Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:9575

2026-08-03 Bestuursrecht ROT 26/6123
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-08-03
Publicatiedatum
2026-08-04
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ROT 26/6123
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek om voorlopige voorziening (varia). Woningsluiting voor drie maanden op grond van artikel 13b Opiumwet. Harddrugs, attributen die bij drugshandel worden gebruikt, meldingen van overlast. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.955 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Bestuursrecht


zaaknummer: ROT 26/6123


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
3 augustus 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen





[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker,
(gemachtigde: mr. C.G.J.E. Lut),


en




de burgemeester van de gemeente Rotterdam, de burgemeester,
(gemachtigde: mr. R. Duivenvoorde).


Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Woonstad Rotterdam uit Rotterdam (Woonstad).





Inleiding


1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de sluiting van zijn woning voor de duur van drie maanden.



1.1.
Met het bestreden besluit van 20 juli 2026 heeft de burgemeester daartoe besloten. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Ook heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.



1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 3 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de zaakwaarnemer van de gemachtigde van verzoeker mr. P. Ghasemi, de gemachtigden van de burgemeester
mr. S.A. de Roo en mr. R. Duivenvoorde, en namens de derde-partij [vertegenwoordiger 1] en

[vertegenwoordiger 2] .




1.3.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.





Beoordeling door de voorzieningenrechter



Wat is er gebeurd?

2. Verzoeker woont op het adres [adres] in Rotterdam . Hij huurt deze woning van Woonstad.



2.1.

Naar aanleiding van een ‘Meld Misdaad Anoniem’ melding dat er veel korte bezoekjes op het adres plaatsvonden, heeft de politie op verschillende dagen tussen
20 en 25 maart 2026 de woning kortstondig geobserveerd. Tijdens de observaties werd door politieambtenaren waargenomen dat er veel aanloop was van personen die bij de politie bekend staan als drugsverslaafd. Ook werd gezien dat deze personen kortstondig contact hadden met een persoon in de woning.




2.2.

Op 25 maart 2026 is de woning van verzoeker door de politie betreden en doorzocht. De politie heeft in de woning een man, niet zijnde verzoeker, aangetroffen. In de woning was één kamer ingericht; de slaapkamer. In de slaapkamer zijn documenten op naam van de aangetroffen man gevonden. Er zijn geen andere documenten aangetroffen.
De politie heeft verder in de woning het volgende aangetroffen:

- 0,1 gram (netto) sildenafilcitraat;
- 64,4 gram (netto) cocaïne;
- meer dan 50 stuks gripzakjes;
- € 45,- briefgeld in de woonkamer;
- € 795,- briefgeld in een sok in de vuilnisbak;
- € 717,40 aan muntgeld op de plafondplaten in de keuken;
- een grammenweegschaal met wit poeder;
- een kogelpatroon in een koffer in de slaapkamer.



2.3.
De politie heeft de bevindingen opgenomen in de bestuurlijke rapportage van23 april 2026. Naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester besloten om de woning voor de duur van drie maanden te sluiten.



Waar gaat het in deze zaak om?


3. Verzoeker is het niet eens met de sluiting van zijn woning. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat zijn woning niet gesloten wordt. De burgemeester heeft toegezegd te wachten met het sluiten van de woning totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoek.



De voorzieningenrechter wijst het verzoek af


4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.



Heeft verzoeker een spoedeisend belang?


5. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift.



5.1.
De voorzieningenrechter vindt dat verzoeker voldoende spoedeisend belang heeft bij het voeren van deze procedure, omdat hij dreigt de toegang tot zijn woning te verliezen.





Is de burgemeester bevoegd tot sluiting van de woning?

6. Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot sluiting van een woning als in dat pand harddrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt of als de drugs met dat doel aanwezig is. De burgemeester legt dan een last onder bestuursdwang op. De burgemeester beschikt bij de uitoefening van die bevoegdheid over beleidsruimte. Dit betekent dat het aan de burgemeester is om de betrokken belangen af te wegen bij zijn besluit om deze bevoegdheid te gebruiken. Het is aan de bestuursrechter om te toetsen of de burgemeester na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid daartoe heeft kunnen besluiten.




6.1.
De voorzieningenrechter vindt dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. Er zijn veel gripzakjes, een grammenweegschaal met residu, een kogelpatroon en een grote hoeveelheid harddrugs (64,4 gram netto aan cocaïne) in de woning aangetroffen. Omdat er een handelshoeveelheid harddrugs is aangetroffen, is de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten.



Mag de burgemeester tot sluiting overgaan?


7. Aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding dient te worden beoordeeld in hoeverre sluiting van de woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde. Vervolgens moet worden beoordeeld of sluiting van de woning evenredig is. Bij toetsing aan het evenredigheidsbeginsel wordt een onderscheid gemaakt tussen de geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid van de sluiting.



Is de sluiting geschikt en noodzakelijk?


8. Naar oordeel van de voorzieningenrechter is sluiting van de woning een geschikt en noodzakelijk middel om het doel te bereiken dat de burgemeester voor ogen heeft, namelijk het tegengaan van drugshandel en het (verder) voorkomen van overtredingen in of vanuit de woning, risico’s voor omwonenden weg te nemen en een signaal te geven aan drugscriminelen en buurtbewoners dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit.



8.1.
De voorzieningenrechter is in dit geval van oordeel dat de burgemeester, ondanks dat sprake is van een zeker tijdsverloop, nog steeds tot sluiting mocht overgaan om zo een signaal aan (drugs)criminelen en omwonenden af te geven. Het tijdsverloop is in dit geval ook niet onredelijk lang. De burgemeester is eerst op 7 mei 2026 door de politie in kennis gesteld van de inval op 25 maart 2026 en heeft vervolgens binnen drie weken een zienswijze gestuurd. Daarnaast zijn op 15 juni en 22 juni 2026 aanvullende vragen gesteld aan verzoeker en verhuurder. De burgemeester heeft op 20 juli 2026 het bestreden besluit genomen. De voorzieningenrechter acht dit voldoende voortvarend. De voorzieningenrechter vindt ook dat er een noodzaak bestaat om de woning te sluiten. De burgemeester heeft mogen aannemen dat er sprake is van een ernstig geval. Daarbij heeft de burgemeester in aanmerking kunnen nemen dat een grote hoeveelheid harddrugs is aangetroffen, in combinatie met attributen die bij drugshandel worden gebruikt en grote sommen cashgeld. Verder is daarbij van belang dat er meldingen zijn gedaan over mogelijke drugshandel vanuit de woning en dat de woning in de kwetsbare wijk [wijk] (gebied [gebied] ) ligt. De voorzieningenrechter vindt dat de burgemeester het daarom van belang heeft mogen achten om een signaal af te geven aan de omgeving van de woning en het criminele circuit waarvan de woning deel uitmaakt, ter voorkoming van herhaling. De burgemeester hoefde gelet op wat is aangetroffen ook niet met een lichter middel te volstaan.



8.2.
Verzoeker heeft gesteld dat hij niets wist van de drugs in zijn woning en dat zijn neef verantwoordelijk is voor diegene die in de woning aanwezig was vanwege een tijdelijke verbouwing. De voorzieningenrechter vindt die verklaring onvoldoende om aan te nemen dat dit gaat om een eenmalige situatie en dat de woning geen deel uitmaakt van het criminele circuit. Uit de stukken blijkt van wisselende verklaringen over hoe en waarom de huurwoning werd verbouwd. Verzoeker heeft ter zitting toegelicht dat de woning in zijn opdracht werd opgeknapt en dat hij daarom meer dan vier weken niet in de woning verbleef. Maar ook al volgt de voorzieningenrechter het standpunt van verzoeker dat hij niets van de aangetroffen situatie in zijn woning wist, dan blijft gelden dat hij van de situatie had kunnen en moeten weten. Feit blijft dat verzoeker als huurder en bewoner van de woning verantwoordelijk kan worden gesteld voor wat er in zijn woning is gebeurd. De voorzieningenrechter vindt het bovendien niet aannemelijk dat verzoeker tussentijds toezicht heeft gehouden op de woning, zoals hij ter zitting heeft gesteld, want de situatie ter plaatse zoals gebleken uit de observatie van de politie over een langere periode valt niet over het hoofd te zien. Ook is er geen goede verklaring voor het feit dat een ander persoon zich in verband met de voorgenomen renovatie door Woonstad tegenover medewerkers heeft voorgedaan als bewoner en heeft getekend voor renovatiewerkzaamheden in verzoekers woning. Het standpunt van verzoeker dat er thans geen sprake meer zou zijn van handel kan de voorzieningenrechter daarbij ook niet volgen. In de woning zijn naast harddrugs meerdere attributen gevonden die een aanwijzing zijn voor drugshandel, zoals de meerdere gripzakjes en een grammenweegschaal met wit poeder. Ook is in de woning van verzoeker een grote hoeveelheid contant geld aangetroffen. Deze zaken zijn in beslag genomen, maar dat maakt, anders dan verzoeker meent, niet dat er reeds daarom geen noodzaak meer is om de woning te sluiten. In de omgeving wordt overlast ervaren, wat blijkt uit de melding die is gedaan over de korte bezoekjes aan verzoekers woning. Ter zitting is door de burgemeester toegelicht dat er na 25 maart 2026 ook meldingen zijn gemaakt over de woning. Het is daarom aannemelijk dat verzoekers woning al langere tijd bekend is in het criminele (drugs)circuit. Ook speelt mee dat in de woning een man is aangetroffen die antecedenten heeft op het gebied van de in- en export van harddrugs. Dit was niet de bewoner of de neef van bewoner. Hierdoor is onduidelijk wie er toegang hebben tot de woning.



Is de sluiting evenwichtig?

9. Volgens vaste rechtspraak is een sluiting met negatieve gevolgen voor de bewoner van die woning niet per definitie onevenwichtig. Er moet worden gekeken naar de omstandigheden van het geval.




9.1.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de sluiting van verzoekers woning niet onevenwichtig. De gevolgen van de sluiting zijn voor verzoeker groot. Dit zijn echter gevolgen die verzoeker zelf moet dragen, gelet op de keuzes die hij zelf heeft gemaakt. Er is sprake van een ingrijpende maatregel waarbij verzoeker tijdelijk een andere woning moet zoeken. Dit was ook het geval tijdens zijn tijdelijke verbouwing, toen verzoeker meerdere weken verbleef bij familie en vrienden en hij een ander persoon toegang gaf tot zijn woning. De voorzieningenrechter verwacht dat dit nu ook zal lukken. Desgevraagd heeft de burgemeester ter zitting verklaard dat verzoeker zich bij dreigende dakloosheid kan melden bij de Vraagwijzer, zodat naar een oplossing voor hem kan worden gezocht. De voorzieningenrechter heeft geen andere omstandigheden gehoord die maken dat de sluiting in dit geval onevenwichtig is.



9.2.
De belangen van verzoeker maken wel dat de woning niet gelijk gesloten mag worden. De voorzieningenrecht vindt daarom dat de burgemeester de woning pas mag sluiten op 7 augustus 2026.





Conclusie en gevolgen


10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woning vanaf 7 augustus 2026 voor drie maanden mag sluiten. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.





Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.



Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2026 door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Damen, griffier.






De voorzieningenrechter is verhinderd


dit proces-verbaal te ondertekenen.













griffier


voorzieningenrechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.



Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2243.


Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922.