesteld en is ondertekend door zowel de taalanalist als een linguïst. Het rapport is dus ook onderworpen geweest aan controle van een linguïst verbonden aan TOELT. Bovendien heeft de staatssecretaris aan zijn vergewisplicht voldaan door nadere reacties van TOELT te vragen. Ter zitting heeft de staatssecretaris aangegeven dat de reacties van 14 april en 6 november 2023 zijn opgesteld door een linguïst. Deze werkwijze blijkt ook uit de Vakbijlage Taalanalyse.
7.4.
Er bestaat ook geen aanleiding om te twijfelen aan de redeneringen en de conclusies uit de taalanalyse. In het rapport taalanalyse zijn voorbeelden gegeven van de door eiser gebruikte woorden. Door eiser wordt niet betwist dat hij Mandingo met Franse leenwoorden in plaats van, zoals gebruikelijk in Sierra Leone, leenwoorden uit het Krio en/of Engels spreekt. Bovendien spreekt eiser geen Krio. Dat er ook schattingen zijn die de stelling van de staatssecretaris dat 95% van de bevolking het Krio beheerst tegenspreken, wat hier ook van zij, doet niet af aan de bevindingen ten aanzien van de leenwoorden. Eiser heeft geen contra-expertise laten uitvoeren. Omdat de opname van de taalanalyse is bewaard had eiser dat ook in deze naturalisatieprocedure nog kunnen doen.
7.5.
Uit het voorgaande volgt dat de staatssecretaris zich op de taalanalyse heeft mogen baseren en hieruit heeft kunnen concluderen dat sprake is van gerede twijfel aan eisers identiteit en nationaliteit. De rechtbank zal vervolgens beoordelen of eiser er in geslaagd is om deze twijfel weg te nemen.
8. Eiser voert allereerst aan dat het documentvereiste bij mensen met een Ranov vergunning in strijd is met de rechtszekerheid. Met het verlenen van een Ranov vergunning heeft de staatssecretaris destijds aanvaard dat de identiteit van deze personen niet kon worden vastgesteld. Door na totstandkoming van de Ranov regeling de regels voor naturalisatie aan te scherpen, waarbij de Ranov beoordeling bewust is losgelaten, wordt in strijd met de rechtszekerheid gehandeld. Het hanteren van een strikte documenteis leidt tot een onevenredige bewijsnood en is in strijd met een zorgvuldige belangenafweging.
8.1.
Zoals onder 5.2. al is overwogen zijn Ranov-vergunninghouders vrijgesteld van het documentvereiste, maar kan gerede twijfel aan de identiteit of nationaliteit ook bij deze groep leiden tot afwijzing van het naturalisatieverzoek. De Ranov-procedure zag op het verkrijgen van een verblijfsvergunning, terwijl het nu gaat om het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Dat voor verschillende procedures verschillende vereisten gelden, acht de rechtbank niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Dat eiser al ruim 22 jaar rechtmatig in Nederland verblijft, doet hier niet aan af. Van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel is ook geen sprake. In de naturalisatieprocedure kan de staatssecretaris ook rekening houden met de omstandigheid dat een aanvrager in bewijsnood verkeert ten aanzien van het verkrijgen van documenten. Eiser heeft in deze procedure niet aangevoerd dat hij in bewijsnood verkeert en de rechtbank ziet ook geen aanleiding voor deze conclusie.
9. Eiser voert aan dat niet aan de vergewisplicht is voldaan.
9.1.
De vergewisplicht houdt onder meer in dat de staatssecretaris moet controleren hoe Bureau Documenten tot zijn conclusies is gekomen. Bij een gemotiveerde betwisting van deze conclusies, kan hij niet volstaan met een enkele verwijzing naar de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten.
9.2.
Een verklaring van Bureau Documenten is een deskundigenadvies. De bevindingen van Bureau Documenten over de geboorteakte zijn duidelijk en de conclusies sluiten daarop aan. Eiser biedt geen aanknopingspunten voor twijfel aan de bevindingen van Bureau Documenten. De vergewisplicht strekt niet zover dat verweerder tot in detail inzichtelijk moet maken hoe Bureau Documenten tot zijn conclusie is gekomen. Daarom hoeft in de verklaring van onderzoek niet te worden opgenomen op welk punt het document afwijkt en welk referentiemateriaal is gebruikt. Het gaat immers om vertrouwelijke informatie waarbij het verder inzichtelijk maken zou betekenen dat de details van het onderzoek openbaar moeten worden gemaakt waarmee vervalsers vervolgens hun voordeel kunnen doen.
Verder bevat het dossier een vergewisbrief, waaruit blijkt dat de staatssecretaris inzage heeft verkregen in de onderliggende stukken van de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten en aan de hand daarvan tot de conclusie is gekomen dat de verklaring van onderzoek inhoudelijk inzichtelijk is. De staatssecretaris heeft hiermee aan zijn vergewisplicht voldaan.
10. Eiser voert aan dat de staatssecretaris ten onrechte stelt dat eiser met de overgelegde geboorteakte en het paspoort de twijfel over zijn identiteit en nationaliteit niet heeft weggenomen. Door de legalisatie van de geboorteakte door de Sierra Leoonse autoriteiten is de echtheid van het document komen vast te staan. De staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd waarom desondanks niet van de juistheid van dit document kan worden uitgegaan. Er is geen bewijs van valsheid, maar slechts van twijfel over de echtheid. Eisers paspoort is bovendien echt bevonden
10.1.
De rechtbank stelt voorop dat het aan eiser is om de twijfel die op grond van de taalanalyse aan zijn identiteit en nationaliteit bestaat, weg te nemen. In dat kader zijn eisers documenten onderzocht. Uit het analyseformulier onderzoek volgt waarmee de door eiser overgelegde geboorteakte is vergeleken en waarin het document afwijkt dan wel overeenkomt met het referentiemateriaal. De rechtbank volgt de conclusie van de staatssecretaris dat de geboorteakte hoogstwaarschijnlijk niet echt is. Dat het paspoort wel echt is bevonden, maakt dit niet anders omdat de geboorteakte aan het verkrijgen van het paspoort ten grondslag heeft gelegen en daarmee sprake is van een hoogstwaarschijnlijk frauduleus verkregen paspoort. Eiser heeft met deze documenten de gerede twijfel over zijn identiteit en nationaliteit niet weggenomen.
Conclusie en gevolgen
11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Rop, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Meijer, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 24 juli 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:501)
Zie de uitspraak van de Afdeling van 5 oktober 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BT6673).
zie Kamerstukken II 2020/21, 19637, 2757 en de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 (de Handleiding).
Zie de toelichting op artikel 7, paragraaf 3.5.1. van de Handleiding.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2566).
Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 29 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4302)
Zie de uitspraak van de Afdeling van 17 december 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:3024)
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/7714
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2026 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. N. Kose-Albayrak),
en
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. J. Laros).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers verzoek om naturalisatie op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap (Rwn). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat er aanleiding is voor twijfel aan eisers identiteit en nationaliteit en dat daarom het verzoek om naturalisatie niet kan worden ingewilligd. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het primaire besluit van 8 juni 2023 heeft de staatssecretaris eisers verzoek om naturalisatie afgewezen. Met het bestreden besluit van 14 november 2023 op het bezwaar van eiser is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Op 6 november 2025 heeft de staatssecretaris een aanvullend besluit genomen. Op grond van artikel 6:19, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht is het beroep van eiser mede gericht tegen dit besluit.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de staatssecretaris. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst zodat de staatssecretaris de stukken die aan het rapport van Bureau Documenten van 19 mei 2025 ten grondslag liggen aan de rechtbank kan overleggen.
2.4.
Op 28 mei 2026 heeft de staatssecretaris met een beroep op artikel 8:29, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een analyseformulier onderzoek en vergewisbrieven van 24 en 28 mei 2026 aan de rechtbank verzonden. De gemachtigde van eiser heeft op de zitting op voorhand toestemming aan de rechtbank gegeven om kennis te nemen van die stukken.
De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van de bestreden besluiten
3.1.
Eiser stelt de Sierra Leoonse nationaliteit te hebben en sinds 22 maart 2004 in Nederland te verblijven.
3.2.
In het kader van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is er op 28 juni 2006 in opdracht van Bureau Land en Taal (inmiddels: Team Onderzoek en Expertise Land en Taal, TOELT) van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) een rapport taalanalyse opgesteld, waarin is geconcludeerd dat eiser eenduidig niet te herleiden is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Sierra Leone. Eiser heeft geen contra-expertise laten uitvoeren.
3.3.
Eiser is uiteindelijk in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning in het kader van de Regeling ter afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet (Ranov).
3.4.
Op 25 april 2022 heeft eiser een naturalisatieverzoek ingediend. De staatssecretaris heeft op 21 februari 2023 het voornemen uitgebracht eisers verzoek af te wijzen omdat er, gelet op het rapport taalanalyse van 28 juni 2006, gerede twijfel bestaat aan eisers identiteit en nationaliteit. Eiser is gewezen op de mogelijkheid om alsnog een contra-expertise in te dienen. Dit heeft hij niet gedaan. Wel heeft eiser een reactie op de taalanalyse ingediend. TOELT heeft hier bij rapport van 14 april 2023 op gereageerd. Eiser heeft vervolgens een kopie van zijn Sierra Leoonse paspoort en geboorteakte overgelegd.
3.5.
De staatssecretaris heeft met het primaire besluit eisers naturalisatieverzoek afgewezen. Ondanks de overgelegde Sierra Leoonse documenten stelt de staatssecretaris zich op het standpunt dat sprake is van gerede twijfel aan eisers identiteit en nationaliteit. Gelet op de uitkomst van de taalanalyse bestaat er nog altijd ernstige twijfel aan eisers gestelde identiteit en nationaliteit. Eiser kan deze twijfel alleen wegnemen met een andersluidende contra-expertise. De door eiser overgelegde documenten zijn niet op echtheid onderzocht en bovendien wekt het bevreemding dat de geboortedatum van eiser op de documenten overeenkomt met de fictief vastgestelde geboortedatum zoals die in Nederland aan eiser is toebedeeld.
3.6.
De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 14 november 2023 het primaire besluit gehandhaafd.
3.7.
Na het indienen van dit beroep heeft de staatssecretaris alsnog onderzoek laten doen naar de door eiser overgelegde documenten. Bij rapport van 19 mei 2025 heeft Bureau documenten geconcludeerd dat de geboorteakte hoogstwaarschijnlijk niet echt is en hoogstwaarschijnlijk frauduleus is verkregen. Ten aanzien van het paspoort is geconcludeerd dat het paspoort gelet op het beschikbare referentiemateriaal echt is, maar indien de geboorteakte aan de verkrijging hiervan ten grondslag heeft gelegen, het paspoort hoogstwaarschijnlijk frauduleus is verkregen. De fysieke echtheid van het document is dan niet relevant.
3.8.
De staatsecretaris heeft in het aanvullende besluit van 6 november 2025 verwezen naar het rapport van Bureau Documenten en aangegeven dat de overgelegde documenten de twijfel aan eisers identiteit en nationaliteit niet hebben weggenomen.
Het toetsingskader
4. De rechtbank beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden van eiser of de staatssecretaris het naturalisatieverzoek van eiser terecht heeft afgewezen.
5.1.
Zoals volgt uit de Rijkswet op het Nederlanderschap en het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap is het aan de verzoeker om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen en is het aan de staatssecretaris om te beoordelen of de identiteit en nationaliteit van de verzoeker met de door hem overgelegde stukken zijn komen vast te staan. De verlening van het Nederlanderschap is, wegens de daaraan verbonden gevolgen, een zaak van groot gewicht en de staatssecretaris is dan ook bevoegd om op de daartoe geëigende wijze bewijs van de gestelde identiteit en nationaliteit van de verzoeker te verlangen. Gelet hierop is het in de naturalisatieprocedure primair aan de staatssecretaris om te beoordelen of de verzoeker met de door hem overgelegde documenten zijn identiteit en nationaliteit heeft aangetoond.
5.2.
Ten aanzien van Ranov-vergunninghouders, zoals in het geval van eiser, geldt sinds 1 november 2021 dat zij zijn vrijgesteld van het documentvereiste. Hierbij blijft echter wel het uitgangspunt dat gerede twijfel aan de gestelde identiteit of nationaliteit, bijvoorbeeld naar aanleiding van een taalanalyse of een leeftijdsonderzoek, een reden kan vormen voor afwijzing, ook als iemand is vrijgesteld van het documentvereiste. De bewijslast voor het bestaan van die gegronde reden voor twijfel rust op de staatssecretaris. Daarbij kan de staatssecretaris zich baseren op alle gegevens die over eiser beschikbaar zijn.
De beoordeling van de beroepsgronden
Het verzoek op grond van artikel 8:29 van de Awb
6.1.
Voordat de rechtbank overgaat tot een inhoudelijke beoordeling van de bestreden besluiten zal zij een beslissing nemen op het verzoek van de staatssecretaris om beperkte kennisname van de op 28 mei 2026 overgelegde stukken.
6.2.
Omdat eiser de rechtbank toestemming heeft gegeven om de op grond van artikel 8:29 Awb overgelegde stukken in haar oordeel te betrekken, heeft de rechtbank deze stukken ingezien. De rechtbank is met de staatssecretaris van oordeel dat er gewichtige redenen zijn eiser geen inzage te geven in deze stukken. Deze gewichtige redenen zijn gelegen in het waarborgen van methoden van onderzoek door Bureau Documenten en het tegengaan van verbeteringen en/of veranderingen in het vervalsen van documenten. Dit betekent dat beperkte kennisgeving gerechtvaardigd is.
Heeft de staatssecretaris de taalanalyse aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen?
7. Eiser voert aan dat de staatssecretaris zich niet heeft mogen baseren op het rapport taalanalyse omdat niet wordt voldaan aan de zorgvuldigheideisen die gelden voor een deskundigenbericht. Onbekend is wie de taalanalist is en of aan de deskundigenvereisten wordt voldaan. Evenmin is duidelijk wie de latere reacties van TOELT heeft opgesteld. Daarbij wordt er in het taalanalyse rapport van 28 juni 2006 vanuit gegaan dat 95% van de bevolking het Krio spreekt, terwijl dit slechts een schatting is en er ook schattingen zijn die zeggen dat slechts 50% van de bevolking Krio spreekt. De staatssecretaris stelt ook ten onrechte dat de conclusies van taalanalyse in rechte vast staan omdat eiser zich heeft berust in de uitspraak van aangezien het voor Ranov vergunning vereiste was om af te zien van verdere procedures.
7.1.
Een advies van TOELT is een deskundigenadvies aan de staatssecretaris ten behoeve van de uitvoering van zijn bevoegdheden. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling mag de staatssecretaris op het advies van TOELT afgaan, nadat hij is nagegaan of het advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Awb voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Uit deze rechtspraak volgt ook dat de staatssecretaris niet zonder nadere motivering op het advies mag afgaan, als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht. Zo nodig vraagt de staatssecretaris TOELT een reactie op wat over het advies is aangevoerd.
7.2.
Uit het rapport taalanalyse volgt dat eiser eenduidig niet te herleiden is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Sierra Leone. De taalanalyse is verricht door een taalanalist die afkomstig is uit Guinee en is opgegroeid in Sierra Leone. Zijn moedertaal is het Mandingo en hij beheerst ook het Krio, de gemeenschappelijke taal van Sierra Leone. Uit het rapport taalanalyse volgt dat eiser geen Krio beheerst, hij spreekt Mandingo en maakt daarbij gebruik van Franse leenwoorden, zoals dat gangbaar is Guinee.
In de nadere reacties van 14 april 2023 en 6 november 2023 heeft TOELT nader uiteengezet dat het Mandingo uit Sierra Leone veel leenwoorden uit het Krio en Engels bevat, terwijl het Mandingo (Malinké) uit Guinee veel leenwoorden uit het Frans bevat. Eiser gebruikt Franse leenwoorden, terwijl leenwoorden uit het Krio volstrekt afwezig zijn. TOELT wijst er verder op dat uit onderzoek is gebleken dat minstens 95% van de bevolking in Sierra Leone Krio spreekt.
7.3.
De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de deskundigheid van de taalanalist en/of de totstandkoming van het rapport taalanalyse. Uit het rapport taalanalyse van 18 juni 2006 blijkt wat de achtergrond is van de taalanalist en welke talen hij spreekt. In de nadere reacties van 14 april en 6 november 2023 komt dit nogmaals naar voren. De taalanalyse is op objectieve wijze opgesteld en is ondertekend door zowel de taalanalist als een linguïst. Het rapport is dus ook onderworpen geweest aan controle van een linguïst verbonden aan TOELT. Bovendien heeft de staatssecretaris aan zijn vergewisplicht voldaan door nadere reacties van TOELT te vragen. Ter zitting heeft de staatssecretaris aangegeven dat de reacties van 14 april en 6 november 2023 zijn opgesteld door een linguïst. Deze werkwijze blijkt ook uit de Vakbijlage Taalanalyse.
7.4.
Er bestaat ook geen aanleiding om te twijfelen aan de redeneringen en de conclusies uit de taalanalyse. In het rapport taalanalyse zijn voorbeelden gegeven van de door eiser gebruikte woorden. Door eiser wordt niet betwist dat hij Mandingo met Franse leenwoorden in plaats van, zoals gebruikelijk in Sierra Leone, leenwoorden uit het Krio en/of Engels spreekt. Bovendien spreekt eiser geen Krio. Dat er ook schattingen zijn die de stelling van de staatssecretaris dat 95% van de bevolking het Krio beheerst tegenspreken, wat hier ook van zij, doet niet af aan de bevindingen ten aanzien van de leenwoorden. Eiser heeft geen contra-expertise laten uitvoeren. Omdat de opname van de taalanalyse is bewaard had eiser dat ook in deze naturalisatieprocedure nog kunnen doen.
7.5.
Uit het voorgaande volgt dat de staatssecretaris zich op de taalanalyse heeft mogen baseren en hieruit heeft kunnen concluderen dat sprake is van gerede twijfel aan eisers identiteit en nationaliteit. De rechtbank zal vervolgens beoordelen of eiser er in geslaagd is om deze twijfel weg te nemen.
8. Eiser voert allereerst aan dat het documentvereiste bij mensen met een Ranov vergunning in strijd is met de rechtszekerheid. Met het verlenen van een Ranov vergunning heeft de staatssecretaris destijds aanvaard dat de identiteit van deze personen niet kon worden vastgesteld. Door na totstandkoming van de Ranov regeling de regels voor naturalisatie aan te scherpen, waarbij de Ranov beoordeling bewust is losgelaten, wordt in strijd met de rechtszekerheid gehandeld. Het hanteren van een strikte documenteis leidt tot een onevenredige bewijsnood en is in strijd met een zorgvuldige belangenafweging.
8.1.
Zoals onder 5.2. al is overwogen zijn Ranov-vergunninghouders vrijgesteld van het documentvereiste, maar kan gerede twijfel aan de identiteit of nationaliteit ook bij deze groep leiden tot afwijzing van het naturalisatieverzoek. De Ranov-procedure zag op het verkrijgen van een verblijfsvergunning, terwijl het nu gaat om het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Dat voor verschillende procedures verschillende vereisten gelden, acht de rechtbank niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Dat eiser al ruim 22 jaar rechtmatig in Nederland verblijft, doet hier niet aan af. Van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel is ook geen sprake. In de naturalisatieprocedure kan de staatssecretaris ook rekening houden met de omstandigheid dat een aanvrager in bewijsnood verkeert ten aanzien van het verkrijgen van documenten. Eiser heeft in deze procedure niet aangevoerd dat hij in bewijsnood verkeert en de rechtbank ziet ook geen aanleiding voor deze conclusie.
9. Eiser voert aan dat niet aan de vergewisplicht is voldaan.
9.1.
De vergewisplicht houdt onder meer in dat de staatssecretaris moet controleren hoe Bureau Documenten tot zijn conclusies is gekomen. Bij een gemotiveerde betwisting van deze conclusies, kan hij niet volstaan met een enkele verwijzing naar de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten.
9.2.
Een verklaring van Bureau Documenten is een deskundigenadvies. De bevindingen van Bureau Documenten over de geboorteakte zijn duidelijk en de conclusies sluiten daarop aan. Eiser biedt geen aanknopingspunten voor twijfel aan de bevindingen van Bureau Documenten. De vergewisplicht strekt niet zover dat verweerder tot in detail inzichtelijk moet maken hoe Bureau Documenten tot zijn conclusie is gekomen. Daarom hoeft in de verklaring van onderzoek niet te worden opgenomen op welk punt het document afwijkt en welk referentiemateriaal is gebruikt. Het gaat immers om vertrouwelijke informatie waarbij het verder inzichtelijk maken zou betekenen dat de details van het onderzoek openbaar moeten worden gemaakt waarmee vervalsers vervolgens hun voordeel kunnen doen.
Verder bevat het dossier een vergewisbrief, waaruit blijkt dat de staatssecretaris inzage heeft verkregen in de onderliggende stukken van de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten en aan de hand daarvan tot de conclusie is gekomen dat de verklaring van onderzoek inhoudelijk inzichtelijk is. De staatssecretaris heeft hiermee aan zijn vergewisplicht voldaan.
10. Eiser voert aan dat de staatssecretaris ten onrechte stelt dat eiser met de overgelegde geboorteakte en het paspoort de twijfel over zijn identiteit en nationaliteit niet heeft weggenomen. Door de legalisatie van de geboorteakte door de Sierra Leoonse autoriteiten is de echtheid van het document komen vast te staan. De staatssecretaris heeft onvoldoende gemotiveerd waarom desondanks niet van de juistheid van dit document kan worden uitgegaan. Er is geen bewijs van valsheid, maar slechts van twijfel over de echtheid. Eisers paspoort is bovendien echt bevonden
10.1.
De rechtbank stelt voorop dat het aan eiser is om de twijfel die op grond van de taalanalyse aan zijn identiteit en nationaliteit bestaat, weg te nemen. In dat kader zijn eisers documenten onderzocht. Uit het analyseformulier onderzoek volgt waarmee de door eiser overgelegde geboorteakte is vergeleken en waarin het document afwijkt dan wel overeenkomt met het referentiemateriaal. De rechtbank volgt de conclusie van de staatssecretaris dat de geboorteakte hoogstwaarschijnlijk niet echt is. Dat het paspoort wel echt is bevonden, maakt dit niet anders omdat de geboorteakte aan het verkrijgen van het paspoort ten grondslag heeft gelegen en daarmee sprake is van een hoogstwaarschijnlijk frauduleus verkregen paspoort. Eiser heeft met deze documenten de gerede twijfel over zijn identiteit en nationaliteit niet weggenomen.
Conclusie en gevolgen
11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Rop, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Meijer, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 24 juli 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:501)
Zie de uitspraak van de Afdeling van 5 oktober 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BT6673).
zie Kamerstukken II 2020/21, 19637, 2757 en de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 (de Handleiding).
Zie de toelichting op artikel 7, paragraaf 3.5.1. van de Handleiding.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2566).
Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 29 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4302)
Zie de uitspraak van de Afdeling van 17 december 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:3024)