Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:9748
2026-07-10
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/10/719953 / JE RK 26-961
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verlenging OTS. Verlening machtiging uithuisplaatsing voor gedeeltelijk verblijf in logeerhuis. Machtiging noodzakelijk gelet op noodzaak, omvang en aard van het (gedeeltelijk) verblijf.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (9.346 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/719953 / JE RK 26-961
Datum uitspraak: 10 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. W.J.J. Trooster, kantoorhoudende te Rotterdam.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 13 mei 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
De moeder en de advocaat van de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder en de advocaat van de moeder wel juist zijn opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2De feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij de moeder en logeert van woensdag tot en met vrijdag bij het logeerhuis van ASVZ.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 27 juli 2026.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De afgelopen periode heeft de moeder positieve stappen gezet in het nakomen van afspraken. Zo staat [voornaam minderjarige] voortaan op tijd klaar voor de taxi om naar het KDC te gaan. De dochter van de moeder speelt hierin ook een grote rol. Eerder kwam [voornaam minderjarige] vaak te laat maar daar is geen sprake meer van. De woning van de moeder is nog steeds ernstig vervuild en dat is een grote zorg voor de GI. Daarnaast lukt het de moeder onvoldoende om aan te sluiten bij [voornaam minderjarige] . Het onderzoek bij ASVZ is bijna afgerond. Dit is er mede op gericht om een WLZ-indicatie voor [voornaam minderjarige] aan te kunnen vragen. De zorg voor [voornaam minderjarige] is voor de moeder op dit moment te zwaar. Eerder ging [voornaam minderjarige] in het weekend naar de vader, maar dit was voor de vader niet langer haalbaar. Daarom is er nu voor gekozen dat [voornaam minderjarige] één keer in de maand een uur naar de vader gaat. Dat vindt [voornaam minderjarige] prettig. [voornaam minderjarige] gaat van maandag tot vrijdag naar het KDC en verblijft drie dagen bij het logeerhuis van ASVZ. Vanaf oktober gaat [voornaam minderjarige] vier dagen bij het logeerhuis verblijven. [voornaam minderjarige] heeft het erg naar zijn zin bij het KDC en de GI ziet hem daar opbloeien. De moeder is erg wisselend in het accepteren van hulpverlening. Momenteel werkt de moeder mee maar het is de vraag of ze dit blijft doen.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
[voornaam minderjarige] is een jongen van vijftien jaar die veel ondersteuning nodig heeft. [voornaam minderjarige] heeft een licht verstandelijke beperking en zijn intelligentieniveau en emotionele ontwikkeling liggen ver onder zijn leeftijd. Het lukt de moeder onvoldoende om in te spelen op de behoeftes van [voornaam minderjarige] . De moeder staat open voor hulpverlening maar het lukt haar niet om de aangereikte adviezen toe te passen in de opvoeding. De opvoeding en verzorging van [voornaam minderjarige] vraagt veel van haar. De moeder is onvoldoende in staat gebleken om zelfstandig de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [voornaam minderjarige] weg te nemen. De komende periode moet er veel geregeld worden op het gebied van hulpverlening en de moeder is niet in staat om dit alleen voor elkaar te krijgen. De inzet van een jeugdbeschermer is noodzakelijk om de moeder te ondersteunen in de opvoeding en om de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] te volgen.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.4.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [voornaam minderjarige] gaat sinds november 2025 van woensdag tot en met vrijdag naar het logeerhuis van ASVZ om de moeder te ontlasten. [voornaam minderjarige] is gebaat bij deze structurele plaatsing en maakt een positieve ontwikkeling door. In oktober wordt de logeerregeling uitgebreid naar vier dagen in de week, waarbij [voornaam minderjarige] vanaf maandagmiddag tot en met vrijdagochtend in het logeerhuis verblijft. Het weekend brengt hij vervolgens bij zijn moeder door. Het is belangrijk dat deze plaatsing in het logeerhuis wordt gecontinueerd. Gelet op de omvang van deze regeling, de noodzaak daarvan in het belang van de opvoeding en verzorging van [voornaam minderjarige] en de omstandigheid dat [voornaam minderjarige] hierbij verblijft bij een professionele organisatie die zelf de huisregels bepaalt en een deel van de opvoeding zal overnemen, acht de kinderrechter het noodzakelijk dat voor dit gedeeltelijke verblijf buitenshuis een machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend. De kinderrechter zal deze verlenen voor de verzochte duur, te weten tot 27 juli 2027.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 27 juli 2027;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten een logeerhuis van maandag tot en met vrijdag, met ingang van 10 juli 2026 tot 27 juli 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 27 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265b, eerste lid, BW.
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/719953 / JE RK 26-961
Datum uitspraak: 10 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. W.J.J. Trooster, kantoorhoudende te Rotterdam.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 13 mei 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
De moeder en de advocaat van de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder en de advocaat van de moeder wel juist zijn opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2De feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij de moeder en logeert van woensdag tot en met vrijdag bij het logeerhuis van ASVZ.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 27 juli 2026.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De afgelopen periode heeft de moeder positieve stappen gezet in het nakomen van afspraken. Zo staat [voornaam minderjarige] voortaan op tijd klaar voor de taxi om naar het KDC te gaan. De dochter van de moeder speelt hierin ook een grote rol. Eerder kwam [voornaam minderjarige] vaak te laat maar daar is geen sprake meer van. De woning van de moeder is nog steeds ernstig vervuild en dat is een grote zorg voor de GI. Daarnaast lukt het de moeder onvoldoende om aan te sluiten bij [voornaam minderjarige] . Het onderzoek bij ASVZ is bijna afgerond. Dit is er mede op gericht om een WLZ-indicatie voor [voornaam minderjarige] aan te kunnen vragen. De zorg voor [voornaam minderjarige] is voor de moeder op dit moment te zwaar. Eerder ging [voornaam minderjarige] in het weekend naar de vader, maar dit was voor de vader niet langer haalbaar. Daarom is er nu voor gekozen dat [voornaam minderjarige] één keer in de maand een uur naar de vader gaat. Dat vindt [voornaam minderjarige] prettig. [voornaam minderjarige] gaat van maandag tot vrijdag naar het KDC en verblijft drie dagen bij het logeerhuis van ASVZ. Vanaf oktober gaat [voornaam minderjarige] vier dagen bij het logeerhuis verblijven. [voornaam minderjarige] heeft het erg naar zijn zin bij het KDC en de GI ziet hem daar opbloeien. De moeder is erg wisselend in het accepteren van hulpverlening. Momenteel werkt de moeder mee maar het is de vraag of ze dit blijft doen.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
[voornaam minderjarige] is een jongen van vijftien jaar die veel ondersteuning nodig heeft. [voornaam minderjarige] heeft een licht verstandelijke beperking en zijn intelligentieniveau en emotionele ontwikkeling liggen ver onder zijn leeftijd. Het lukt de moeder onvoldoende om in te spelen op de behoeftes van [voornaam minderjarige] . De moeder staat open voor hulpverlening maar het lukt haar niet om de aangereikte adviezen toe te passen in de opvoeding. De opvoeding en verzorging van [voornaam minderjarige] vraagt veel van haar. De moeder is onvoldoende in staat gebleken om zelfstandig de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [voornaam minderjarige] weg te nemen. De komende periode moet er veel geregeld worden op het gebied van hulpverlening en de moeder is niet in staat om dit alleen voor elkaar te krijgen. De inzet van een jeugdbeschermer is noodzakelijk om de moeder te ondersteunen in de opvoeding en om de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] te volgen.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.4.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [voornaam minderjarige] gaat sinds november 2025 van woensdag tot en met vrijdag naar het logeerhuis van ASVZ om de moeder te ontlasten. [voornaam minderjarige] is gebaat bij deze structurele plaatsing en maakt een positieve ontwikkeling door. In oktober wordt de logeerregeling uitgebreid naar vier dagen in de week, waarbij [voornaam minderjarige] vanaf maandagmiddag tot en met vrijdagochtend in het logeerhuis verblijft. Het weekend brengt hij vervolgens bij zijn moeder door. Het is belangrijk dat deze plaatsing in het logeerhuis wordt gecontinueerd. Gelet op de omvang van deze regeling, de noodzaak daarvan in het belang van de opvoeding en verzorging van [voornaam minderjarige] en de omstandigheid dat [voornaam minderjarige] hierbij verblijft bij een professionele organisatie die zelf de huisregels bepaalt en een deel van de opvoeding zal overnemen, acht de kinderrechter het noodzakelijk dat voor dit gedeeltelijke verblijf buitenshuis een machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend. De kinderrechter zal deze verlenen voor de verzochte duur, te weten tot 27 juli 2027.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 27 juli 2027;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten een logeerhuis van maandag tot en met vrijdag, met ingang van 10 juli 2026 tot 27 juli 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 27 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265b, eerste lid, BW.