Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:9764
2026-08-07
Civiel recht
C/10/722575 / KG ZA 26-687
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Kort geding. Vorderingen tot afgifte van VvE-administratie en verbod om leden van de VvE te benaderen over VvE-aangelegenheden grotendeels toegewezen. De vordering tot afgifte van de administratie wordt afgewezen tegenover gedaagde 2, omdat de voorzieningenrechter het niet aannemelijk acht dat hij over fysieke of digitale stukken uit de administratie van de VvE beschikt. De vordering tot afgifte van de administratie wordt wel toegewezen tegenover gedaagde 1. Het gevorderde verbod wordt ook toegewezen tegenover gedaagde 1, versterkt met een dwangsom.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (14.816 tekens)
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/722575 / KG ZA 26-687
Vonnis in kort geding van 7 augustus 2026
in de zaak van
VERENIGING VAN EIGENAREN FLATGEBOUW [adres] TE [plaats],
statutaire vestigingsplaats: [plaats] ,
eisende partij,
advocaat: mr. L.A. Uilkema,
tegen
1 [gedaagde 1] , handelend onder de naam [handelsnaam] ,
woonplaats: [woonplaats 1] ,
gedaagde partij,
die zelf procedeert,
en
2
2. [gedaagde 2] ,
woonplaats: [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
advocaat: mr. J. Groot Koerkamp.
De partijen worden hierna de VvE, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd.
1De zaak in het kort
1.1.
[gedaagde 2] is lid van de VvE en [gedaagde 1] is consultant. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn jarenlang bestuurders van de VvE geweest. [gedaagde 1] is daarnaast jarenlang beheerder van de VvE geweest. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn inmiddels geen bestuurder en/of beheerder meer. De VvE heeft [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gevraagd de volledige administratie van de VvE af te geven, maar [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben dat niet gedaan. Daarom vordert de VvE dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onder druk van een dwangsom worden veroordeeld om de administratie aan de VvE te verstrekken. Daarnaast vordert de VvE dat het [gedaagde 1] onder druk van een dwangsom wordt verboden om leden van de VvE te benaderen over VvE-aangelegenheden als ware hij bestuurder, beheerder of lid van de VvE en om onwaarheden te verspreiden binnen de VvE. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren verweer.
1.2.
De voorzieningenrechter veroordeelt [gedaagde 1] op straffe van een dwangsom om de administratie aan de VvE te verstrekken en verbiedt [gedaagde 1] op straffe van een dwangsom om leden van de VvE te benaderen over VvE-aangelegenheden als ware hij bestuurder, beheerder of lid van de VvE en om onwaarheden te verspreiden binnen de VvE. De vorderingen van de VvE tegen [gedaagde 2] worden afgewezen. Deze oordelen worden hierna uitgelegd.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 7 juli 2026, met bijlagen 1 tot en met 27;
de akte overlegging producties van de VvE, met bijlagen 28 tot en met 30;
de aanvullende bijlage 31 van de VvE;
de brief van 21 juli 2026 van [gedaagde 1] , met bijlagen 1 tot en met 12;
bijlage 1 van [gedaagde 2] ;
de mondelinge behandeling op 24 juli 2026;
de spreekaantekeningen van mr. Uilkema;
de spreekaantekeningen van mr. Groot Koerkamp.
2.2.
[gedaagde 1] heeft in zijn brief van 21 juli 2026 een aantal tegenvorderingen geformuleerd. De voorzieningenrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling met partijen besproken dat tegenvorderingen alleen door tussenkomst van een advocaat kunnen worden ingediend. De tegenvorderingen van [gedaagde 1] worden daarom buiten beschouwing gelaten.
2.3.
Na de mondelinge behandeling is vonnis bepaald.
3De vorderingen
3.1.
De VvE vordert – samengevat – om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen om binnen twee dagen na het vonnis de fysieke en digitale administratie van de VvE waarover zij beschikken aan de VvE te verstrekken, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat zij niet voldoen aan deze veroordeling, met een maximum van € 50.000,00;
[gedaagde 1] te verbieden (a) de leden van de VvE te benaderen over VvE-aangelegenheden alsof hij bestuurder, beheerder of lid van de VvE is of een functie in/namens de VvE heeft en (b) onjuistheden of onwaarheden te verspreiden binnen de VvE, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per overtreding, met een maximum van € 25.000,00;
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de zevende dag na het vonnis.
4De beoordeling
4.1.
Op de achtergrond speelt een discussie tussen in ieder geval de VvE en [gedaagde 1] of de huidige bestuursvoorzitter van de VvE rechtsgeldig is verkozen en of [gedaagde 1] rechtsgeldig is ontslagen als bestuurder en beheerder van de VvE. Die discussie is voor deze zaak niet relevant. Geen van de partijen heeft hierover een vordering ingesteld en het is de voorzieningenrechter ook niet gebleken dat een (ander) lid van de VvE dat wel heeft gedaan. In deze zaak geldt daarom als uitgangspunt dat de huidige bestuursvoorzitter van de VvE rechtsgeldig is verkozen en dat [gedaagde 1] rechtsgeldig is ontslagen als bestuurder en beheerder van de VvE.
[gedaagde 1] wordt veroordeeld om de administratie van de VvE aan de VvE te verstrekken
4.2.
De VvE vordert in de eerste plaats dat haar administratie aan haar wordt verstrekt. Uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat de administratie van een rechtspersoon toebehoort aan die rechtspersoon. Het bestuur is verplicht om deze administratie te voeren en te bewaren. Als het bestuur wisselt, moeten de administratie en alle bijbehorende documenten en gegevens aan het nieuwe bestuur worden overgedragen. Dat kan gewoon door deze stukken aan dat bestuur af te geven. Het hiervoor genoemde uitgangspunt geldt ook voor de VvE.
4.3.
De vordering wordt afgewezen voor zover de VvE die tegen [gedaagde 2] heeft ingesteld, omdat de voorzieningenrechter het niet aannemelijk acht dat [gedaagde 2] over fysieke of digitale stukken uit de administratie van de VvE beschikt. [gedaagde 2] heeft gesteld dat [gedaagde 1] en hij binnen het bestuur van de VvE een taakverdeling hadden: [gedaagde 2] was de technische man en [gedaagde 1] verzorgde de administratie. Daarom beschikt [gedaagde 2] , zo stelt hij, over geen enkel administratief stuk van de VvE. [gedaagde 1] heeft deze stellingen van [gedaagde 2] onderschreven. De VvE heeft daar tegenover niets aangevoerd waaruit de voorzieningenrechter kan afleiden dat het desondanks aannemelijk is dat [gedaagde 2] over administratieve stukken van de VvE beschikt. De enkele omstandigheid dat [gedaagde 2] jarenlang bestuurder van de VvE is geweest en dat het goed mogelijk is dat hij wel eens administratieve stukken van de VvE heeft gehad of gezien, betekent niet dat hij deze stukken nu nog heeft en is – mede gelet op de hiervoor vermelde stellingen van [gedaagde 2] – onvoldoende om een veroordeling onder druk van een dwangsom te rechtvaardigen. De stelling van de VvE dat [gedaagde 2] stukken zou moeten hebben, leidt niet tot een ander oordeel. Deze stelling is namelijk niet onderbouwd, terwijl niet valt in te zien hoe [gedaagde 2] administratieve stukken van de VvE waar hij niet over beschikt aan de VvE zou kunnen afgeven.
4.4.
De vordering wordt wel toegewezen voor zover de VvE die tegen [gedaagde 1] heeft ingesteld. [gedaagde 1] heeft op 17 juli 2026 een gedeelte van de administratie van de VvE aan de VvE verstrekt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde 1] gezegd dat dit gedeelte door hemzelf is geselecteerd en dat het de administratieve stukken betreft die in zijn ogen “nodig zijn om een gezonde VvE door te laten gaan”. Hieruit leidt de voorzieningenrechter af dat [gedaagde 1] nog fysieke en/of digitale administratieve stukken van de VvE in zijn bezit heeft die hij niet aan de VvE heeft verstrekt. [gedaagde 1] heeft dat tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd ook bevestigd.
4.5.
Vaststaat dat [gedaagde 1] geen bestuurder van de VvE meer is. Gelet daarop moet [gedaagde 1] de administratie van de VvE – zonder daaraan voorwaarden te stellen – op verzoek van een nieuw bestuur van de VvE aan dit nieuwe bestuur overdragen. Het nieuwe bestuur heeft diverse malen tevergeefs om de administratie verzocht. Hoewel [gedaagde 1] inmiddels een gedeelte van de administratie aan de VvE heeft verstrekt, heeft hij tijdens de mondelinge behandeling gezegd te weigeren de overige administratie van de VvE – zonder voorwaarden – aan de VvE te verstrekken. De VvE heeft er echter voldoende spoedeisend belang bij om over haar volledige eigen administratie te kunnen beschikken. Het is niet aan [gedaagde 1] om te bepalen welke stukken voor de VvE relevant zijn of om een specificatie te verlangen; hij moet simpelweg de volledige administratie overdragen. Gelet hierop veroordeelt de voorzieningenrechter [gedaagde 1] om de administratie van de VvE waarover hij nog beschikt aan de VvE te verstrekken. Dit betekent dat [gedaagde 1] alle fysieke en digitale administratieve stukken van de VvE waar hij over beschikt aan de VvE moet verstrekken, ook als op die stukken aantekeningen of notities van [gedaagde 1] staan. Uitsluitend aantekeningen of notities van [gedaagde 1] die zich tussen de administratie van de VvE bevinden, niet op administratieve stukken van de VvE zijn geschreven en ook geen onderdeel vormen van die administratie, hoeft [gedaagde 1] niet aan de VvE te verstrekken.
4.6.
De voorzieningenrechter acht een termijn van twee weken redelijk om aan deze veroordeling te voldoen. De gevorderde dwangsom voor het geval dat [gedaagde 1] niet op tijd aan deze veroordeling voldoet, wordt gesteld op € 500,00 per dag of gedeelte daarvan, met een maximum van € 50.000,00.
De tweede vordering tegen [gedaagde 1] wordt ook toegewezen
4.7.
De VvE vordert verder dat het [gedaagde 1] wordt verboden om zich in contacten met leden van de VvE te gedragen als bestuurder, beheerder, functionaris of lid van de VvE. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde 1] gezegd dat hij de afgelopen maanden zelf contact heeft gezocht met leden van de VvE en dat hij recent op verzoek bij een lid is langs geweest. Aannemelijk is dat deze bemoeienissen van [gedaagde 1] binnen de VvE voor onrust en verwarring kunnen zorgen, zeker als [gedaagde 1] zich in de contacten met leden van de VvE voordoet als bestuurder, beheerder of lid van de VvE of iemand die een bepaalde functie in/namens de VvE verricht, of wanneer hij de rechtsgeldigheid van de benoeming van de nieuwe bestuurder en van zijn ontslag steeds opnieuw in twijfel trekt, of wanneer hij uitspraken doet die feitelijk onjuist zijn. De VvE heeft er een redelijk belang bij dat dit ophoudt. Daarom wordt deze vordering van de VvE toegewezen.
4.8.
De gevorderde dwangsom voor het geval dat [gedaagde 1] zich niet aan dit verbod houdt, wordt gesteld op € 100,00 per overtreding, met een maximum van € 10.000,00.
De proceskosten
4.9.
[gedaagde 1] is ten opzichte van de VvE in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van de VvE betalen. De proceskosten van de VvE worden begroot op:
- dagvaarding € 157,82
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat € 760,00 (tarief eenvoudige zaak)
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.841,82
4.10.
De door de VvE gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.11.
De VvE is ten opzichte van [gedaagde 2] in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [gedaagde 2] betalen. De proceskosten van [gedaagde 2] worden begroot op:
- griffierecht € 341,00
- salaris advocaat € 760,00 (tarief eenvoudige zaak)
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.290,00
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.12.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De VvE heeft dit gevorderd en wat betreft de proceskostenveroordeling ten behoeve van [gedaagde 2] beslist de voorzieningenrechter dit ambtshalve op grond van artikel 258 Rv.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde 1] om uiterlijk twee weken na betekening van dit vonnis de fysieke en digitale administratie van de VvE waarover hij beschikt aan de VvE te verstrekken;
5.2.
veroordeelt [gedaagde 1] om aan de VvE te betalen een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat hij de veroordeling in 5.1 niet nakomt, tot een maximum van € 50.000,00;
5.3.
verbiedt [gedaagde 1] om na betekening van dit vonnis (a) de leden van de VvE op welke manier dan ook te benaderen over VvE-aangelegenheden alsof hij bestuurder, beheerder, functionaris of lid van de VvE is en (b) onjuistheden of onwaarheden binnen de VvE te verspreiden;
5.4.
veroordeelt [gedaagde 1] om aan de VvE te betalen een dwangsom van € 100,00 per overtreding van het in 5.3 vermelde verbod, tot een maximum van € 10.000,00;
5.5.
veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten van de VvE van € 1.841,82, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;
5.6.
veroordeelt [gedaagde 1] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten van de VvE als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.7.
veroordeelt de VvE in de proceskosten van [gedaagde 2] van € 1.290,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;
5.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.9.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. van Velzen en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026.
3349/3194
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/722575 / KG ZA 26-687
Vonnis in kort geding van 7 augustus 2026
in de zaak van
VERENIGING VAN EIGENAREN FLATGEBOUW [adres] TE [plaats],
statutaire vestigingsplaats: [plaats] ,
eisende partij,
advocaat: mr. L.A. Uilkema,
tegen
1 [gedaagde 1] , handelend onder de naam [handelsnaam] ,
woonplaats: [woonplaats 1] ,
gedaagde partij,
die zelf procedeert,
en
2
2. [gedaagde 2] ,
woonplaats: [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
advocaat: mr. J. Groot Koerkamp.
De partijen worden hierna de VvE, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd.
1De zaak in het kort
1.1.
[gedaagde 2] is lid van de VvE en [gedaagde 1] is consultant. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn jarenlang bestuurders van de VvE geweest. [gedaagde 1] is daarnaast jarenlang beheerder van de VvE geweest. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn inmiddels geen bestuurder en/of beheerder meer. De VvE heeft [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gevraagd de volledige administratie van de VvE af te geven, maar [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben dat niet gedaan. Daarom vordert de VvE dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onder druk van een dwangsom worden veroordeeld om de administratie aan de VvE te verstrekken. Daarnaast vordert de VvE dat het [gedaagde 1] onder druk van een dwangsom wordt verboden om leden van de VvE te benaderen over VvE-aangelegenheden als ware hij bestuurder, beheerder of lid van de VvE en om onwaarheden te verspreiden binnen de VvE. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren verweer.
1.2.
De voorzieningenrechter veroordeelt [gedaagde 1] op straffe van een dwangsom om de administratie aan de VvE te verstrekken en verbiedt [gedaagde 1] op straffe van een dwangsom om leden van de VvE te benaderen over VvE-aangelegenheden als ware hij bestuurder, beheerder of lid van de VvE en om onwaarheden te verspreiden binnen de VvE. De vorderingen van de VvE tegen [gedaagde 2] worden afgewezen. Deze oordelen worden hierna uitgelegd.
2De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 7 juli 2026, met bijlagen 1 tot en met 27;
de akte overlegging producties van de VvE, met bijlagen 28 tot en met 30;
de aanvullende bijlage 31 van de VvE;
de brief van 21 juli 2026 van [gedaagde 1] , met bijlagen 1 tot en met 12;
bijlage 1 van [gedaagde 2] ;
de mondelinge behandeling op 24 juli 2026;
de spreekaantekeningen van mr. Uilkema;
de spreekaantekeningen van mr. Groot Koerkamp.
2.2.
[gedaagde 1] heeft in zijn brief van 21 juli 2026 een aantal tegenvorderingen geformuleerd. De voorzieningenrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling met partijen besproken dat tegenvorderingen alleen door tussenkomst van een advocaat kunnen worden ingediend. De tegenvorderingen van [gedaagde 1] worden daarom buiten beschouwing gelaten.
2.3.
Na de mondelinge behandeling is vonnis bepaald.
3De vorderingen
3.1.
De VvE vordert – samengevat – om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen om binnen twee dagen na het vonnis de fysieke en digitale administratie van de VvE waarover zij beschikken aan de VvE te verstrekken, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat zij niet voldoen aan deze veroordeling, met een maximum van € 50.000,00;
[gedaagde 1] te verbieden (a) de leden van de VvE te benaderen over VvE-aangelegenheden alsof hij bestuurder, beheerder of lid van de VvE is of een functie in/namens de VvE heeft en (b) onjuistheden of onwaarheden te verspreiden binnen de VvE, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per overtreding, met een maximum van € 25.000,00;
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de zevende dag na het vonnis.
4De beoordeling
4.1.
Op de achtergrond speelt een discussie tussen in ieder geval de VvE en [gedaagde 1] of de huidige bestuursvoorzitter van de VvE rechtsgeldig is verkozen en of [gedaagde 1] rechtsgeldig is ontslagen als bestuurder en beheerder van de VvE. Die discussie is voor deze zaak niet relevant. Geen van de partijen heeft hierover een vordering ingesteld en het is de voorzieningenrechter ook niet gebleken dat een (ander) lid van de VvE dat wel heeft gedaan. In deze zaak geldt daarom als uitgangspunt dat de huidige bestuursvoorzitter van de VvE rechtsgeldig is verkozen en dat [gedaagde 1] rechtsgeldig is ontslagen als bestuurder en beheerder van de VvE.
[gedaagde 1] wordt veroordeeld om de administratie van de VvE aan de VvE te verstrekken
4.2.
De VvE vordert in de eerste plaats dat haar administratie aan haar wordt verstrekt. Uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat de administratie van een rechtspersoon toebehoort aan die rechtspersoon. Het bestuur is verplicht om deze administratie te voeren en te bewaren. Als het bestuur wisselt, moeten de administratie en alle bijbehorende documenten en gegevens aan het nieuwe bestuur worden overgedragen. Dat kan gewoon door deze stukken aan dat bestuur af te geven. Het hiervoor genoemde uitgangspunt geldt ook voor de VvE.
4.3.
De vordering wordt afgewezen voor zover de VvE die tegen [gedaagde 2] heeft ingesteld, omdat de voorzieningenrechter het niet aannemelijk acht dat [gedaagde 2] over fysieke of digitale stukken uit de administratie van de VvE beschikt. [gedaagde 2] heeft gesteld dat [gedaagde 1] en hij binnen het bestuur van de VvE een taakverdeling hadden: [gedaagde 2] was de technische man en [gedaagde 1] verzorgde de administratie. Daarom beschikt [gedaagde 2] , zo stelt hij, over geen enkel administratief stuk van de VvE. [gedaagde 1] heeft deze stellingen van [gedaagde 2] onderschreven. De VvE heeft daar tegenover niets aangevoerd waaruit de voorzieningenrechter kan afleiden dat het desondanks aannemelijk is dat [gedaagde 2] over administratieve stukken van de VvE beschikt. De enkele omstandigheid dat [gedaagde 2] jarenlang bestuurder van de VvE is geweest en dat het goed mogelijk is dat hij wel eens administratieve stukken van de VvE heeft gehad of gezien, betekent niet dat hij deze stukken nu nog heeft en is – mede gelet op de hiervoor vermelde stellingen van [gedaagde 2] – onvoldoende om een veroordeling onder druk van een dwangsom te rechtvaardigen. De stelling van de VvE dat [gedaagde 2] stukken zou moeten hebben, leidt niet tot een ander oordeel. Deze stelling is namelijk niet onderbouwd, terwijl niet valt in te zien hoe [gedaagde 2] administratieve stukken van de VvE waar hij niet over beschikt aan de VvE zou kunnen afgeven.
4.4.
De vordering wordt wel toegewezen voor zover de VvE die tegen [gedaagde 1] heeft ingesteld. [gedaagde 1] heeft op 17 juli 2026 een gedeelte van de administratie van de VvE aan de VvE verstrekt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde 1] gezegd dat dit gedeelte door hemzelf is geselecteerd en dat het de administratieve stukken betreft die in zijn ogen “nodig zijn om een gezonde VvE door te laten gaan”. Hieruit leidt de voorzieningenrechter af dat [gedaagde 1] nog fysieke en/of digitale administratieve stukken van de VvE in zijn bezit heeft die hij niet aan de VvE heeft verstrekt. [gedaagde 1] heeft dat tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd ook bevestigd.
4.5.
Vaststaat dat [gedaagde 1] geen bestuurder van de VvE meer is. Gelet daarop moet [gedaagde 1] de administratie van de VvE – zonder daaraan voorwaarden te stellen – op verzoek van een nieuw bestuur van de VvE aan dit nieuwe bestuur overdragen. Het nieuwe bestuur heeft diverse malen tevergeefs om de administratie verzocht. Hoewel [gedaagde 1] inmiddels een gedeelte van de administratie aan de VvE heeft verstrekt, heeft hij tijdens de mondelinge behandeling gezegd te weigeren de overige administratie van de VvE – zonder voorwaarden – aan de VvE te verstrekken. De VvE heeft er echter voldoende spoedeisend belang bij om over haar volledige eigen administratie te kunnen beschikken. Het is niet aan [gedaagde 1] om te bepalen welke stukken voor de VvE relevant zijn of om een specificatie te verlangen; hij moet simpelweg de volledige administratie overdragen. Gelet hierop veroordeelt de voorzieningenrechter [gedaagde 1] om de administratie van de VvE waarover hij nog beschikt aan de VvE te verstrekken. Dit betekent dat [gedaagde 1] alle fysieke en digitale administratieve stukken van de VvE waar hij over beschikt aan de VvE moet verstrekken, ook als op die stukken aantekeningen of notities van [gedaagde 1] staan. Uitsluitend aantekeningen of notities van [gedaagde 1] die zich tussen de administratie van de VvE bevinden, niet op administratieve stukken van de VvE zijn geschreven en ook geen onderdeel vormen van die administratie, hoeft [gedaagde 1] niet aan de VvE te verstrekken.
4.6.
De voorzieningenrechter acht een termijn van twee weken redelijk om aan deze veroordeling te voldoen. De gevorderde dwangsom voor het geval dat [gedaagde 1] niet op tijd aan deze veroordeling voldoet, wordt gesteld op € 500,00 per dag of gedeelte daarvan, met een maximum van € 50.000,00.
De tweede vordering tegen [gedaagde 1] wordt ook toegewezen
4.7.
De VvE vordert verder dat het [gedaagde 1] wordt verboden om zich in contacten met leden van de VvE te gedragen als bestuurder, beheerder, functionaris of lid van de VvE. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde 1] gezegd dat hij de afgelopen maanden zelf contact heeft gezocht met leden van de VvE en dat hij recent op verzoek bij een lid is langs geweest. Aannemelijk is dat deze bemoeienissen van [gedaagde 1] binnen de VvE voor onrust en verwarring kunnen zorgen, zeker als [gedaagde 1] zich in de contacten met leden van de VvE voordoet als bestuurder, beheerder of lid van de VvE of iemand die een bepaalde functie in/namens de VvE verricht, of wanneer hij de rechtsgeldigheid van de benoeming van de nieuwe bestuurder en van zijn ontslag steeds opnieuw in twijfel trekt, of wanneer hij uitspraken doet die feitelijk onjuist zijn. De VvE heeft er een redelijk belang bij dat dit ophoudt. Daarom wordt deze vordering van de VvE toegewezen.
4.8.
De gevorderde dwangsom voor het geval dat [gedaagde 1] zich niet aan dit verbod houdt, wordt gesteld op € 100,00 per overtreding, met een maximum van € 10.000,00.
De proceskosten
4.9.
[gedaagde 1] is ten opzichte van de VvE in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van de VvE betalen. De proceskosten van de VvE worden begroot op:
- dagvaarding € 157,82
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat € 760,00 (tarief eenvoudige zaak)
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.841,82
4.10.
De door de VvE gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.11.
De VvE is ten opzichte van [gedaagde 2] in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [gedaagde 2] betalen. De proceskosten van [gedaagde 2] worden begroot op:
- griffierecht € 341,00
- salaris advocaat € 760,00 (tarief eenvoudige zaak)
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.290,00
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.12.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De VvE heeft dit gevorderd en wat betreft de proceskostenveroordeling ten behoeve van [gedaagde 2] beslist de voorzieningenrechter dit ambtshalve op grond van artikel 258 Rv.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde 1] om uiterlijk twee weken na betekening van dit vonnis de fysieke en digitale administratie van de VvE waarover hij beschikt aan de VvE te verstrekken;
5.2.
veroordeelt [gedaagde 1] om aan de VvE te betalen een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte daarvan dat hij de veroordeling in 5.1 niet nakomt, tot een maximum van € 50.000,00;
5.3.
verbiedt [gedaagde 1] om na betekening van dit vonnis (a) de leden van de VvE op welke manier dan ook te benaderen over VvE-aangelegenheden alsof hij bestuurder, beheerder, functionaris of lid van de VvE is en (b) onjuistheden of onwaarheden binnen de VvE te verspreiden;
5.4.
veroordeelt [gedaagde 1] om aan de VvE te betalen een dwangsom van € 100,00 per overtreding van het in 5.3 vermelde verbod, tot een maximum van € 10.000,00;
5.5.
veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten van de VvE van € 1.841,82, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;
5.6.
veroordeelt [gedaagde 1] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten van de VvE als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.7.
veroordeelt de VvE in de proceskosten van [gedaagde 2] van € 1.290,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;
5.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.9.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. van Velzen en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026.
3349/3194